Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.2.5:2.2.5 De ontwikkeling na 1848
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/II.2.2.5
2.2.5 De ontwikkeling na 1848
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS578357:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ondanks een aantal grondwetsherzieningen, waaronder een integrale grondwetsherziening in 1983, is na 1848 betrekkelijk weinig gewijzigd in de inhoudelijke structuur van de Grondwet. Dit neemt niet weg dat na 1848 – en dan vooral in de periode tussen 1848 en 1887 – belangrijke staatsrechtelijke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Mede als gevolg van de zelfstandige regelgevende bevoegdheid van de regering bleef de Koning lang een belangrijke rol spelen. In de eerste decennia na 1848 werd door het ontstaan van een aantal conflicten tussen de regering en parlement de consequenties van het nieuwe stelsel echter zichtbaar en werd het parlementaire stelsel definitief gevestigd. Zo werd, toen het eerste kabinet-Thorbecke ontslag aanbood als gevolg van het feit dat de Koning een niet door het kabinet gedragen standpunt betreffende de herinvoering van de bisdommen in Nederland innam, duidelijk dat het systeem de eenheid van Koning en ministers impliceert. Conflicten tussen de regering en het Tweede Kamer in 1866 en 1868 lieten zien dat een kabinet het vertrouwen van een meerderheid van de Tweede Kamer moet hebben. Het Meerenbergarrest van 1879,1 gevolgd door de grondwetsherziening van 1887,2 leidde er vervolgens in essentie toe dat algemene maatregelen van bestuur op de wet moeten berusten. Van de zelfstandige regelgevende bevoegdheid van de regering was hierna nog weinig over.3
De grondwetsherziening van 1887 maakte de invoering van administratieve rechtspraak mogelijk. Het duurde echter nog lang voordat (algemene) administratieve rechtspraak werd ingevoerd. De discussie rondom en de ontwikkeling van de administratieve rechtspraak komt in een latere paragraaf uitgebreid aan de orde. Hier kan worden volstaan met de vermelding dat de discussie voor het eerst in de belangstelling van een breder publiek kwam door de geschriften van de hoogleraar Buijs, die administratieve rechtspraak zag als een sluitsteen van de rechtsstaat. Hij oriënteerde zich hierbij sterk op de Duitse rechtsstaatleer.
In de twintigste eeuw is in Nederland op institutioneel vlak geen sprake van veel belangrijke veranderingen, maar van een verfijning van het bestaande stelsel. De bevolkingsgroei, technische ontwikkelingen en rampen en crises, waaronder de twee wereldoorlogen, hebben ook in Nederland tot een uitbreiding van het bestuursapparaat en de overheidsbemoeienis geleid. In de periode van wederopbouw en herstel ontstond de verzorgingsstaat, gekenmerkt door een overheid die bewust ordenend optreedt en die verantwoordelijk wordt gehouden voor de welvaart én het welzijn van de burgers. Ook in Nederland heeft de verzorgingsstaat uiteindelijk geleid tot tegenreacties, waarbij valt te wijzen op processen van heroverweging van de overheidstaken, deregulering en privatisering.