Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/16.2.3:16.2.3 ‘Onroerende zaak’
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/16.2.3
16.2.3 ‘Onroerende zaak’
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS458849:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens de regering vallen onder de terminologie ‘onroerende zaak’ ‘alle gebouwen die bestemd zijn voor de openbare eredienst en openbare bezinningsbijeenkomsten, dus ook bijvoorbeeld moskeeën en synagogen’.1 De betekenis van de onroerende zaak volgt daarmee de uitleg van de term eredienst en openbare bezinningssamenkomst. In de jurisprudentie zijn er eigenlijk nagenoeg geen gevallen waar de terminologie ‘onroerende zaak’ ter discussie stond. Enkel kan gewezen worden op een zaak die diende voor de Rechtbank Overijssel van 2014. Daarin werd de rechter geconfronteerd met een onbebouwde onroerende zaak die voor de eredienst werd gebruikt. Het ging hier om een perceel grond dat gedurende zes feestdagen per jaar gebruikt werd voor openbare erediensten. Daarnaast gingen er wel eens mensen naar het perceel om te bidden na afloop van het vrijdaggebed. Hoewel de rechtbank aanvaardde dat de kerkenvrijstelling op een lap grond van toepassing kon zijn, oordeelde hij dat er geen sprake was van een ‘onroerende zaak die in hoofdzaak is bestemd voor de openbare eredienst’. De mate van gebruik van het perceel voor de eredienst was in de zienswijze van de rechtbank onvoldoende om voor de vrijstelling in aanmerking te komen. Hierover in het navolgende meer.