Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/7.3.a
7.3.a Beleidsvrijheid
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS603469:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Paragraaf 5.4.
Paragraaf 5.4.
Vgl. de vrees van Kamerleden over de open belangmaatstaf in Handelingen II 2011/12, nr. 5, p. 4.39 en 4.41.
Paragraaf 7.2d.
HR 26 mei 2015, NJ 2015/337, m.nt. Borgers; volgens de HR impliceert 80a-afdoening “dat geen vragen aan de orde zijn die behandeling in cassatie rechtvaardigen dan wel in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming beantwoording behoeven”, wat een maatstaf is die mogelijk iets eerder tot toelating van een cassatieberoep zal leiden dan de ‘nopen’-maatstaf.
Vgl. conclusie Vellinga voor HR 28 mei 2013, ECLI:CA1234; conclusie Knigge voor HR 1 oktober 2013, ECLI:819; zie bijv. HR 28 januari 2014, ECLI:184; HR 8 juli 2014, ECLI: 1617; HR 19 mei 2015, NJ 2015/259.
(Conclusie A-G Vegter voor) HR 7 februari 2017, ECLI:173 (Badr Hari).
HR 31 mei 2016, ECLI:1007, ECLI:1012, ECLI:1014, ECLI:1016 (Tattoo killers).
Zie bijv. HR 14 januari 2014, ECLI:65; HR 31 mei 2016, ECLI:1024; HR 28 juni 2016, ECLI:1338, HR 28 juni 2016, ECLI:1342; HR 30 augustus 2016, ECLI:2007.
HR 17 mei 2016, ECLI:876.
HR 20 november 2012, ECLI:BY3914; HR 4 oktober 2016, ECLI:2261.
HR 15 januari 2013, ECLI:BZ0007; HR 15 september 2015, ECLI:1492.
HR 7 juli 2015, ECLI:1796, zie over 80a-toepassing op dergelijk zaken ook Stamhuis 2015.
Artikel 80a RO is om te beginnen een eenzijdige beleidsvrije bevoegdheid, de Hoge Raad ‘kan’ op grond van deze bepaling een beroep niet-ontvankelijk verklaren. Evenals bij het schriftuurvereiste in hoger beroep is hier dus sprake van toelatingsvrijheid.1 Dat wil zeggen dat de Hoge Raad de bevoegdheid heeft om het beroep toe te laten, ofschoon aan de weigeringsvoorwaarden van artikel 80a RO is voldaan.
Anders dan het schriftuurvereiste in hoger beroep, zijn evenwel ook de vereisten van artikel 80a RO op zichzelf onbepaald. In hoger beroep geldt dat alleen als niet (tijdig) een schriftuur met grieven is ingediend de beleidsvrijheid van artikel 416 Sv van toepassing is.2 Of zo’n schriftuur is ingediend, is doorgaans gemakkelijk vast te stellen en is vooral ook gemakkelijk door de insteller van het beroep te beïnvloeden – door een schriftuur in te dienen. Of daarentegen de ingediende klachten niet tot cassatie kunnen leiden en of onvoldoende belang bij een beroep bestaat, is op het eerste gezicht veel minder gemakkelijk vast te stellen.3 De maatstaven van artikel 80a RO lijken aan de Hoge Raad aanzienlijke beoordelingsvrijheid te geven. Dat geen beleidsvrijheid tot toegangsweigering bestaat, sluit dus niet uit dat de Hoge Raad toch beoordelingsvrijheid heeft om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Over de redenen waarom de beleidsvrijheid tot toelating van het beroep benut kan worden, leert de wetsgeschiedenis volgens mij dat een beroep voor behandeling in cassatie moet worden toegelaten indien de belangen van rechtseenheid of rechtsontwikkeling daartoe nopen.4 Zoals blijkt uit de uitspraak over 80a-afdoening van verzoeken tot prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU deelt de Hoge Raad dat oordeel.5 Het gaat in de praktijk bijvoorbeeld om zaken waarin de Hoge Raad wetgeving of eigen rechtspraak nog eens onder de aandacht brengt,6 maar soms ook om zaken die veel media-aandacht hebben gekregen,7 al staat dat laatste voor toegang tot cassatie op zichzelf niet garant.8 Ook de grote ernst van de feiten lijkt op zichzelf onvoldoende zwaarwegend voor behandeling in cassatie,9 ook in jeugdzaken.10 Voorts is niet uitgesloten dat artikel 80a RO wordt toegepast buiten cassatie in reguliere strafzaken, zoals in uitleveringszaken,11 cassatie tegen beschikkingen of profijtontneming,12 of in zogeheten ‘Antilliaanse’ zaken betreffende het Koninkrijk buiten Europa.13