Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.5.1:2.5.1 Algemeen
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.5.1
2.5.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS443622:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De wet gebruikt overigens de term 'buitengerechtelijke schuldsanering' en het voorstel is deze te vervangen door 'buitengerechtelijke schuldregeling', Kamerstukken II 2004/05, 29 942, nr. 3.
Wet van 24 mei 2007, Stb. 2007, 192 in werking getreden op 1 januari 2008.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een onderneming die in continuïteitsproblemen verkeert, zoekt naar wegen de onderneming te saneren en te reorganiseren. Om te voorkomen dat een schuldenaar in een situatie terecht komt waarin hij genoodzaakt is faillissement, surseance dan wel de schuldsaneringsregeling aan te vragen, kan een schuldenaar overwegen zijn schuldeisers een buitengerechtelijke regeling aan te bieden teneinde zijn financiële positie te verbeteren. Het trachten te komen tot een buitengerechtelijke regeling kan de voorkeur verdienen boven een akkoord, omdat hiermee een insolventieprocedure met onder meer haar negatieve effecten kan worden vermeden. Een buitengerechtelijke regeling kan immers te allen tijde door de schuldenaar aan zijn schuldeisers worden aangeboden, is vorm vrij (flexibel), wordt niet gepubliceerd (geen negatieve publiciteit) en kan derhalve binnenskamers tot stand komen, zonder dat de buitenwacht kennis heeft van de tijdelijke financiële moeilijkheden. In deze informele procedure zijn met name de flexibiliteit en de relatieve stilte waarbinnen het proces zich voltrekt, waardoor de going-concernwaarde van een onderneming kan worden behouden, van grote betekenis.1
De terminologie die in de literatuur, rechtspraak en in de insolventiepraktijk wordt gebruikt ten aanzien van een buitengerechtelijke regeling, is nogal divers en soms verwarrend. Zo worden onder meer de termen 'onderhandse regeling', 'onderhands akkoord', 'buitengerechtelijk akkoord', 'buitengerechtelijke regeling' en 'minnelijke regeling' door elkaar gebruikt. Voor de helderheid en ter onderscheiding van de wettelijke akkoorden maak ik ter aanduiding van een regeling gesloten buiten de wettelijke kaders slechts gebruik van de term 'buitengerechtelijke regeling'.2
In het navolgende zal onder meer aandacht worden besteed aan de totstandkoming van een buitengerechtelijke regeling en de problemen die daarbij kunnen rijzen. Voorts zal worden stilgestaan bij de vraag of een weigerachtige schuldeiser onder omstandigheden kan worden gedwongen toe te treden tot een buitengerechtelijke regeling. Hierbij dient te worden opgemerkt dat op 1 januari 2008, art. 287a Fw in werking is getreden.3 Ingevolge art. 287a Fw kan een schuldenaar de rechter verzoeken een of meer schuldeisers die weigeren mee te werken aan een buitengerechtelijke regeling, te bevelen in te stemmen met die regeling. Met art. 287a Fw heeft het kunnen afdwingen van een buitengerechtelijke regeling zodoende een wettelijke basis gekregen.