Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/I.D.4
I.D.4. Het Belgische mandaat wederom 'sui generis', Hof van Cassatie 28 april 1994 (De Brouwer/ De Brouwer)
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408249:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ongetwijfeldzal ook een verklaring zijn voor het ontstaan van de vele Duitse theorieen, dat er geen rechtsstelsel is met zo'n sterke 'executeur' als de Duitse Testamentsvollstrecker. Zie de Duitse literatuur (OFFERGELD, LAUER, BENGEL/REIMANN) hierover in de inleiding. De Belgische executeur is daarentegen'zwak' te noemen. Het feit dat er zonder 'Theo-rienstreit'een heersende leer aan te geven is met betrekking tot de aard van de Belgische testamentuitvoerder, wil nog niet zeggen dat alles goud is wat er blinkt in de Belgische regeling, D. VAN GRUNDERBEECK, Uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen, in Commentaar Erfenissen, Schenkingen en Testamenten, Antwerpen: Kluwer 1997, p. 151.
Er moest rekening en verantwoording afgelegd worden 'niet enkel van de uitvoering van het hem op 30 juli 1970 verleende mandaat, maar ook van zijn opdracht als testamentuitvoerder van zijn vader [...]' (Curs. BS) Ook wordt gesproken van het 'beheer' van de testamentuitvoerder.
FRANK BUYSSENS, Erfrecht en testament (HEP 5), Brussel: De Boeck & Larcier 2005,p. 233.
In de Belgische wet wordt net als in de Duitse wetgeving geen expliciete uitspraak gedaan over de aard van de rechtsfiguur 'testamentuitvoering'.Toch is er een nagenoeg eenduidige heersende leer en is er geen strijd tussen allerlei theorieen geweest zoals onder het Duitse recht. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat er zo'n diepe historische wortels zijn voor het 'mandatum speciale', dat er geen expliciete wettelijke basis nodig is om de testamentuitvoerder een plaatsje te geven binnen het Belgisch Burgerlijk Wetboek.1 Onder het Belgische recht is de testamentuitvoering een bijzondere soort lastgeving oftewel een mandaat sui generis. Dat men desondanks ook in Belgie 'enigszins' in de buurt van het algemene vermogensrecht, te weten de overeenkomst van lastgeving, wil blijven, blijkt uit een uitspraak van het Hof van Cassatie van 28 april 19942 in de zaak De Brouwer/De Brouwer, die overigens handelde over een procesrechtelijke kwestie:
'[...] dat uit die vaststellingen volgt dat de feiten waarop de dagvaarding, de conclusie en de vordering tot vrijwillige tussenkomst berusten, dezelfde zijn, te weten het beheer door eiser van het vermogen van zijn vader voor en na diens overlijden; dat het zonder belang is dat het ''mandaat'' van de testamentuitvoerder niet letterlijk overeenstemt met de definitie in artikel 1984 van het Burgerlijk Wetboek [...].' (Curs. BS)
En wat staat er 'letterlijk' in artikel 1984 BBW?
'Lastgeving of volmacht is een handeling, waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen. Het contract komt slechts tot stand door de aanneming van de lasthebber.'
Afgezien van de rechtshistorische wortels, bestaat ook in Belgie blijkbaar in de moderne rechtspraak de behoefte om aansluiting te zoeken bij het algemene vermogensrecht. En wellicht brengen de woorden 'niet letterlijk' van het Hof van Cassatie ons veel verder dan 'sui generis'. 'Sui generis' betekent immers, zo leert Fockema Andrea's: 'eigenaardige hoedanigheid, niet onder een algemene omschrijving of rangschikking te brengen'.
Voor een niet in de wet uitdrukkelijk geregeld leerstuk als aansprakelijkheid van de testamentuitvoerder wordt overigens in het Belgische recht aangenomen dat de algemene aansprakelijkheidsregels van lastgeving, art. 1991 1992 en 1993 BBWanaloog moeten worden toegepast.3