Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.6.6.2
8.6.6.2 Standaardisering
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480837:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Onderzoek naar de tevredenheid 2015, p. 58.
Besluit mijnbouwschade Groningen, Stcrt. 2018, 6398, bijlage 2.
Stcrt. 2019, 38034.
TCMG 26 april 2019.
IMG Grijpt in bij schadeafhandeling 17 mei 2021; IMG Vaste vergoeding 17 mei 2021; IMG 30 juni 2021.
Braakman & Miskovic, RTV Noord 17 mei 2021.
TCMG 26 mei 2020.
Interimregeling waardevermeerdering provincie Groningen, Provinciaal blad 2015, 1423; Stcrt. 2017, 15110; Van der Heijden & Boelhouwer 2017.
Verheij, Loth & Van Boom 2019, p. 32.
Reactie op advies commissie immateriële schade 2020.
Interviews betrokkenen 2020.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018; Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 2; Interviews betrokkenen 2020; NCG 24 juni 2021.
Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 2.
Binnen de afhandeling van fysieke schade werd geen gebruik gemaakt van forfaitaire bedragen, maar juist uitvoerig onderzocht wat de precieze schade bedroeg door NAM/CVW en via contra-expertise. Bij de afhandeling van de oude schadegevallen maakte NAM gebruik van schadeafhandeling in natura, en vergoedde zij alleen werkelijk gemaakte kosten tot een bepaald maximum. Bij leefbaarheidsmaatregelen werden geen gestandaardiseerde bedragen gehanteerd, maar werd per project bepaald wat een redelijke bijdrage zou vormen en daadwerkelijke kosten vergoed.
Via de aanpak van TCMG en IMG werd uitkering van bijkomende kosten en overlastvergoeding gestandaardiseerd, terwijl eerder slechts een klein gedeelte van de melders een vergoeding voor bijkomende kosten kreeg van NAM.1 Het Besluit mijnbouwschade introduceerde forfaitaire bedragen als tegemoetkoming voor bijkomende kosten gedurende de schadeafhandeling.2 Een vaste vergoeding werd toegekend voor zaken als thuisblijven tijdens inspectie of herstel, schoonmaakkosten, overnachten, advieskosten, opslag van goederen en reiskosten. Overige zaken werden op basis van werkelijk gemaakte kosten gecompenseerd. TCMG/IMG kende een overlastvergoeding toe aan aanvragers, variërend van € 250 tot € 1.000 afhankelijk van omstandigheden van de aanvrager. Binnen de stuwmeerregeling werd gebruikgemaakt van een gestandaardiseerde aanpak: in aanmerking komende schademelders konden kiezen voor een vergoeding van € 4.000 plus € 1.000 overlastvergoeding.3 TCMG kende vanaf april 2019 een extra overlastvergoeding van € 350 toe aan schademelders die langer dan een jaar op een besluit van de TCMG wachtten.4 Per september 2021 maakte het IMG voor 200.000 adressen met relatief eenvoudige schades de mogelijkheid beschikbaar om te kiezen voor een vaste vergoeding van € 5.000, waaraan finaliteit was verbonden;5 belangenvertegenwoordigers wezen op de risico’s bij eventuele toekomstige schade.6
Voor de waardedaling handelde NAM via een gespecificeerde berekening per gebouw. In de aanpak van het IMG werd per postcodegebied een procentuele waardedaling berekend inclusief een onzekerheidsmarge. De waardedaling werd echter per woning vastgesteld aan de hand van de WOZ-waarde, waardoor van een volledig gestandaardiseerde aanpak geen sprake was.7 De andere instrumenten rond de waarde van huizen - de waardevermeerderingsregeling en het Koopinstrument – maakten geen gebruik van standaardisering.8
Hoewel de adviescommissie adviseerde immateriële schade via een gestandaardiseerde aanpak te vergoeden,9 vond het IMG dit geen recht doen aan de individuele omstandigheden van gedupeerden waaraan juist tegemoet diende te worden gekomen via smartengeld. Het IMG ontwikkelde daarom een gemixte vorm, waar in principe via een standaardvergoeding zal worden gewerkt, maar ook een aanvullende aanvraag vanuit gedupeerden kan worden ingediend.10 Het IMG probeerde in de afhandeling van de drie schadesoorten een balans te vinden tussen de massale aantallen aanvragen die zij behandelde, het bulkwerk, en de persoonlijke aandacht die aanvragers verlangen en verdienen.11
De versterking vond en vindt plaats in natura, waardoor geen sprake is van gestandaardiseerde vergoeding, hoewel de NCG de enorme hoeveelheid gebouwen poogde te categoriseren en te prioriteren via een typologieaanpak.12 In een bestuurlijke afspraak eind 2020 besloot het Rijk aanvullend budget beschikbaar te maken voor compensatie. Groningers die deel uitmaakten van de versterkingsoperatie zullen in aanvulling op de bestaande € 4.000 subsidie voor verduurzaming € 10.000 kunnen aanvragen; tevens zullen bewoners die kozen voor herbeoordeling via nieuwe veiligheidsnormen € 13.000 ‘vrij te besteden aanvullende tegemoetkoming’13 ontvangen. Zo werden ook in de versterking gestandaardiseerde bedragen geïntroduceerd.