Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/3.2.2.2
3.2.2.2 Wetswijziging 1992
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180318:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 20 februari 1990 tot inwerkingtreding van de Boeken 3, 5 en 6 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten, Stb. 1990, 90.
Kamerstukken 17 725, Tweede Kamer, vergaderjaar 1984-1985, nr. 7 (MvA), p. 15. Zie ook: J.M.M. Maeijer en J.A.W. Schreurs, Parlementaire geschiedenis rechtspersonen- en vennootschapsrecht in verband met de invoering van de boeken 3, 5 en 6 NBW op 1 januari 1992, Alphen aan den Rijn: Samsom H.D. Tjeenk Willink 1991, p. 55.
Bij de wetswijziging van 1 januari 1992 werd artikel 2:14 BW hernummerd tot artikel 2:10 BW.1 Inhoudelijk trad geen wijziging op van de leden 2 en 3. Met betrekking tot de bewaarplicht van artikel 2:10 lid 3 BW werd in de parlementaire geschiedenis wel een van belang zijnde opmerking gemaakt in relatie tot de voortschrijdende moderne techniek. Op de aan de minister van Justitie gestelde vraag of bij de bewaarplicht gebruik gemaakt mocht worden van moderne technieken, zoals bijvoorbeeld mechanische opslag, antwoordde de minister dat deze vraag nog in studie was.2