Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/1.6
1.6 Afbakening
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS384918:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Report of the Reflection Group on the Future of Company Law, Brussels 5 April 2011, p. 29-30. Een zelfde beeld schetst het in opdracht van de Europese Commissie verrichtte onderzoek van Ernst & Young, ‘Study on the operation and the impacts of the Statue for a European Company (SE)’, 2008/S 144-192482, final report 9 december 2009, p. 215-217.
De oprichting van een SE staat open voor NV’s en slechts onder strikte voorwaarden voor BV’s. Daarnaast geldt een verplicht minimumkapitaal van €120.000.
Het onderzoek omvat een analyse van de rol van werknemers bij een grensoverschrijdende fusie. Ik richt mij op de grensoverschrijdende fusie in het kader van de Tiende Richtlijn. De grensoverschrijdende fusie via de oprichting van een Societas Europaea (SE) heeft met de totstandkoming van de Tiende Richtlijn aan belang verloren.1 Dat heeft te maken met het bredere toepassingsbereik van de Tiende Richtlijn2 en het feit dat een grensoverschrijdende fusie resulteert in een nationale vennootschap. Ik kies er daarom voor deze fusiewijze geen prominente plaats te geven in mijn onderzoek, maar volsta met een korte beschrijving en enkele verwijzingen.
Voorts is de rol van werknemers tot uitgangspunt genomen. Deze rol onderscheidt zich in vennootschappelijke en ondernemingsrechtelijke medezeggenschap. Hiermee is aangesloten bij de Tiende Richtlijn die beide aspecten noemt als zijnde relevant. De vennootschappelijke medezeggenschap wordt in Nederland uitgeoefend door de (centrale) ondernemingsraad. Het is logisch ook de ondernemingsrechtelijke medezeggenschap vanuit de optiek van de (centrale) ondernemingsraad te benaderen, nu tussen beide medezeggenschapsvormen een zekere samenhang en verwevenheid bestaat. De medezeggenschapsrechten van de vakorganisaties (externe medezeggenschap) vallen buiten de probleemstelling. De rol van ondernemingsraden die naar Duits respectievelijk Belgisch recht zijn ingesteld, komt aan de orde voor zover deze rol invloed heeft op de positionering van de Nederlandse (centrale) ondernemingsraad.
De financiële participatie van werknemers vormt geen onderdeel van het onderzoek. Van financiële participatie is sprake wanneer werknemers aandeelhouder van de vennootschap zijn. Vanuit hun positie als aandeelhouder kunnen de werknemers weliswaar invloed uitoefenen op de gang van zaken in de vennootschap, maar dat is niet de invloed waarop de Tiende Richtlijn doelt. Ook andere rechten van werknemers blijven in het onderzoek buiten beschouwing. Dit geldt voor het behoud van arbeidsvoorwaarden en de ontslagbescherming van werknemers. Deze rechten zijn uiteraard belangrijk, maar ondergaan in beginsel geen wijziging als gevolg van een grensoverschrijdende juridische fusie. De werknemers blijven werkzaam in de lidstaat waar zij voorafgaand aan de fusie hun werkzaamheden verrichtten. Voorts vormen de vennootschappelijke aspecten van een grensoverschrijdende juridische fusie niet het eigenlijke onderwerp van deze studie. Voor een goed begrip is het ondoenlijk de vennootschapsrechtelijke aspecten geheel buiten beschouwing te laten. Het boek beperkt zich tot een bespreking van deze aspecten voor zover zij relevant zijn voor de vaststelling van de rol van werknemers. Een uitputtende behandeling blijft achterwege. Ook de fiscale problematiek, de grensoverschrijdende splitsing en de grensoverschrijdende juridische fusie van andere rechtspersonen dan kapitaalvennootschappen zijn geen onderwerpen die in dit boek worden behandeld. Hetzelfde geldt voor mededingingsrechtelijke aspecten die een fusie in de weg kunnen staan.