De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.7.4:10.7.4 Overige aanbevelingen
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/10.7.4
10.7.4 Overige aanbevelingen
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS382364:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aanbevelingen voor de wetgever
Het verzuimvereiste dient te worden ontdaan van de toerekenbaarheidselementen (par. 7.3.4).
De regel (art. 6:265 lid 2) dat voor ontbinding in geval van tijdelijke onmogelijkheid geen verzuim vereist is, dient te worden geschrapt (par. 7.3.4).
Aanpassing van art. 6:85 zodat het recht op vergoeding van vertragingsschade niet beperkt is tot het geval dat de schuldenaar in verzuim is, maar ook de schade omvat die ontstaat doordat de prestatie uitblijft als nakoming blijvend onmogelijk is (par. 7.3.7).
Het opnemen in Boek 7 van een wettelijke bepaling die de opdrachtgever, nadat hij de aannemer tevergeefs in gebreke heeft gesteld, de bevoegdheid verleent een derde in te schakelen, om op kosten van de aannemer een gebrek in een opgeleverd werk op te heffen (par. 9.3.3).
Aanbevelingen voor de rechtspraktijk
Indien nakoming blijvend onmogelijk is, dient de schuldeiser zijn vormvrije keuzerecht uit te oefenen of hij vervangende schadevergoeding dan wel ontbinding verlangt (par. 7.3.3).
Tijdelijke niet-nakoming van een verbintenis uit een duurovereenkomst leidt voor het tijdvak van de niet-nakoming tot gedeeltelijk blijvende onmogelijkheid. Voor ontbinding of omzetting voor de toekomst dient in beginsel het verzuimvereiste te gelden (par. 7.3.8.4).
De weigering door de schuldeiser van een aanbod van de schuldenaar om de schade in natura te vergoeden, kan een schending opleveren van de schadebeperkingsgehoudenheid (art. 6:101) van de schuldeiser (par. 9.2.2.4).
De rechter heeft bij de beslissing omtrent een gevorderde rechterlijke machtiging geen ruimere beoordelingsbevoegdheid dan bij de beoordeling van een vordering tot nakoming (par. 9.3.2.3).
De rechter dient een gevorderde rechterlijke machtiging in beginsel af te wijzen, indien de schuldeiser zijn wederpartij niet in gebreke heeft gesteld (par. 9.3.2.4).
De schuldenaar dient niet schadevergoedingsplichtig te zijn voor de kosten die hij heeft uitgespaard doordat een derde het gebrek in de zaak heeft hersteld, als de schuldeiser niet eerst door middel van een ingebrekestelling zijn wederpartij in de gelegenheid heeft gesteld het gebrek zelf op te heffen (par. 9.3.4).