Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/5.5.5:5.5.5 Conclusie
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/5.5.5
5.5.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS495983:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De OFT slaat in het licht van de goede trouw zo veel mogelijk acht op (ideaaltypische) belangen en het transparantiebeginsel.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
311. Het Engelse recht kent verschillende visies op de aanzienlijke verstoringstoets. Een beding wordt zelden tot nooit op zichzelf beoordeeld. De vergelijking met de wet speelt wel een rol in het kader van de redelijke verwachtingentoets. De relatief abstracte balans, waarbij slechts naar de overige inhoud van de overeenkomst wordt gekeken (vaststelling van een `mirror image' of van de redelijke verwachtingen op grond van de inhoud van het beding) is kenmerkend voor de beslissingen van de OFT.1 Het verstoringscriterium wordt in de rechtspraak vooral concreet benaderd, in het licht van de goede trouw. Deze vaststelling van de `substantive unfaimess' bestaat uit een belangenafweging. Bij de redelijke verwachtingentoets op grond van de goede trouw is er aandacht voor de inhoudelijke verstoring maar de procedurele omstandigheden geven de doorslag. Dit is opmerkelijk omdat de redelijke verwachtingentoets met name in collectieve zaken is toegepast. In par. 5.6 wordt nagegaan welke rol procedurele omstandigheden precies spelen bij de toetsing aan Reg. 5(1).