Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/2.2.1:2.2.1 Een ‘pennetje’
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/2.2.1
2.2.1 Een ‘pennetje’
Documentgegevens:
Robert Knegt, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Robert Knegt
- JCDI
JCDI:ADS288378:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In vroegere tijden werd een klus wel aangeduid als ‘een pennetje’ – ook nu nog geeft Van Dale’s Groot Woordenboek die betekenis. Het mooie van die term is dat daarin belangrijke aspecten van kluswerk samenkomen: de aanduiding van het werk, de verdelingsvraagstukken die het meebrengt, en de technieken en het normatief kader die daarvoor de oplossing moeten bieden. Het ‘pennetje’ maakte deel uit van de sociale technologie van de stad van de 16e/17e eeuw. De situatie kan, om te beginnen, als volgt kort worden getypeerd. Voor veel goederen was de stad aangewezen op de handel en de aanvoer van die goederen per schip. Het transport van die goederen binnen de stad was zo geordend dat het was voorbehouden aan een relatief vast aantal ‘dragers’. Hoe moesten de transporttaken over deze dragers worden verdeeld? Binnen de publieke ruimte van de stad van die tijd, waarin burgers elkaar aanspraken op gelijke participatie in de stedelijke gemeenschap, kon dat alleen via een objectief, neutraal verdelingsmechanisme.1 Een daarvan was een toerbeurtsysteem: de namen van de dragers stonden onder elkaar op een houten tableau; als een klus werd aangediend, werd er door de ‘pennevader’ een pennetje gestoken bij de naam van de drager die aan de beurt was. Was hij aanwezig, dan kreeg hij de klus; was hij er niet, dan ging zijn beurt voorbij en onder sommige regimes was hij dan ook nog een boete verschuldigd. Later meer over dit systeem.
Op deze manier werd ‘pennetje’ een metoniem voor de klus die uit de toewijzing voortvloeide. Een eenvoudig algoritme (‘toerbeurt’) werd ingezet om de verdeling een zodanig objectief, belangenneutraal karakter te geven dat, in een situatie van interne concurrentie om kansen op werk en verdiensten, zowel de vrede tussen de dragers als de dienstverlening aan de kooplieden in de stad zo goed mogelijk kon worden verzekerd, met behoud van de formele autonomie van de dragers. Het is hier van belang diensten zoals transport duidelijk te onderscheiden van de productie van waren – daarvan kon de organisatie merendeels aan de ambachtsgilden, en de verdeling, binnen de kaders door stad en marktmeester gesteld, aan de markt worden overgelaten. De markt gold in die tijd als een objectief verdelingsmechanisme dat door zijn transparantie in staat was verdelende rechtvaardigheid te realiseren.2
Ging het om diensten, dan stelden de aard van het werk en de openbare orde andere eisen. Diensten zoals transport vroegen niet om specifieke ambachtelijke kwalificaties. Ze konden niet op de markt worden uitgestald, maar moesten wel voldoen aan algemene eisen ten aanzien van kwaliteit en betrouwbaarheid. Als elke willekeurige passant in de stad transportdiensten zou kunnen verrichten, dreigde een wanorde te ontstaan die niet alleen de dragers zou schaden, maar ook de openbare orde van de stad, en in zekere mate ook de kooplieden die van hun diensten gebruikmaakten (al gaven zij uit prijsoverwegingen vaak de voorkeur aan vrije concurrentie tussen dragers). Daar kwam nog bij dat de accijnsheffing van de stedelijke overheid, via het instituut van de waag, gebaseerd was op de (weeg)activiteiten van de dragers. Zij waren in zoverre ook publieke functionarissen en er werd van hen dan ook gevergd dat ze de eed aflegden op het waarachtig registreren van gewichten ten behoeve van de accijnsheffing. Het is dan ook niet verwonderlijk dat voor hen, naar analogie van de ambachtsgilden, een relatief gesloten verband werd gecreëerd, met een vast aantal dragers als leden, een aparte keur, toezichthouders, enz., een gilde dat echter (anders dan gebruikelijk) van bovenaf, door de stedelijke overheid werd ingesteld.