Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.5.3.1
17.5.3.1 Het stelsel van de Wge
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366091:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Struyken en Schim, p. 111 en 112 en Asser\Bartels en Van Mierlo, nr. 580.
Zie art. 12 lid 3 Wge.
Struyken en Schim, p. 109.
Struyken en Schim, p. 109.
Art. 11 Wge.
Zie hierover uitgebreid Struyken en Schim.
Indien een deelgenoot al niet zou kwalificeren als aandeelhouder, kan deze daar minstens aan gelijk gesteld worden als bedoeld in HR 29 maart 2013, NJ 2013/304 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2013/166 m.nt. Doorman (Chinese Workers).
Hof Amsterdam (OK) 15 mei 2008, JOR 2008/196 m.nt. Assink (ABN AMRO).
Buijn en Storm, par. 13.3.1.
Buijn en Storm, par. 13.2.3.2.
Voor girale aandelen geldt een apart goederenrechtelijk regime, namelijk dat van de Wet giraal effectenverkeer. Dit regime is ingegeven door het feit dat effecten veelal via banken worden aangehouden en de wens om de rechthebbenden op deze effecten te beschermen tegen het risico van faillissement van de bank.1
Het regime van de Wet giraal effectenverkeer houdt in dat aandelen zijn ondergebracht in verzameldepots als bedoeld in Hoofdstuk 2 Wge. De aandelen in een verzameldepot komen gezamenlijk toe aan de deelgenoten.2 Het aandeel van de deelgenoten in het verzameldepot correspondeert met het aantal aandelen in dat depot.3 De toonderaandelen in het verzameldepot zelf wo-den echter gehouden door de intermediair als gedefinieerd in art. 1 Wge4 en de aandelen op naam staan geregistreerd op zijn naam.5 Deze intermediair “houdt” het verzameldepot in de zin van art. 9 Wge en beheert de aandelen6 voor de deelgenoten.
Dit leidt tot de vraag wie binnen de context van de rechtspersoon moet worden gezien als de aandeelhouder. In de literatuur en praktijk worden de deel-genoten als aandeelhouder gezien.7 Indien bijvoorbeeld een deelgenoot een aandeel in het verzameldepot heeft dat correspondeert met vier aandelen, wordt deze deelgenoot binnen de context van de rechtspersoon gezien als de houder van vier aandelen.
Ook in de praktijk van het enquêterecht wordt de deelgenoot als de aandeelhouder aangemerkt. Bij mijn weten worden enquêteprocedures altijd ingesteld door deelgenoten en niet door de intermediair en heeft dat nog nooit geleid tot het verweer dat verzoeker niet ontvankelijk is omdat hij geen aandeelhouder is.8 Rechtspraak hierover ontbreekt derhalve. Wel is in het kader van de uitkoopprocedure door de ondernemingskamer bepaald dat de deelgenoten en niet de intermediair kwalificeren als de aandeelhouder.9
Een ander aspect van giraal effectenverkeer is dat het ongeveer drie dagen duurt voordat effectentransacties zijn afgewikkeld. Storm vat het proces, aangeduid als “clearing en settlement”, als volgt samen:
“[…] de afwikkeling van beurstransacties in aandelen [vindt] plaats door middel van het proces van clearing en settlement. Onder clearing wordt verstaan het salderen van transacties alsmede het overnemen van tegenpartijrisico door een clearingorganisatie. Settlement houdt in dat na een transactie, op basis van de door de clearingorganisatie gegenereerde settlementinstructies, de koopprijs daadwerkelijk betaald wordt en de aan-delen daadwerkelijk geleverd worden.”10
en
“De marktexploitant, zoals in Nederland Euronext Amsterdam N.V., accepteert van haar leden orders […] Zodra twee tegengestelde orders samengebracht zijn (koop en verkoop), kan de transactie via bij een centrale tegenpartij aangesloten clearinginstellingen resulteren in een levering van effecten tegen betaling. Een centrale tegenpartij (central counterparty of ccp) kan gedefinieerd worden als een entiteit die zichzelf juridisch tus-sen de clearinginstellingen in plaatst, en daarbij de koper wordt voor de voor rekening van de verkopende partij optredende clearinginstelling en de verkoper voor de voor rekening van de kopende partij optredende clearinginstelling. […] Op deze manier worden via clearinginstellingen transacties gesloten met de ccp welke transacties periodiek (bijvoorbeeld aan het einde van elke beursdag) gesaldeerd worden (novatie) zodat de netto-posities kunnen worden afgewikkeld door betaling en levering (of beter: overboeking) van geld en effecten (settlement). Vaak vindt de settlement plaats drie dagen na totstandkoming van de transactie (T+3).”11