Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.5.2:16.5.2 Vrij kiesrecht
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.5.2
16.5.2 Vrij kiesrecht
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947808:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het uitgangspunt van vrij kiesrecht kwam aan de orde in nagenoeg elke fase van het verkiezingsproces die ik in dit tweede deel besprak. Uitzondering is hoofdstuk 15, waarin de vaststelling van de verkiezingsuitslag centraal stond. In hoofdstuk 10, waarin ik de kandidaatstellingsfase behandelde, wees ik op het problematische fenomeen van de lijstduwer. Gebruikmaken van lijstduwers valt te kwalificeren als ongeoorloofde beïnvloeding van kiezers tijdens de kandidaatstelling, omdat zij daarmee een verkeerde voorstelling van zaken krijgen. Deze ‘pseudo-kandidaten’ fungeren als stuwkracht voor de lijst – zij moeten stemmen trekken – terwijl zij niet voornemens zijn daadwerkelijk een zetel in te nemen.1 Wettelijke maatregelen zijn echter moeilijk voorstelbaar. Het is aan de partijen zelf om van het gebruik van lijstduwers af te zien. Ook het bestaan van kieskringen in de fase van de kandidaatstelling, en dan in het bijzonder de daaruit voortvloeiende mogelijkheid om per kieskring een andere kandidatenlijst in te dienen, staat op gespannen voet met het uitgangspunt van vrij kiesrecht.2 Differentiatie in kandidatenlijsten per kieskring zorgt ervoor dat de kiezer geen compleet beeld heeft van alle kandidaten die aan de verkiezingen deelnemen. Zijn stem kan daardoor meewerken aan een voor hem onzichtbare kandidaat. Daarnaast kan het gebeuren dat een kiezer zijn stem uitbrengt op een kandidaat waarvan hij niet weet dat deze kandidaat slechts in een of enkele kieskringen deelneemt en dus nauwelijks kans maakt op een zetel. De kieskringen, die niet alleen deze bezwaren met zich brengen, maar in de praktijk ook nog eens overbodig blijken, zouden in de fase van de kandidaatstelling dus moeten worden afgeschaft.
Ook in de fase van de verkiezingscampagne speelt het vrije kiesrecht, meer in het bijzonder de vrije meningsvorming van de kiezer, een rol. In het voorgaande wees ik al op de subsidieregeling voor politieke partijen en de transparantievoorschriften waaraan zij zich hebben te onthouden bij het ontvangen van donaties.3 Daarnaast noopt de vrije meningsvorming tot het reguleren van verkiezingscampagnes die gevoerd worden met behulp van microtargeting, nu deze campagnetechniek kiezers een vertekend beeld van de standpunten van partijen geeft, partijen elkaars claims niet ter discussie kunnen stellen en de kiezer, in het ergste geval, gemanipuleerd wordt bij het maken van zijn keuze. Regulering is, zowel op Europees als op nationaal niveau, in aantocht, waarbij het meeste te verwachten is van de beoogde oprichting van advertentieregisters.4 Kiezers (alsook bijvoorbeeld journalisten en wetenschappers) krijgen daarmee de mogelijkheid om alle advertenties te raadplegen. Daarmee wordt een incompleet beeld van partijstandpunten, dat het grootste risico oplevert voor de vrije meningsvorming, tegengegaan. Tegelijkertijd plaatste ik kanttekeningen bij de strengere eisen aan gegevensverwerking ten behoeve van microtargeting en bij het fenomeen van de transparantieverklaring, die de kiezer in staat moet stellen om de ‘logica’ van een advertentie te begrijpen. De verplichting om dergelijke transparantieverklaringen te publiceren is een substantiële beperking van de vrijheid van meningsuiting van politieke adverteerders (en politieke partijen in het bijzonder). Daar komt bij dat de vrije meningsvorming van de kiezer daar weinig bij gebaat is. Met een advertentieregister worden de bezwaren tegen microtargeting immers voldoende ondervangen.
In de fase van de stemmingen spitst het uitgangspunt van vrij kiesrecht zich toe op de stemvrijheid en het daarmee verbonden stemgeheim. Kiezers mogen bij het uitbrengen van hun stem noch door de overheid, noch door individuele personen onder druk worden gezet. De ruimhartige onderhandse volmachtregeling is in het licht van de stemvrijheid bezwaarlijk, nu ronselpraktijken zich ondanks de daartegen getroffen maatregelen blijven voordoen, zij het op kleine schaal.5 Ik stelde in dat kader voor om de delictsomschrijving van artikel Z 8 Kw, het artikel dat het ronselen van volmachten strafbaar stelt, aan te passen door daarin tot uitdrukking te brengen dat het initiatief tot het geven van een volmacht te allen tijde door de kiezer zelf genomen moet worden. Tevens is het zaak om het maximum aantal toegestane volmachten te verlagen van twee naar een, waardoor ronseloperaties minder effectief worden. Daarnaast wees ik op de mogelijkheid van vervroegd stemmen, die evenals de volmachtstem de toegankelijkheid van de verkiezingen waarborgt, maar niet de aan de volmachtstem verbonden nadelen kent. Naast het nemen van deze maatregelen verdient het aanbeveling om onderzoek te verrichten naar de behoefte waarin de onderhandse volmacht nu daadwerkelijk voorziet. Zo zou het kunnen dat de populariteit van de volmachtstem deels simpelweg wordt veroorzaakt door de eenvoud van de regeling.
Tot slot wees ik erop dat de huidige waarborgen voor de stemvrijheid ongeschikt zijn om de risico’s die het gebruik van mobiele apparatuur in het stemlokaal oplevert, te adresseren. Hoewel verschillende bepalingen in de Kieswet propaganda in het stemlokaal willen voorkomen, duurt de verkiezingscampagne op internet, en in het bijzonder op sociale media, gewoon voort. Daarmee komt de stemvrijheid onder druk te staan. 6Iets gelijksoortigs geldt voor de stemfie, een fenomeen dat overigens niet alleen de stemvrijheid, maar ook het stemgeheim raakt. Een foto van het stembiljet maakt het mogelijk om bewijs te leveren van de in het stemhokje gemaakte keuze en opent zo de deur naar kiezersbeïnvloeding. 7Ik bepleitte daarom een verbod op het gebruik van mobiele apparatuur in het stemlokaal, waarbij ik erkende dat een dergelijke regel zich helaas moeilijk laat sanctioneren. Dat staat mijns inziens aan de wenselijkheid van een verbod niet in de weg, nu de voorzitter van het stembureau kiezers in ieder geval op het gebruik van mobiele apparatuur kan aanspreken.