Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/7.4.1:7.4.1 Waarom zijn er verschillende heffingsmethoden?
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/7.4.1
7.4.1 Waarom zijn er verschillende heffingsmethoden?
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS447230:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het resultaat van het rechtshistorisch onderzoek (literatuur en parlementaire stukken) naar deze vraag is dat het onduidelijk is waarom de fiscale wetgever in het verleden het bestaan van verschillende heffingstechnieken voor de toenmalige Nederlandse rijksbelastingen nodig achtte. Waarschijnlijk moet de verklaring worden gezocht in doelmatigheidsafwegingen, wat erop neerkomt dat de wetgever vooral keek naar de uitvoeringslasten voor de Belastingdienst en de administratieve lasten voor de belastingplichtige. Voor bepaalde belastingen was het voor de Belastingdienst gemakkelijker om direct te heffen in plaats van achteraf (bijvoorbeeld door de benodigde gegevens af te leiden uit bepaalde registers). De fiscale wetgever heeft dat echter nooit geëxpliciteerd. Dit geldt ook voor keuzes tussen die technieken. Door middel van dit onderzoek is vastgesteld dat er geen diepere bedoeling van de wetgever schuilgaat achter het verschil tussen de huidige aanslag- en aangiftebelastingen en dat het voortborduurt op een al ten minste twee eeuwen bestaand onderscheid. Dit wijkt af van wat in de literatuur doorgaans wordt betoogd, namelijk dat het onderscheid is ingegeven vanuit een zwart-witverdeling van de verantwoordelijkheden tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst. Het maken van een keuze blijkt veel complexer (zie paragraaf 7.4.4) te zijn en veel geleidelijker te verlopen dan vaak wordt aangenomen.