Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.5.5.4
7.5.5.4 Testwaarden
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258476:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Canada Border Services Agency, Transaction Value Method for Related Persons (17 september 2015), Memorandum D13-4-5, punt 14.
Canada Border Services Agency, Transaction Value Method for Related Persons (17 september 2015), Memorandum D13-4-5, punt 15-16.
J.M. Jovanovich, Customs Valuation and Transfer Pricing: Is it possible to harmonize Customs and Tax Rules? (2nd edition), Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2017, p. 45.
WCO Guide to Customs Valuation and Transfer Pricing (24 juni 2015, geüpdatet in 2018), p. 59.
Prijzen beneden de marktprijs van identieke of soortgelijke goederen kunnen als testwaarden dienen als de prijzen tot stand zijn gekomen tussen onafhankelijke partijen en de transactiewaarde van de door ingevoerde goederen tot stand is gekomen in overeenstemming met de voorwaarden zoals genoemd in artikel 70, lid 3, DWU en de benodigde aanpassingen onder artikel 71 DWU zijn gemaakt. Advisory opinion 7.1. Acceptability of test values under Article 1.2 (b) (i) of the Agreement. (Adopted, 3rd Session, 23 March 1982, 28.560).
J.M. Jovanovich, Customs Valuation and Transfer Pricing: Is it possible to harmonize Customs and Tax Rules? (2nd edition), Alphen aan den Rijn: Kluwer Law International 2017, p. 45.
De douanewaarde van identieke of soortgelijke goederen vastgesteld overeenkomstig respectievelijk de aftrekmethode en de methode van de berekende waarde.
De transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen bij verkopen tussen kopers en verkopers die in geen enkel bijzonder geval onderling verbonden zijn voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie.
Indien de douaneautoriteiten twijfels hebben of de aangegeven prijs is beïnvloed door de verbondenheid van de verkoper en koper, kan deze twijfel worden weggenomen als informatie wordt overgelegd waaruit blijkt dat de aangegeven prijs de testwaarden, die op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip zijn bepaald, zeer dicht benaderd. De testwaarden worden op verzoek van de aangever gebruikt, maar komen niet in de plaats van de transactiewaarde ex artikel 134, lid 4, UDWU. Uit de CVA noch het DWU-wetgevingspakket volgt wat verstaan moet worden onder de voorwaarde ‘op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip’. In Canada wordt een standaardperiode toegepast die 30 dagen voor het moment van invoer aanvangt en 30 dagen na het moment van invoer eindigt.1 Deze standaardperiode moet met enige soepelheid worden betracht, afhankelijk van het soort goederen. Bij de invoer van seizoensgebonden producten met sterk fluctuerende prijzen past bijvoorbeeld een kortere periode dan 30 dagen, waar duurzame goederen het toelaten om een langere periode in aanmerking te nemen. Ik meen dat het aanhouden van een 30 dagen periode ook in Europeesrechtelijk verband nuttig is als richtlijn, maar losgelaten moet worden als dit gegeven de omstandigheden van het geval en de aard van de goederen nodig is.
Uit de Aantekening bij artikel 1, lid 2, onderdeel b, CVA blijkt dat voor de voorwaarde ‘zeer dicht benaderd’ rekening gehouden moet worden met factoren als de aard van de ingevoerde goederen en de betrokken bedrijfstak, het seizoen waarin de goederen worden ingevoerd en de vraag of het verschil tussen de onderscheidene waarden uit commercieel oogpunt significant is. Wat commercieel significant is wordt niet in procenten uitgedrukt in de aantekening, omdat dit per product en de feiten en omstandigheden kan verschillen. In Canada wordt echter een percentage van 5% als richtlijn aangehouden.2 Dit percentage geeft weliswaar enige houvast, maar is naar mijn mening arbitrair om redenen zoals genoemd in de hiervoor aangehaalde aantekening.
