Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.5.2.2
17.5.2.2 De rechtspraak van de ondernemingskamer
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366089:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Van Wijk 1996, p. 344 met verwijzing naar een eerdere bewerking van het Asser-deel over de NV en BV door Maeijer. In het Handboek (2013, p. 827) wordt gesteld dat het mooier was geweest als in art. 2:356 sub e BW de term overgang werd gebruikt. Zie ook Buijn en Storm, voetnoot 111 op p. 1056.
Zie Geerts (Diss.), p. 308 ook voor verdere verwijzingen.
Van Wijk 1996, p. 345 en 346.
Meer specifiek vanaf Hof Amsterdam (OK) 22 december 2000, JOR 2001/29 m.nt. Bartman (Navemar).
Of dat als een leveringshandeling kan worden gezien, komt in par. 17.5.2.3 ter sprake.
Zie Hof Amsterdam (OK) 14 november 2006, JOR 2007/10 m.nt. Josephus Jitta (TCA).
Zie hierover par. 17.8.4.
Instemmend Van Wijk 1996. p. 347 en Te Winkel en De Graaff, par. 2.
De tekst van art. 2:256 sub e BW maakt melding van een “overdracht” ten titel van beheer en niet van een “overgang”. In de literatuur wordt wel verdedigd dat overdracht een leveringshandeling impliceert.1 Die levering zou nog moeten worden verricht. In oudere rechtspraak volgde de ondernemingskamer die opvatting expliciet.2 Partijen werden bevolen om hun aandelen ten titel van beheer over te dragen.3 In latere rechtspraak4 is de ondernemingskamer echter van oordeel dat haar beschikking de overdracht constitueert. De ondernemingskamer “bepaalt” thans dat de aandelen ten titel van beheer zijn overgedragen.5
In de TCA-beschikking6 hanteerde de ondernemingskamer een hybride variant. In die zaak waren reeds bij wijze van eindvoorziening tijdelijk aandelen ten titel van beheer overgedragen aan de heer Voûte. Toen deze eindvoorziening werd verlengd, en tevens werd overgegaan tot certificering,7 formuleerde de ondernemingskamer het volgende dictum:
“verlengt de geldingsduur van de bij de beschikking van 6 juli 2006 in deze zaak getroffen voorziening, houdende het bevel met onmiddellijke ingang van de overdracht ten titel van beheer aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon van alle aandelen die Stichting Administratiekantoor Taxicentrale Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, houdt in het geplaatste kapitaal van Taxi Centrale Amsterdam B.V. en wel vooralsnog voor een termijn van twee jaren;
wijst aan als (rechts)persoon aan wie de voormelde aandelen ten titel van beheer zijn overgedragen mr. A. Voûte te Aerdenhout en vanaf de dag van haar oprichting de hierna te vermelden stichting;
beveelt de oprichting van een stichting die zal zijn genaamd ‘‘Stichting Beheer Aandelen Taxi Centrale Amsterdam B.V.’’, […]”
Eerst is sprake van een “bevel” tot overdracht, maar vervolgens wordt gemeld dat de aandelen “zijn overgedragen” en blijkbaar reeds bij voorbaat aan een nog op te richten stichting. Met enige voorzichtigheid kan uit de TCA-beschikking worden afgeleid dat de ondernemingskamer kan kiezen tussen haar oude en nieuwe rechtspraak. Dat kan van nut zijn als het gaat om de overdracht van girale en toonderaandelen. Dit komt ter sprake in par. 17.5.2.4 en 17.5.3.4.
De ondernemingskamer past een eventuele blokkeringsregeling niet toe als zij aandelen ten titel van beheer overdraagt.8