Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/7.5.2.1
7.5.2.1 Gelijke omstandigheden
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972055:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HvJ EG 16 december 2008, NJ 2009/219 (Arcelor), par. 26.
Zie Assink/Slagter 2013, p. 544; en Raaijmakers 2012, p. 42.
Zie Assink/Slagter 2013, p. 544; en Raaijmakers 2012, p. 44. Vgl. Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2024, nr. 293.
Zie Assink/Slagter 2013, p. 544.
Zie bijvoorbeeld Raaijmakers 2012, p. 43: “Maar of een aandeelhouder 1%, 6% of 90% van de aandelen houdt, kan rechtens wel degelijk een verschil maken.” Vgl. Honée 2007, p. 24 e.v., waarin als rechtens relevant verschil wordt genoemd of een aandeelhouder het agenderingsrecht toekomt. Ook dit is uiteindelijk een kapitaaldrempel.
Aldus ook Rb. Rotterdam 3 februari 2021, JOR 2021/176 m.nt. P.P. de Vries (Infopact), r.o. 4.7.3.
De eerste vraag die zich voordoet bij de beoordeling of het gelijkheidsbeginsel in het gedrang komt (of zelfs is geschonden), is of de betrokken aandeelhouders zich inderdaad in een gelijke – of vergelijkbare – situatie bevinden. Om die vraag te beantwoorden, dient van geval tot geval te worden beoordeeld of er rechtens relevante verschillen bestaan tussen de situaties waarin de aandeelhouders zich bevinden. Welke omstandigheden rechtens relevant (kunnen) zijn, moet worden bezien tegen de achtergrond van de (on)gelijke behandeling.1
De vraag of aandeelhouders zich in gelijke omstandigheden bevinden, betreft een complexe en feitelijke analyse die in de rechtspraak vaak wordt overgeslagen.2 In de literatuur wordt aangenomen dat persoonlijke omstandigheden die louter de individuele aandeelhouder raken, maar verder geen weerslag hebben op de verhoudingen binnen de vennootschap, bij deze analyse niet snel worden meegewogen (maar uitgesloten wordt dit niet).3 Dit komt mij voor als een realistisch en werkbaar vertrekpunt.
Als voorbeelden van omstandigheden die kunnen wijzen op rechtens relevante verschillen in de omstandigheden waarin aandeelhouders zich bevinden, zijn onder meer genoemd verschillen in de soorten aandelen die worden gehouden4 en verschillen in de kapitaaldeelname en daaraan gekoppelde rechten.5 Hetzelfde geldt mijns inziens indien de ene aandeelhouder wel partij is bij een aandeelhoudersovereenkomst, en de andere niet. Ook kan sprake zijn van ongelijke omstandigheden indien een aandeelhouder tevens in een andere hoedanigheid bij de vennootschap is betrokken. Te denken valt aan een aandeelhouder met een bestuurszetel; hij bevindt zich immers in een wezenlijk andere positie dan een aandeelhouder zonder vertegenwoordiging in de vennootschapsleiding.6