Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.A.2.3
III.A.2.3 Wie kan erfrechtelijk opdrachtnemer zijn ?
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404943:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
TM, p. 348, Parl. Gesch.Vast. 840.
MvA, nr. 6, p.98, Parl. Gesch.Vast., p. 841.
Anders W. BREEMHAAR, De uiterste wilsbeschikking (diss. Groningen), Deventer: Klu-wer 1992, p. 165, alsmede ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005, nr. 510. Mijns inziens is, nu een rechtspersoon met een natuurlijk persoon voor het vermogensrecht gelijkgesteld is, de negatieve formulering doorslaggevend voor de positieve beantwoording van de rechtsvraag. Zie Parl. Gesch.Vast., p. 841.
Zie voor de vraag of beroepsbeoefenaars op het gebied van de individuele gezondheidszorg, geestelijk verzorgers, exploitanten en bestuurders van verzorgings- en verplegingsinstellin-gen of in deze instellingen werkzame personen, tot executeur of bewindvoerder benoemd kunnen worden B.M.E.M. SCHOLS, Handboek Erfrecht, Deventer: Kluwer 2006, Hoofdstuk XV, nr. 6,W BREEMHAAR, De uiterste wilsbeschikking (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 1992, p. 70 merkt op dat art. 4: 59 BW slechts geldt voor makingen. Een executeursbenoeming is geen 'making'. De in art. 4:59 BW genoemde personen kunnen dan ook alleen maar via een uitdrukkelijke wetsbepaling van een executeurbenoeming uitgesloten worden en niet via het analoog toepassen van een bepaling. Breemhaar, p. 164 vindt overigens wel dat art. 4:157 lid2 BW van overeenkomstige toepassing is op de executeur. Het is ondanks het feit dat ik executele zie als een species van bewind goed de verschillen in de uitwerking in aparte afdelingen te blijven zien. Het beheer van de bewindvoerder moet door de legitimarissen niet 'geduld' worden, het beheer van de executeur daarentegen wel.
J. EGGENS, Huwelijksgoederenrecht en -erfrecht (J.G. KLAASSEN), Arnhem: Gouda Quint 1938, p. 374. Hij wijst op art. 1029 Cc (oud), waaruit blijkt dat de Fransen destijds al wat liberaler waren in deze. Met toestemming van de man mocht het wel.
BENGEL/REIMANN, Handbuch der Testamentsvollstreckung, Munchen: Verlag C.H. Beck 2001, p.72.
MvA, nr. 6, p. 101, Parl. Gesch.Vast., p. 846.
In beginsel kan iedereen executeur worden. Dit is niet vreemd als men bedenkt dat in beginsel ook iedereen opdrachtnemer/lasthebber of gevolmachtigde kan zijn. Toch worden in de regeling van executele enkele personen uitdrukkelijk uitgesloten. De wetgever heeft gekozen voor een negatieve formulering. Executeur kunnen niet worden (art. 4:143 lid 2 BW):
handelingsonbekwamen;
degenen van wie een of meer goederen onder een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 zijn gesteld;
degenen die in staat van faillissement verkeren of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.
Meijers wees er destijds op dat niet met verwijzing naar lastgeving kon worden volstaan, omdat lasthebber ook degenen kunnen zijn die niet handelings-bekwaam zijn.1 Weer een verborgen vingerwijzing naar de quasi-lastgeving?
Uit de negatieve formulering van art. 4:143 lid 2 BW blijkt dat ook rechtspersonen executeur kunnen zijn.2 Uit art. 4:157 BW waarin ook gekozen is voor een negatieve formulering, doch waar in lid 3 uitdrukkelijk bepaald is dat alleen rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid tot bewindvoerder be-noemdkunnen worden, leidik af dat een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid, de zogenoemde informele vereniging, wel executeur kan zijn.3 Een gedachte zou kunnen zijn om in deze zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij de regeling van het testamentair bewind, aangezien een executeur ook het beheer van de nalatenschap heeft. Nu de executele echter een eigen regeling kent met betrekking tot de vraag wie executeur kan worden, kies ik uitdrukkelijk niet voor het analoog toepassen van de regeling van het testamentair bewind.4
Over de benoeming van een notaris tot executeur en de relatie van een notaris tot een executeur zal, zoals opgemerkt, hierna uitgebreidaandacht worden besteed.
Dat het niet altijdvanzelfsprekend is geweest dat 'iedereen' executeur kan worden blijkt wel uit de constatering van Eggens5 in 1938 dat een man zijn vrouw wel tot executeur kan benoemen, doch dat als de betreffende weduwe tijdens de executele zou hertrouwen, de executele dan zou komen te verval-len.Waarom? In het destijds geldende art. 1053 BW werden'getrouwde vrouwen' niet tot de executele toegelaten.
In de Duitse literatuur6 heeft men een 'checklist' opgesteldvan vijf punten waar de 'ideale' executeur aan zou moeten voldoen. Immers: 'Der Erfolg ein-er Testamentsvollstreckung hangt wesentlich von der Person desTestaments-vollstreckers ab'. Hierbij heeft men de navolgende persoon (met de navolgende 'kenmerken') in gedachten:
volles Vertrauen des Erblassers;
mensliche Qualifikation, um mit den zu erwartenden personlichen Schwierigkeiten fertig werden zu konnen;
ausreichende Kenntnis der wirtschaftlichen und rechtlichen Zusammen-hange in seiner Aufgabe;
ein Alter, das die Aufgabenerfullung wahrendder gesamten Dauer der Testamentsvollstreckung erwarten lasst;
ausreichende Zeit.
Vooral uit de eerste eigenschap blijkt weer uit welke bron de rechtsverhouding ontspringt en op basis waarvan deze dient te worden ingevuld: het vertrouwen van erflater.
Ook de minister realiseerde zich dat alles staat en valt met de persoon van de executeur. Toen immers voorgesteldwerdom als taakomschrijving van de executeur in de wet op te nemen 'het bemiddelen, appaiseren en tot elkaar brengen van partijen als er kwesties zijn, en in het algemeen het brengen van de boedel in staat van verdeling', zag hij hier geen heil in, omdat:7
'het zeer van de door de erflater aangestelde persoon afhangt, of deze voor een zodanige taak de geschikte man is.'
Inderdaad. Erfrechtelijk 'appaiseren' lijkt niet voor iedereen te zijn weggelegd.