De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/4.8.4:4.8.4 Ruimer gebruik van de vaststelling en deelvaststellingen van de vergoeding van OK-functionarissen
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/4.8.4
4.8.4 Ruimer gebruik van de vaststelling en deelvaststellingen van de vergoeding van OK-functionarissen
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652495:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook Josephus Jitta 2020b, p. 727-728; Duynstee & Drenth 2021, p. 237.
Omdat de beloning van OK-functionarissen niet op de voet van art. 2:354 BW kan worden verhaald (par. 7.5.1) is raadpleging van een bredere kring van personen als bedoeld in par. 2.6.3.2 en par. 2.8.3.3 mijns inziens niet nodig.
Vgl. Leidraad, bepaling 4.5.
Storm 2008, p. 41-42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals eerder vermeld (par. 4.7.4) zie ik voor de Ondernemingskamer een taak erop toe te zien dat de beloning van OK-functionarissen binnen redelijke grenzen blijft. In dat kader past naar mijn mening ook een ruimere taak voor de Ondernemingskamer om de vergoeding van OK-functionarissen aan het einde van hun benoeming vast te stellen, op vergelijkbare wijze als ten aanzien van de kosten van het onderzoek, waarover par. 2.8.1
De Ondernemingskamer kan zo nodig de declaratie van een OK-functionaris opvragen, en toetsen of deze haar niet onredelijk voorkomt. De declaratie van de OK-functionaris zal daartoe inzicht moeten verschaffen in de aard en omvang van de verrichte werkzaamheden, de daaraan bestede tijd, het gehanteerde uurtarief en, indien van toepassing, de verdere kosten waaronder die van het inschakelen van derden. De Ondernemingskamer kan partijen vervolgens in de gelegenheid stellen op de specificatie van de OK-functionaris te reageren,2 waarna de Ondernemingskamer de vergoeding van de OK-functionaris kan vaststellen bij beschikking.3 Op deze wijze wordt standaard repressief toezicht uitgeoefend op de beloning van OK-functionarissen.
Met Storm acht ik het overigens niet noodzakelijk dat de Ondernemingskamer bij de vaststelling van de vergoeding van OK-functionarissen ook het aantal bestede uren publiceert. De rechtspersoon of een directe financier en andere bij de enquêteprocedure betrokken partijen zullen wel op de hoogte moeten worden gesteld van het aantal bestede uren, mede met het oog op de jegens hen af te leggen rekening en verantwoording, waarover ook par. 4.10.3 en par. 4.10.4.4
Art. 2:357 lid 2 BW staat ook niet aan een ruimere gebruikmaking van de mogelijkheid van vaststelling van de vergoeding van OK-functionarissen in de weg. De Ondernemingskamer komt mijns inziens de vrijheid toe de vergoeding van OK-functionarissen niet direct definitief vast te stellen, maar zich te beperken tot een voorlopige vaststelling van de vergoeding van OK-functionarissen, een deelvaststelling.
De gebruikmaking van deelvaststellingen is wenselijk, omdat OK-functionarissen anders lang op hun geld moeten wachten. Een OK-functionaris kan de Ondernemingskamer daarbij wel een voorschot voor voorzienbare kosten van derden vragen, zodat hij deze kosten niet zelf hoeft voor te schieten. De gebruikmaking van deelvaststellingen past goed in combinatie met een tussentijdse verantwoordingsplicht voor OK-functionarissen (par. 4.10.4) en zekerheidstelling voor de beloning van OK-functionarissen door storting van een voorschot in depot bij de griffie van het Hof Amsterdam (par. 4.7.4). De rechtspersoon moet of een directe financier kan in een dergelijk systeem de beloning van OK-functionarissen bij wijze van voorschot storten in depot bij de griffie van het Hof Amsterdam. De Ondernemingskamer beheert deze gelden. Legt een OK-functionaris periodiek verantwoording af, dan kan de Ondernemingskamer de tot dan toe gemaakte kosten als vergoeding van de OK-functionaris voorlopig, althans deels vaststellen en kan de OK-functionaris worden voldaan.
De gebruikmaking van deelvaststellingen kan ook moeilijkheden voorkomen als een OK-functionaris na een eerdere vaststelling van diens vergoeding nog kosten van verweer (par. 5.3.2.8) of kosten van nawerkzaamheden (par. 4.5.2.5) maakt. Een deelvaststelling van de vergoeding van de OK-functionaris kan in die gevallen voorkomen dat later gemaakte kosten niet worden vergoed. Wel kan aanvullende zekerheidstelling in die gevallen nodig blijken.
Denkbaar is dat de rechtspersoon of een directe financier een bepaald bedrag in depot heeft gestort bij de griffie van het Hof Amsterdam en de daadwerkelijke beloning van de OK-functionaris lager blijkt dan het bedrag waarvoor zekerheid is gesteld. Na verloop van tijd moet de rechtspersoon of directe financier de ter beschikking gestelde gelden terug kunnen krijgen. Mijns inziens ligt het voor de hand hierom vijf jaar en drie maanden – tot het moment van verjaring van de vordering tot civielrechtelijke aansprakelijkstelling, na vijf jaar (art. 3:310 lid 1 BW), en het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking van de Ondernemingskamer, na drie maanden (art. 402 lid 1 Rv) – of zo veel langer als nodig is als gedurende deze periode een aansprakelijkheidsprocedure tegen de OK-functionaris wordt ingesteld, na de laatste deelvaststelling van de vergoeding van de OK-functionaris de vergoeding van de OK-functionaris definitief vast te stellen en eventueel te veel betaalde middelen terug te storten aan de rechtspersoon of directe financier.