Privacyrecht is code
Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/7.8.1:7.8.1. Het eerste cluster: PET zelf
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/7.8.1
7.8.1. Het eerste cluster: PET zelf
Documentgegevens:
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS576454:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
a. Relatief voordeel
In de 'workshops' in het Verenigd Koninkrijk met experts uit het bedrijfsleven was opvallend weinig discussie over de specifieke kenmerken van de mogelijke PET-oplossingen. De experts betwijfelden of het wel een goede aanpak was om te zoeken naar technologische oplossingen voor het oplossen van het privacyvraagstuk, want organisaties geven al erg weinig geld aan privacymanagement uit, laat staan aan technologische oplossingen. Hosein concludeerde uit de discussies op dit punt dat:
"This certainly validates the view that relative benefit and advantages of a technological solution is an issue, though the level of doubt is not promising."1
b.Compatibiliteit
Met compatibiliteit wordt enerzijds bedoeld de mate waarin PET aansluit bij andere, oudere, methoden die privacy beschermen en anderzijds de mate waarin PET aansluit bij andere concepten binnen de organisatie, zoals de cultuur. In Nederland wordt de compatibiliteit van PET matig geacht, want als technische beschermingsmaatregel verschillen PET aanzienlijk van bijvoorbeeld de gangbare procedurele maatregelen. Op grond van de interviews in Nederland concludeert Bos dat de gebrekkige compatibiliteit van PET de adoptie van PET negatief beïnvloedt.2
c.Complexiteit van bedrijfsprocessen
Privacyverhogende technologieën moeten doorgaans worden aangepast aan een specifieke organisatie of een bepaald proces. Hoe complexer deze technologieën, des te moeilijker deze zijn te implementeren. Dit heeft een negatieve invloed op de adoptie van PET.3
d.Kosten
Organisaties ervaren PET als een kostbare vorm van innovatie (met onduidelijke voordelen).4 Veel hangt echter af van het moment waarop deze technologieën binnen een organisatie worden geïntroduceerd. Als dit geschiedt bij de ontwikkeling van een nieuw systeem dan zijn de kosten over het algemeen aanvaardbaar. De extra kosten bedragen dan tussen de 1 en 10% van de totale projectkosten.5 In principe is het inbouwen van PET in een nieuw informatiesysteem ook de enige realistische optie. PET zijn te complex om achteraf op bestaande systemen toe te passen.6 De kosten blijken dan veelal hoger uit te vallen dan die van traditionele maatregelen. De kosten zijn een negatieve factor voor de adoptie van PET.
e.Integratie van privacyverhogende technologieën
Een belangrijk kenmerk van privacyverhogende technologieën is dat deze al bij de implementatie moeten worden geïntegreerd in informatiesystemen. Daarvoor is een gecombineerde juridische en informatietechnologische expertise vereist. Die expertise is schaars.7 Uit het eerder genoemde onderzoek van Hosein in het Verenigd Koninkrijk bleek dat er volgens de ondervraagden een verband bestond tussen privacyoplossingen en informatiemanagement.8 Als organisaties geen animo konden opbrengen voor privacyverhogende technieken, dan zouden deze technieken beter kunnen worden gebruikt om de informatiemanagementmethoden van organisaties op orde te brengen, bijvoorbeeld door databases op te schonen, aldus de ondervraagden. Uit het feit dat de ondervraagde experts dit soort verbanden leggen, concludeerde Hosein dat de bepaalde eigenschappen van PET investeringsbevorderend werken: "it must be able to not just limit data but also adequately manage data flows", niet alleen binnen organisaties maar ook voor organisaties in hun onderlinge relaties. "That is, privacy is increasingly being seen as the management of information across the 'supply chain' or with third party organizations. A technological solution would have to cater for this broader goal."9
De ondervraagden hadden duidelijk het gevoel dat de aard van de bedrijfsprocessen veel gewicht in de schaal legt bij de toepassing van PET.
f. Zichtbaarheid en testbaarheid
Er is tot nu toe geen breed maatschappelijk draagvlak voor het gebruik van privacyverhogende technologieën in de samenleving. Dit komt doordat PET-maatregelen als onderdeel verwerkt worden in informatiesystemen. Daardoor onttrekken zij zich grotendeels aan de waarneming van het grote publiek. Als het bestaan van PET meer maatschappelijke bekendheid zouden genieten, dan zou dit waarschijnlijk ervoor zorgen dat organisaties PET sneller zouden invoeren.10 Het EuroPrise-onderzoek bevestigt dit.11 Zoals hiervoor betoogd is testbaarheid van de innovatie volgens de Diffusion of Irmovation theorie van Rogers een factor die de adoptie van innovaties beinvloedt. Eenvoudige PET zijn vrij makkelijk te testen. Complexe PET-vragen echter om een omvangrijke infrastructuur en testomgeving. Ribbers constateert nochtans dat: "The testability of PET seems to have no influence on the adoption."12