De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/3.4.5:3.4.5 Samenvatting en conclusies
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/3.4.5
3.4.5 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS386123:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Middels zelfregulering wordt bij beursvennootschappen sinds het eind van de vorige eeuw de balans in het machtsevenwicht tussen aandeelhouders, ondernemingsbestuur en raad van commissarissen nader vormgegeven. In navolging van de NCGC zijn in sectoren waar de stichting als rechtsvorm wordt gehanteerd richtlijnen en codes met principes en best practicebepalingen opgesteld die bestuur en toezicht en het afleggen van verantwoording door deze organen nader regelen.
Voor stichtingen in de goede doelensector formuleerde het CBF voorwaarden voor een Kwaliteitskeur waarin eisen op het gebied van bestuur en toezicht waren opgenomen en stelde de Commissie Wijffels in 2005 richtlijnen op voor goed bestuur, goed toezicht en doelmatig opereren. In de culturele sector werden naar aanleiding van schaalvergroting, verzelfstandiging en complexe subsidierelaties voor culturele instellingen governanceprincipes geformuleerd en neergelegd een eigen code. De STAR publiceerde voor pensioenfondsen in 2005 de Principes voor goed pensioenfondsbestuur teneinde het eigen functioneren en de governance van pensioenfondsen te verbeteren.
In de zorgsector en de woningcorporatiesector werd marktwerking geïntroduceerd en professionaliseerden zorginstellingen en woningcorporaties in hoog tempo. Volgens de politiek en brancheorganisaties in deze sectoren was dit een reden om hogere kwaliteitseisen te stellen aan zowel het bestuur als de raad van toezicht. Bovendien bestond behoefte aan meer duidelijkheid over het functioneren van het intern toezichthoudend orgaan en de verhouding tussen bestuur en toezicht. Zorginstellingen, woningcorporaties en scholen die overheidsgeld ontvingen werden geacht zelf hun governance, waaronder hun interne toezicht, vast te stellen en te regelen. Zij ontwikkelden met hulp van brancheorganisaties eigen governancecodes.
Governancecodes in sectoren waar de stichting een veel gebruikte rechtsvorm is, hebben met elkaar gemeen dat zij zijn gericht zijn op professionalisering van bestuur en toezicht en dat zij een invulling geven aan het ontbreken van governanceregels in het algemene stichtingenrecht. Op sommige punten, zoals de betrokkenheid van belanghebbenden en belanghebbendenorganen, verschillen governancecodes echter van elkaar. Bovendien is de vorm van het interne toezicht per sector verschillend. Het valt echter op dat in de loop der tijd voor grotere stichtingen in veel sectoren een raad van toezichtmodel werd voorgeschreven of aanbevolen.
Een model met een afzonderlijke raad van toezicht (of raad van beheer) werd in sectorale regels voor woningcorporaties en zorginstellingen dwingend voorgeschreven, waarbij een uitzondering werd geformuleerd voor kleinere instellingen. Een monistisch bestuursmodel werd niet toegestaan. In andere sectoren werd meer vrijheid in de keuze voor een besturingsmodel gegeven. Voor onderwijsinstellingen gold (en geldt nog steeds) als uitgangspunt dat sprake moet zijn een functionele scheiding van de functies bestuur en toezicht.
Ook bij goede doelen dienden de functies ‘besturen’ en ‘toezicht houden’ onderscheiden te worden. Voor grotere goede doelen moesten die functies volgens de Code Wijffels worden ondergebracht bij afzonderlijke organen. In de Code Cultural Governance 2006 stonden principes die waren ontwikkeld op basis van drie besturingsmodellen die op dat moment het meest voorkwamen in de culturele sector, waarbij werd geadviseerd het raad van toezichtmodel te hanteren indien sprake is van een grotere culturele instelling.
De ‘Principes voor goed pensioenfondsbestuur’ van de STAR lieten het pensioenfonds voor de inrichting van het interne toezicht kiezen uit een afzonderlijke raad van toezicht of een one tier board. Bovendien was (en is) het bij een pensioenfonds mogelijk dat intern toezicht wordt gehouden door een visitatiecommissie of een auditcommissie. Dit hield verband met het feit dat intern toezicht bij een pensioenfonds volgens de Principes een andere, beperktere betekenis heeft dan het toezicht dat de raad van commissarissen van een vennootschap op grond van zijn wettelijke taak moet houden: het gaat bij pensioenfondsen (vooral) om intern toezicht op processen, waarover jaarlijks een rapport uitgebracht moet worden.