Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.9.3.2
7.9.3.2 Samenloopvrijstelling bij verkrijging krachtens belaste dienst?
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291186:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover nader: M. Albers, Het beperkt zakelijk recht en enkele belastingen (diss.), Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2016, p. 150-151.
Zie ik het goed dan pleit Alberts ervoor om de samenloopvrijstelling van toepassing te laten zijn op een verkrijging krachtens een niet-verhuurdienst indien de btw niet aftrekbaar is. Wordt daarvoor gekozen, dan is nog steeds sprake van onwenselijke cumulatie voor zover de btw niet aftrekbaar is (M. Albers, Het beperkt zakelijk recht en enkele belastingen (diss.), Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2016, p. 151 en 186). Het toepassen van de samenloopvrijstelling voor zover de btw niet-aftrekbaar is, zou daarom beter aansluiten bij de strekking van de samenloopvrijstelling. Een dergelijke aanpassing van de samenloopvrijstelling zou naar mijn mening niet alleen moeten gelden voor de verkrijging krachtens een belaste dienst, maar ook voor de verkrijging krachtens een belaste levering van een nieuw gebouw of een bouwterrein. Ik zie althans geen rechtvaardiging om verkrijgingen krachtens van rechtswege belaste leveringen wel vrij te stellen indien of voor zover de btw aftrekbaar is en verkrijgingen krachtens een belaste dienst niet. Voor een voorstel voor een dergelijke algemene aanpassing van de samenloopvrijstelling zie: B.G. van Zadelhoff, ‘De vrijstelling van overdrachtsbelasting wegens verschuldigdheid van btw’ in: D.A. Albregtse en P. Kavelaars (red.), Ontroerend goed. Van der Paardt-bundel, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 223-224.
Het is niet ondenkbaar dat de belastbare vestiging, overdracht, wijziging, afstand en opzegging van een beperkt zakelijk recht op een onroerend goed op grond van de verhuuranalogie niet aan te merken is als een verhuurdienst. Albers wijst er terecht op dat bij een erfdienstbaarheid geen sprake is van het voor gebruik ter beschikking stellen van een onroerend goed indien dit recht aan de gerechtigde tot het dienende erf de verplichting oplegt om bepaalde activiteiten niet te ontplooien.1 In dat geval kan de samenloopvrijstelling dus niet worden toegepast, hetgeen – afhankelijk van het aftrekrecht van de afnemer – kan leiden tot onwenselijke cumulatie van btw én overdrachtsbelasting. Overigens doet deze situatie zich slechts voor indien voor een dergelijk recht van erfdienstbaarheid een vergoeding is bedongen, hetgeen in de praktijk lang niet altijd het geval is (zie paragraaf 4.2.6.4.3.2.5).
In paragraaf 7.4.4 is betoogd dat een vastgoedtransactie die kwalificeert als een dienst en op grond van een richtlijnconforme uitleg van het begrip ‘verhuur’ niet aan te merken is als een verhuurdienst, van rechtswege belast is. Het is daarom in strijd met art. 135 lid 1, onderdeel l Btw-richtlijn om deze dienst op grond van de verhuuranalogie aan te merken als een (in beginsel vrijgestelde) verhuurdienst (zie paragraaf 7.4.4). De wetgever dient de verhuuranalogie daarom te schrappen. Gaat de wetgever hiertoe over, dan dient voorkomen te worden dat een verkrijging krachtens een andere belaste dienst dan verhuur leidt tot onwenselijke cumulatie van btw en overdrachtsbelasting. De wetgever zou voormelde heffing van btw én overdrachtsbelasting kunnen voorkomen door in art. 15 lid 1, onderdeel a WBR de verwijzing naar art. 11 lid 1, onderdeel b Wet OB te schrappen, zodat de samenloopvrijstelling van toepassing is op verkrijging krachtens alle diensten ter zake waarvan btw is verschuldigd.2 Een dergelijke verruiming zou echter betekenen dat de samenloopvrijstelling ook van toepassing kan zijn op een verkrijging buiten de bouw- en handelsfase, hetgeen in strijd is met de strekking van de samenloopvrijstelling. Het ligt daarom naar mijn mening voor de hand om de samenloopvrijstelling te beperken tot de verkrijging krachtens een dienst ter zake waarvan btw verschuldigd is indien de levering van de betreffende onroerende zaak (van rechtswege) belast zou zijn op grond van art. 11 lid 1, onderdeel a, 1° Wet OB. Naar mijn mening wordt met die aanpassing van de samenloopvrijstelling recht gedaan aan de tweeledige strekking van de samenloopvrijstelling.