Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/3.5.2.2
3.5.2.2 Legitiem doel en proportionaliteit
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS490747:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 16 februari 2000 (Fitt t. Verenigd Koninkrijk), § 45.
Hendriks 2009, p. 212. Ik wijs in dit verband op § 2.5.3.3.2. Daarin kwam de ‘margin of appreciation’ als beginsel voor de uitlegging van het Verdrag aan de orde.
Vgl. EHRM 29 april 2002 (Pretty t. Verenigd Koninkrijk), NJ 2004, 543 (m.nt. Alkema).
Hendriks 2009, p. 212.
Zie onder meer EHRM 23 april 1997 (Van Mechelen e.a. t. Nederland), § 54 e.v. en EHRM 8 juli 2008 (Kart t. Turkije), § 73-74.
EHRM 21 september 1994 (Fayed t. Verenigd Koninkrijk), NJ 1995, 463, § 65. Nadien in min of meer gelijke zin EHRM 17 december 1996 (Saunders t. Verenigd Koninkrijk),BNB 1997/254 (m.nt. Feteris); NJ 1997, 699 (m.nt. Knigge), § 74 en EHRM 21 december 2000 (Heaney en McGuinness t. Ierland), § 58.
EHRM 20 november 1989 (Kostovski t. Nederland), NJ 1990, 245 (m.nt. Alkema), § 44.
EHRM 18 februari 1997 (Nideröst-Huber t. Zwitserland), NJ 1997, 590, § 30.
In strafprocedures kunnen publieke belangen spelen, die een beperking op één of meer verdedigingsrechten kunnen rechtvaardigen. Vgl. de nationale veiligheid, de noodzaak om getuigen te beschermen, het geheimhouden van opsporingsmethoden et cetera. Beperkingen moeten wel noodzakelijk zijn.1 De beoordeling daarvan is in eerste instantie aan de verdragsstaten zelf. Zij zijn immers bij uitstek in de positie om een alomvattende belangenafweging te maken en in te schatten welke maatregelen op enig moment het meest zijn aangewezen.2 Deze beoordelingsvrijheid ‘will vary in accordance with the nature of the issues and the importance of the interest at stake’.3
Redelijke balans publiek en individueel belang
Of een inperking van een door het EVRM gegarandeerd recht in een democratische samenleving noodzakelijk is, omvat een proportionaliteitstoets.4 Een beperking is verenigbaar met een verdragsrecht wanneer die een gerechtvaardigd doel dient en er een redelijke, proportionele verhouding is tussen de middelen die worden ingezet en de doelen die worden nagestreefd.5 Wanneer een minder beperkende maatregel volstaat, dan moet die maatregel worden toegepast. Dit geeft uitdrukking aan de redelijke balans die het Hof zoekt tussen de publieke belangen enerzijds en de belangen van het individu anderzijds.6
Ik wijs in dit verband op de noot van Feteris onder het arrest Västberga Taxi Aktiebolag en Vulic. Daarin merkt hij onder verwijzing naar de zaken Kostovski7 en Niederöst-Huber8op, dat de afweging van de belangen van het individu tegen algemene belangen ook natuurlijke grenzen kent, omdat de behoefte van de overheid aan efficiënte procedures geen beperking rechtvaardigt op het in art. 6 begrepen beginsel van een adversair proces.9
Compensatie inperking rechten door procedurevoorschriften
Van belang is ook dat het Hof in de meer genoemde zaak Fitt overweegt dat het recht op een behoorlijk strafproces met zich meebrengt dat de moeilijkheden die de verdediging ondervindt door een (procedurele) beperking van haar rechten, voldoende moet worden gecompenseerd door procedurele waarborgen.10 Deze compensatie strekt ertoe de (procedurele) gelijkheid van partijen te waarborgen.