De testwaarden staan genoemd in de onderdelen a tot en met c van artikel 134, lid 2, UDWU:
de transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen bij verkopen tussen kopers en verkopers die in geen enkel bijzonder geval onderling verbonden zijn, voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie;
de douanewaarde van identieke of soortgelijke goederen, zoals bepaald overeenkomstig artikel 74, lid 2, onder c), van het wetboek;
de douanewaarde van identieke of soortgelijke goederen, zoals bepaald overeenkomstig artikel 74, lid 2, onder d), van het wetboek.
De testwaarden lijken op de alternatieve waarderingsmethoden. De voorwaarden voor de toepassing van de testwaarden zijn echter strenger.3 Mede om die reden zijn zij in de praktijk slechts zelden beschikbaar.4 Ik licht dat hierna nader toe.
Voor het bepalen of sprake is van identieke of soortgelijke goederen moet, aldus lid 3 van artikel 134 UDWU, rekening worden gehouden met aantoonbare verschillen in handelsniveaus, hoeveelheidsniveaus, de in artikel 71, lid 1, DWU genoemde bijtelelementen (onderdelen 11.2 tot en met 11.7) en de kosten die de verkoper bij verkopen aan een niet met hem verbonden koper zou dragen, wanneer hij die kosten bij verkopen aan een wel met hem verbonden koper niet draagt.5 Daarmee lijkt voor de toepassing van de testwaarden het begrip ‘identieke of soortgelijke goederen’ strenger uitgelegd te worden dan bij de toepassing van de alternatieve waarderingsmethoden. Zo wordt door Jovanovich betoogd dat voor de alternatieve waarderingsmethoden de bijtelelementen, zoals genoemd in artikel 71, lid 1, DWU, geen rol spelen.6 De testwaarden vereisen derhalve een hogere mate van vergelijkbaarheid tussen de ingevoerde goederen enerzijds en de identieke of soortgelijke goederen anderzijds. Ik meen dat dit overigens enkel het geval is bij de aftrekmethode en de methode van de berekende waarde.7 Bij de transactiewaarde van de identieke of soortgelijke goederen zouden de bijtelelementen wel een rol kunnen spelen, omdat het hier gaat om een ‘transactiewaarde’, terwijl het bij de aftrekmethode gaat om een abstracte prijs per eenheid en bij de methode van de berekende waarde slechts in beperkte mate rekening wordt gehouden met de bijtelelementen uit hoofde van artikel 143 UDWU (onderdelen 8.2.2 en 8.2.5). De testwaarden zoals genoemd in artikel 134, lid 2, onderdeel a, UDWU8 zijn daarnaast enkel toepasbaar als het transactiewaarden betreft die tussen niet-verbonden partijen overeengekomen zijn. De transactiewaarde van identieke of soortgelijke goederen stelt deze voorwaarde niet.
Ook de testwaarden zoals genoemd in artikel 134, lid 2, onderdelen b en c, UDWU leggen strengere voorwaarden aan. Deze testwaarden vereisen namelijk voorafgaande vaststelling van de douanewaarde van identieke of soortgelijke goederen overeenkomstig de aftrekmethode respectievelijk de methode van de berekende waarde, die tevens geaccepteerd moeten zijn door de douaneautoriteiten. Het gaat bij de toepassing van deze testwaarden derhalve niet om het maken van een vergelijking tussen de transactiewaarde van de ingevoerde goederen en de douanewaarde van de ingevoerde goederen indien de waarde overeenkomstig de aftrekmethode of berekende waarde bepaald zou worden. Er moet namelijk een vergelijking worden gemaakt met ingevoerde identieke of soortgelijke goederen waarvan de douanewaarde overeenkomstig de aftrekmethode respectievelijk de methode van de berekende waarde bepaald is. Ook hier lijken de voorwaarden van de testwaarden strenger dan de voorwaarden die gelden voor de alternatieve waarderingsmethoden.