Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.5.2.1
3.5.2.1 Administratieve eenvoud als uitgangspunt bij de verdeling van heffingsbevoegdheden
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS399984:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Strategie ter verbetering van de werking van het btw-stelsel in het kader van de interne markt, Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europese Parlement van 7 juni 2000, COM (2000), 348 def., Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de regeling voor het recht op aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde, PbEG 1998, C 219.
Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG wat betreft de plaats van levering van diensten, 23 december 2003, COM (2003), 822 def., blz. 2 en 3.
In paragraaf 3.3 hebben we gezien dat voor een rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden in een consumptiebelasting het land van verbruik en het land van besteding in aanmerking moeten worden genomen. Vanuit het oogpunt van neutraliteit is een heffing in het land van verbruik het meest wenselijk (paragraaf 3.4). Een verdeling van heffingsbevoegdheden dient echter ook praktisch uitvoerbaar te zijn en niet gecompliceerder te zijn dan noodzakelijk is voor de ondernemer die verplicht is de consumptiebelasting te voldoen aan de belastingdienst. Het is één van de doelmatigheidseisen waardoor het door het rechtskarakter gegeven ideaal van een verbruiksbelasting niet volledig kan worden gerealiseerd (zie paragraaf 2.2.3). In deze paragraaf staat de administratieve eenvoud bij de verdeling van heffingsbevoegdheden tussen landen centraal. Het is het onderwerp administratieve eenvoud dat momenteel naast de bestrijding van fraude en misbruik en heffing in het land van verbruik in de omzetbelasting de meeste aandacht krijgt.1 Ondernemers vinden de administratieve lasten die de omzetbelastingwet en -regelgeving hen oplegt zwaar en daar probeert men wat aan te doen, bijvoorbeeld door de wijziging van de regels voor de plaats van dienst per 1 januari 2010. Eenvoud is echter geen doel op zich en dus dient bijvoorbeeld de balans te worden gevonden tussen enerzijds een rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden, zoals beschreven in paragraaf 3.3, en anderzijds de administratieve eenvoud. Deze balans kan zelfs in de loop der tijd wijzigen. Zo wordt in de toelichting op het richtlijnvoorstel tot wijziging van de Zesde Richtlijn voor wat betreft de plaats van levering van diensten opgemerkt dat bij het tot stand komen van de Zesde Richtlijn ervoor is gekozen diensten te belasten in het land waar de dienstverrichter is gevestigd in plaats van in het land waar het verbruik plaatsvond. Destijds leidde dat er in de meeste gevallen ook wel toe dat de belastingopbrengst terecht kwam in het land van verbruik. Zonder dat men afbreuk deed aan de gedachte van heffing in het land van verbruik konden dienstverrichters derhalve de bij hen kenbare omzetbelastingwetgeving van hun eigen land toepassen. In de huidige tijd leidt aanknoping bij de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd niet meer in de meeste gevallen tot heffing in het land van verbruik en dus behoefden de regels voor de plaats van dienst aanpassing.2 Aangezien het principe van administratieve eenvoud dus niet op zichzelf staat, zal dit principe in deze paragraaf over het algemeen steeds in relatie met de hiervoor besproken rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden worden gebracht. Ook de relatie met de neutraliteit, besproken in paragraaf 3.4, komt aan de orde. Hierna zal veel worden gesproken over heffing in het land van verbruik. Dit omdat men bij het tot stand komen van de Zesde Richtlijn en bij de voorstellen tot wijziging van de btw-richtlijn steeds van dit principe uitgaat. Dit doet niet af aan mijn mening dat bij een rechtvaardige verdeling van heffingsbevoegdheden het land van besteding eveneens en op een gelijkwaardig niveau in beeld komt. Met het land van besteding doel ik daarbij op het land waar de consument de koopovereenkomst met de leverancier sluit (paragraaf 3.3.3.4).