Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/6.2.3.2
6.2.3.2 Aandeelhouder/ondernemer
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS500129:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie N.H. de Vries en R.J. de Vries, Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), Deventer: Gouda Quint, onderdeel, 2.16.E,e.3, die vervolgens nog opmerken dat theoretisch de meest zuivere oplossing lijkt, die waarbij als kostprijs van de bonusaandelen wordt beschouwd het bedrag waarmee de kostprijs van de oorspronkelijke aandelen ten gevolge van de bonusaangifte moeten worden verlaagd.
Zie in dit verband HR 1 juni 1955, nr. 12.305, BNB 1955/291* waarin de Hoge Raad overwoog: dat ‘bij een gelijkelijke uitreiking van bonusaandelen aan aandelen de aanspraken, welke een aandeelhouder heeft op zijn gerecht aandeel in het vermogen van het lichaam, niet vermeerderen, doch slechts worden belichaamd in een groter aantal aandeelbewijzen.’
Dat valt met name af te leiden uit de overweging in HR 1 juni 1955, nr. 12.305, BNB 1955/291*dat ‘een verplichting (..) niet kan worden aanvaard’. N.H. de Vries en R.J. de Vries, Cursus Belastingrecht (Vennootschapsbelasting), Deventer: Gouda Quint, onderdeel 2.16.E,e.3, geven een overzicht van de opvattingen in de literatuur.
Zie over de waardering van aandelen L.W. Sillevis en F.H. Lugt, Cursus Belastingrecht (Inkomstenbelasting), Deventer: Gouda Quint, onderdeel 2.2.14.G, a en b.
Ten aanzien van de aandeelhouder ex art. 3.4 Wet IB 2001 die zijn aandelen tot zijn ondernemingsvermogen rekent, rijst de vraag of de omzetting van een BV in een NV (of omgekeerd) leidt tot realisatie van de eventueel in de waardering van de aandelen begrepen stille reserve. Reeds omdat de aandelen als vermogens- en stemrechten het ondernemingsvermogen niet verlaten, ontbreekt mijns inziens een realisatiemoment in de zin van art. 3.25 Wet IB 2001. De aandelen staan derhalve na de omzetting voor dezelfde waarde te boek in de fiscale vermogensopstelling als vóór de omzetting. De fiscale claim op een eventuele stille reserve blijft aldus behouden.
Een kapitaalvermeerdering door omzetting van winstreserves in aandelenkapitaal hoeft geen gevolgen te hebben voor de fiscale winst. Voor de heffing van dividendbelasting wordt bij wege van fictie de bonusuitgifte gesplitst in een uitbetaling van dividend gevolgd door storting van dit dividend op het nieuwe aandeel (zie par. 6.4.2 hierna). Uit HR 1 juni 1955, nr. 12.305, BNB 1955/291* en HR 24 januari 1962, nr. 14.616, BNB 1962/114* volgt dat deze ontleding van de bonusaangifte in twee stappen niet behoeft te worden gevolgd in de winstsfeer. In HR 1 juni 1955, nr. 12.305, BNB 1955/291* overweegt de Hoge Raad namelijk dat, aangezien bij een bonusuitgifte ‘in werkelijkheid geen uitkering noch storting plaatsvindt, (...) een verplichting tot een hogere waardering op grond, dat bijschrijving de aanschaffingskosten zou verhogen, niet kan worden aanvaard.’ Op grond van HR 24 januari 1962, nr. 14.616, BNB 1962/114* wordt vervolgens aangenomen dat de kostprijs van de aandelen gehouden vóór de bonusuitgifte, naar evenredigheid (van de nominale waarden) over deze aandelen en de bonusaandelen kan worden verdeeld.1 Alsdan staan de aandelen vóór de bonusuitgifte tezamen met de bonusaandelen te boek voor de kostprijs van de aandelen vóór de bonusuitgifte.2 Deze gang van zaken heeft de Staatssecretaris van Financiën expliciet bevestigd tijdens de parlementaire behandeling van de Wet Werken aan winst. De bewindsman merkte op:3
‘Bij de uitreiking van bonusaandelen kan de belastingplichtige kiezen uit meerdere stelsels. Er zijn stelsels waarbij het genieten van bonusaandelen wordt afgehandeld buiten de verlies- en winstrekening om, in die zin dat aan het bonusaandeel geen waarde wordt toegekend omdat de bestaande aandeelhoudersrechten slechts over meer papiertjes wordt verdeeld.’ (...) Er zijn ook stelsels waarbij in het bonusaandeel een voordeel wordt gezien dat via de verlies- en winstrekening loopt.’
Met de Staatssecretaris van Financiën ben ik het eens dat het is toegestaan ter zake van de ontvangst van een winstbonus wél een voordeel tot uitdrukking te brengen.4 Overigens kan uit HR 17 maart 1999, nr. 33.673, BNB 1999/230c* worden opgemaakt dat dit niet het geval is binnen het stelsel van waardering op kostprijs. Het tot uitdrukking brengen van een voordeel is met name van belang voor de heffing van vennootschapsbelasting in het kader van de vaststelling van het voor de deelneming in de in een NV omgezette BV (of omgekeerd) opgeofferde bedrag ex art. 13d Wet VPB 1969 (zie par. 6.2.3.4 hierna).
De vermindering van het kapitaal door afstempeling van de aandelen (zonder teruggaaf) heeft geen directe gevolgen voor de heffing van inkomstenbelasting van de ondernemer. Hoewel vennootschapsrechtelijk pas bij de afstempeling het door de rechtspersoon geleden verlies ten laste van de aandeelhouder komt, zullen de aandelen doorgaans reeds op grond van goed koopmansgebruik zijn afgewaardeerd.5