De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting
Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/8.4.1:8.4.1 Inleiding
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/8.4.1
8.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS384910:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Indien een stichting slechts een bestuur kent, kan dezelfde vraag worden gesteld ten aanzien van het verlenen van decharge aan bestuurders.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 5.5.4 kwam decharge van bestuurders voor hun gevoerde beleid aan de orde. Het verlenen van decharge aan leden van de raad van toezicht voor het gehouden toezicht is niet in de wet geregeld, evenmin als het verlenen van decharge aan stichtingsbestuurders. In deze paragraaf komt de betekenis en wijze van decharge van leden van de raad van toezicht aan de orde. Aangezien de raad van toezicht van een stichting op grond van de statuten de bevoegdheid kan hebben zijn eigen leden te benoemen en te ontslaan, komt de vraag op of de raad van toezicht ook bevoegd kan zijn om zijn eigen leden te dechargeren.1