Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/4.2.3
4.2.3 Lomé I Overeenkomst en LGO-besluit III
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181141:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ibid.
Ibid.
Lomé Overeenkomst, Preambule. In Kamerstukken II 1975-1976, 13 672, nr. 3-4, p. 4, wordt hierover vermeld: “Deze gelijkheid ware, gelet op de inhoud en strekking van de Overeenkomst, te verstaan in de zin van gelijkwaardigheid.”
Ibid. Dit zijn regels met betrekking tot de oorsprong van goederen.
Ibid. Art. 1 Besluit van de Vertegenwoordigers van de regeringen der lid- staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, in het kader van de Raad bijeen, van 20 januari 1976 houdende opening van tariefpreferenties voor de producten die onder de bevoegdheid van deze Gemeenschap vallen en van oorsprong zijn uit de met de Gemeenschap geassocieerde landen en gebieden overzee luidt: “De rechten die in de Gemeenschap van toepassing zijn op de invoer van de produkten die onder de bevoegdheid van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen en van oorsprong zijn uit de landen en gebieden die worden genoemd in bijlage I van Besluit 76/568/EEG en de heffingen van gelijke werking als deze rechten, of het innen van deze rechten en heffingen, worden geschorst zonder dat deze produkten een gunstiger behandeling kunnen genieten dan de Lid-Staten elkaar onderling toekennen.”
Het EGKS/ACS-Akkoord tussen de ACS-staten enerzijds en de EGKS anderzijds is een akkoord waar het handelsregime voor EGKS producten is geregeld. Kamerstukken II 1979-1980, 16 255, nr. 3-4, p. 32.
Kamerstukken II 1977-1978, 14 981, nr. 1, p. 2. Daarover wordt opgemerkt: “De preferentiële handelsstromen, waar het hier om gaat, zijn van marginale betekenis. In de zes oorspronkelijke lid-staten der Gemeenschap beliep in 1973 de waarde der uit de LGO ingevoerde LGO-producten slechts 70 000 Europese Rekeneenheden. […] Het ging toen om schroot en ijzerafval, van oorsprong uit de Nederlandse Antillen. In 1974 en 1975 vond in het geheel geen invoer van EGKS-produkten uit de LGO in de Gemeenschap plaats.”
Op 29 juni 1976 werd het derde Raadsbesluit vastgesteld inzake de associatie met de LGO. De Associatie met de geassocieerde staten werd van kracht op 1 maart 1976.1 Het derde LGO-besluit uit 1976 trad op grond van art. 53 LGO-besluit op dezelfde datum in werking als de EEG/ACS-Overeenkomst van Lomé, Togo. Het gedeelte in de Lomé Overeenkomst over de handel en hetzelfde gedeelte van het LGO-besluit uit 1976 werden vervroegd in werking verklaard, om het vacuüm, dat was ontstaan doordat de Yaoundé II Overeenkomst en het LGO-besluit uit 1970 op 31 januari 1975 waren verstreken, enigszins te vullen.2 Zowel de Lomé Overeenkomst als het derde LGO- besluit verschilt in meerdere opzichten van hun eerdere pendant: de Yaoundé II Overeenkomst en het tweede LGO-besluit.3 Zo heeft bijvoorbeeld de preambule van de Lomé Overeenkomst het over ‘een nauwe en voortdurende samenwerking tot stand brengen, op basis van volledige gelijkheid van de deelgenoten’ en ‘een nieuw model van betrekkingen tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden’.4 Deze Overeenkomst diende derhalve een doorbraak te bewerkstellingen in de tot dan toe bestaande EEG/ACS-relatie. Op het terrein van de handel zijn fundamentele wijzigingen doorgevoerd ten aanzien van de Yaoundé II Overeenkomst.5 Een van de ingrijpende wijzigingen betreft de afschaffing van de zogenoemde contrapreferenties. Naast deze afschaffing van de niet-wederkerigheid, is een andere belangrijke regel van het gedeelte van de Overeenkomst over handel de zogenoemde oorsprongregels.6
Het LGO-besluit uit 1976 komt, evenals de voorgaande LGO-besluiten, in hoofdlijnen overeen met de Lomé I Overeenkomst voor de geassocieerde staten.7 Voor de LGO geldt na de vervroegde toepassing van het gedeelte inzake handel dat de onbelemmerde toegang van LGO-producten tot de EEG- markt werd verzekerd. De aanpassing van de oorsprongregels gold derhalve ook voor de LGO8 Met betrekking tot de zogenoemde contrapreferenties die in de Overeenkomst van Lomé zijn afgeschaft voor de geassocieerde staten, geldt voor de LGO een ietwat andere regeling. De enige tegenprestatie die de LGO dienen te leveren is de toepassing van ‘een meestbegunstigingsrecht voor EGKS-producten uit de Gemeenschap’9,10 Een soortgelijke bepaling voor andere dan EGKS-producten kan men ook vinden in het LGO-besluit uit 1976. Hoewel zowel de tekst van de Lomé Overeenkomst als die van het LGO-besluit uit 1976 een nieuwe geest ademt ten aanzien van de Yaoundé II Overeenkomst en het LGO-besluit uit 1970, is duidelijk dat de inhoud van beide regelingen grotendeels overeenkomt.