De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/III.4.4:III.4.4 Bevindingen
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/III.4.4
III.4.4 Bevindingen
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS380984:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de beide geschillenregelingprocedures stel ik voor eenzelfde grond te hanteren. De uitstoting en de uittreding sluiten zo mooi op elkaar aan. Overigens verwijs ik voor dit punt naar de Belgische regeling, die eveneens eenzelfde criterium voor de twee vorderingen hanteert, zie § 111.4.2. Een aandeelhouder kan bij bepaald wangedrag dan kiezen: hij stoot de misdragende aandeelhouder uit, of hij draagt zelf zijn aandelen over. Voor de uitstoting geldt wel dat de aandeelhouder een bepaald belang (een derde van het kapitaal) houdt.
De gedragsnorm van art. 2:8 lid 1 BW is een norm waaraan aandeelhouders zich vanaf de eerste dag dat zij aandelen houden in de vennootschap, dienen te houden. De aandeelhouder die de norm overtreedt, kan in mijn voorstel worden geconfronteerd met de uittreding of de uitstoting, uiteraard tegen een vergoeding, namelijk de waarde van zijn aandelen. Daarbij geldt dat niet iedere schending van de gedragsnorm tot toewijzing van de vordering zal leiden. De schending moet zodanig zijn, dat de aandeelhouder verzuimt zijn loyaliteitsplichten te vervullen. De vraag luidt of een zich redelijk gedragende aandeelhouder in dezelfde omstandigheden ook zo gehandeld zou (kunnen) hebben. Bij zijn gedrag moet de aandeelhouder niet alleen zijn eigen belangen voor ogen hebben, maar ook voldoende acht slaan op de belangen van de bij de vennootschap betrokkenen en de vennootschap zelf. Doet hij dit niet, dan is de gedragsnorm op verwijtbare wijze overtreden en ligt een vordering tot uitstoting of uittreding voor toewijzing gereed.