Einde inhoudsopgave
RvdW 2020/777
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond. Middel klaagt over oordeel rb dat klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende op de hond kan worden aangemerkt. HR: op de gronden vermeld in de CAG slaagt het middel. CAG: de redenering van de rb dat de hond al een langere tijd bij bewaarster verbleef, door haar werd verzorgd en derhalve zij als rechthebbende kan worden aangemerkt, snijdt in de eerste plaats juridisch geen hout en doet ook geen recht aan het door klaagster geschetste scenario dat de bewaarster slechts op de hond paste als zij werkte en dat zij geen recht had de hond te behouden. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 09-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1027
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
9 juni 2020
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
19/04983 B
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1027, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 09‑06‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:361, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑04‑2020
Essentie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond. Middel klaagt over oordeel rb dat klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende op de hond kan worden aangemerkt. HR: op de gronden vermeld in de CAG slaagt het middel. CAG: de redenering van de rb dat de hond al een langere tijd bij bewaarster verbleef, door haar werd verzorgd en derhalve zij als rechthebbende kan worden aangemerkt, snijdt in de eerste plaats juridisch geen hout en doet ook geen recht aan het door klaagster geschetste scenario dat de bewaarster slechts op de hond paste als zij werkte en dat zij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.