Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.2.2.2
4.2.2.2 Dualistische bestuursstructuur
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS387394:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser, Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 488.
Dit kunnen uiteraard geen bevoegdheden zijn die de wet dwingendrechtelijk heeft toebedeeld aan de algemene vergadering of het bestuur.
Asser, Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 492.
Honée (1996) gaat in zijn oratie uitgebreid in op de gedragsnorm voor commissarissen
Kamerstukken II 2001/02, 28 179, nr. 3, p. 33.
Wist de wederpartij van de vennootschap dat het bestuur de vereiste goedkeuring niet had gekregen, dan kan aan deze derde worden tegengeworpen dat hij onrechtmatig heeft geprofiteerd en op grond van art. 6:162 BW gehouden is tot (gedeeltelijke) schadeloosstelling van de vennootschap. Vgl. Asser, Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 602.
HR 29 november 2002, NJ 2003/455, JOR 2003/2 m.nt. Bartmann (Schwandt/Berghuizer Papierfabriek). In het betreffende arrest overwoog de Hoge Raad dat het handelen in strijd met statutaire bepalingen die de vennootschap beogen te beschermen in beginsel een ernstig verwijt in de zin van art. 2:9 BWoplevert. Het ging in deze zaak om een statutair goedkeuringsrecht. De overwegingen uit het arrest zijn ook van toepassing in het geval dat het bestuur voorbij gaat aan een wettelijk (in art. 2:164/274 BW) opgenomen goedkeuringsrecht. Zie over dit onderwerp nader Asser, Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 602.
Kenmerkend voor de dualistische bestuursstructuur is de instelling van een afzonderlijk toezichthoudend orgaan, de raad van commissarissen. Net als in een monistische bestuursstructuur heeft het bestuur de dagelijkse leiding (art. 2:129/ 239 BW). De toezichthoudende functie ligt bij de raad van commissarissen (art. 2:140/250 BW). De raad van commissarissen houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar verbonden onderneming(en). Het toezicht strekt zich uit tot een toetsing achteraf van gevoerd beleid, maar ook tot een toetsing van de algemene lijnen van het nog te voeren beleid op langere termijn. Voorts hebben commissarissen te waken over het functioneren, de kwaliteit en de continuïteit van het bestuur. Voor beursvennootschappen volgt een nadere concretisering uit de Corporate Governance Code. Bij beursvennootschappen strekt het toezicht zich uit tot de realisatie van de ondernemingsdoelstellingen, het financiële verslaggevingsproces, de naleving van wet- en regelgeving en de verhouding met de aandeelhouders. De raad van commissarissen staat het bestuur verder met raad terzijde (art. 2:140 lid 2/250 lid 2 BW). De toezichthoudende en adviserende taak hangen nauw met elkaar samen.1
De raad van commissarissen is bevoegd bestuurders te allen tijde te schorsen (art. 2:147/257 BW). De algemene vergadering kan de schorsing opheffen, tenzij de benoeming van de bestuurders bij de raad van commissarissen berust (zie hierna met betrekking tot de structuurregeling). Voorts kunnen de statuten bepalen dat de raad van commissarissen bindende instructies aan het bestuur kan geven over de algemene lijnen van het te voeren beleid (art. 2:129/239 lid 4 BW). De statuten kunnen bovendien aanvullende taken en bevoegdheden aan de raad van commissarissen toekennen,2 zoals de vaststelling van de bezoldiging van bestuurders (art. 2:135 lid 3/245 BW). Het bestuur moet tijdig en ongevraagd aan de raad van commissarissen de noodzakelijke gegevens verschaffen voor de uitoefening van zijn taak (art. 2:141/251 lid 1 BW). Hieronder vallen in ieder geval de gegevens die betrekking hebben op de onderwerpen waarop toezicht wordt gehouden.3 Voorts stelt het bestuur de raad van commissarissen ten minste een keer per jaar schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en financiële risico’s en het beheers- en controlesysteem van de vennootschap (art. 2:141/251 lid 2 BW).
De raad van commissarissen richt zich bij het uitoefenen van zijn taak naar het belang van de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming(en).4 Het is niet toegestaan dat een commissaris zich alleen door het aandeelhouders- of werknemersbelang laat leiden. Dit principe wordt tot één van de kernvoorschriften van het Nederlandse vennootschapsrecht gerekend en brengt mee dat de commissarissen hun werkzaamheden verrichten zonder last en ruggespraak en zonder dat zij één specifiek belang vertegenwoordigen.5 Dit geldt voor de raad van commissarissen als zodanig en dus ook voor de commissarissen die zijn benoemd op voordracht van de werknemers.
Structuurregeling
De taken en bevoegdheden van de raad van commissarissen zijn meeromvattend voor zover de vennootschap voldoet aan de cumulatieve criteria van de structuurregeling en/of de structuurregeling vrijwillig van toepassing heeft verklaard. De kernbepaling blijft art. 2:140/250 BW dat toezicht en advies als de taken noemt. Indien de vennootschap is onderworpen aan het volledige regime is de raad van commissarissen daarnaast bevoegd tot de benoeming en het ontslag van bestuurders. Ook kan de raad van commissarissen de bestuursleden schorsen zonder dat de aandeelhoudersvergadering tot opheffing kan besluiten (art. 2:147/257 BW). De bevoegdheid tot benoeming, schorsing en ontslag gaat ten koste van de bevoegdheden die in een gewone vennootschap aan de aandeelhoudersvergadering toekomen. Deze bevoegdheidsverschuiving vindt niet plaats als op de vennootschap het gematigde structuurregime van toepassing is (art. 2:155/165 BW).
De raad van commissarissen heeft in een structuurvennootschap bovendien een goedkeuringsbevoegdheid ten aanzien van bepaalde belangrijke bestuursbesluiten. Deze bevoegdheid bestaat zowel in het volledige als in het gematigde regime. De besluiten waar het om gaat, zijn aangeduid in art. 2:164/274 lid 1 a t/m l BW. Het betreft besluiten over aangelegenheden die in de regel diep ingrijpen in de structuur of het bestaan van de vennootschap of de door haar gedreven onderneming(en). Het ontbreken van goedkeuring van de raad van commissarissen maakt een rechtshandeling van het bestuur of van bestuurders tegenover een wederpartij van de vennootschap niet ongeldig (art. 2:164/274 lid 2 BW).6 Een bestuursbesluit zonder de vereiste goedkeuring vestigt in beginsel wel een interne aansprakelijkheid van de handelende bestuurder(s) op grond van art. 2:9 BW.7 De interne aansprakelijkheid ziet op de bestuurder in zijn relatie tot de vennootschap.