Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/6.5
6.5 Stichting Geschillenoplossing Organisatie en Automatisering (SGOA)
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS396749:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De informatie over de SGOA is ontleend aan: J.B.F. Mulder en JJ.F.M. Borking: 'De praktijk van elektronische geschillenoplossing' in Computerrecht 2006, 135, p. 255, en twee artikelen van de hand van Theo Mulder, Hans Franken, Hans Mulder en Jan Oord: 'ICT-conflicten verstandig oplossen', en van Hans Mulder en John Borking: 'Diagnose-behandelcombinaties en ICT-ondersteuning bij geschillenoplossing', beide gepubliceerd in het Maandblad voor de informatievoorziening, juni 2007.
n. Borking: Adoptie van online geschillenoplossing door organisaties, in Van geschil tot oplossing (red. P.C. van Schelven), Kluwer 2009.
Sinds de oprichting in 1989 zijn bij deze stichting meer dan 350 zaken opgelost in een mediation of in een arbitrage beslecht.1 De meeste conflicten spelen zich af tussen de ICT-leverancier en diens afnemer. Het gaat meestal om het niet of niet op tijd leveren van een goed werkend informatiesysteem. De oorzaak van de conflicten is vaak dat niet duidelijk is wat precies is afgesproken en/of bedoeld. Verder bestaat soms een meningsverschil over het resultaat. Een automatiseringsproject is vaak een coproductie van de klant en de leverancier. In die samenwerking gaat in de praktijk het nodige fout. Als het niet lukt het conflict op te lossen kan mediation uitkomst bieden. In enkele gevallen is het voorgekomen dat partijen daarna - blijkbaar was de mediation in die gevallen mislukt - alsnog doorgaan met een arbitrale procedure met dezelfde mediators of anderen als arbiters. In een SGOA-arbitrage worden drie arbiters benoemd, een jurist als voorzitter en minstens één ICT-specialist. Zij worden gekozen door partijen aan de hand van een lijst verstrekt door het bureau.
Vanaf 1998 heeft de SGOA ervaring opgebouwd met het elektronisch ondersteunen van mediations en vergaderingen. In het najaar van 2003 is de SGOA een onderzoek gestart naar de haalbaarheid van on-line mediation, met de opdracht dat on-line mediation kostenbesparend moest zijn. Ook andere vormen van alternatieve geschil-beslechting wil men elektronisch uitvoeren, zoals bindend advies, deskundigenbericht en kort geding arbitrage. Er is aandacht besteed aan beveiliging, onder meer door het inbouwen van toegangscontroles, het verstrekken van wachtwoorden en het versleutelen van informatie. Het jaar 2004 is gebruikt om inzicht te verkrijgen in de technische en juridische haalbaarheid. Diverse tests wijzen volgens de schrijvers uit dat een en ander op een verantwoorde en veilige manier kan worden toegepast. Men denkt in de eerste plaats aan mediation on-line. De mediator zal dan wel moeten worden bijgestaan door een technische facilitator (elders komt men de aanduiding 'chauffeur' tegen).
In 2005 is het eerste geschil langs deze elektronische weg behandeld. Het ging om een geschil tussen een softwarehuis en een onderaannemer over de ontwikkeling van een internettoepassing. Na twee internetrondes, een deskundigenbericht per e-mail en een teleconferentie (via de normale vaste lijn, omdat niet alle deelnemers over bijvoorbeeld Skype beschikten) van een uur werd dit geschil succesvol afgerond met een elektronische handtekening van beide partijen onder de vaststellingsovereenkomst.
Borking, die dit eerste geschil in herinnering roept, signaleert, dat on-line geschillenoplossing voor complexe geschillen, zoals deze in de IT-branche vaak voorkomen, aantoonbaar technisch goed uitvoerbaar en juridisch mogelijk is, maar dat kan worden vastgesteld dat potentiële gebruikers interactieve on-line geschillenoplossing als subjectief problematisch ervaren. Waar precies de schoen wringt is niet duidelijk, aldus Borking, zodat meer onderzoek is vereist.2
Uit de informatie op de website krijgt men de indruk dat de SGOA vooral inzet op mediation. Wanneer een ICT-mediation niet met succes is afgesloten, kan daarop een procedure bij de rechter of een arbitrage volgen, maar van arbitrage kan ook gebruik worden gemaakt zonder eerst een ICT-mediation te hebben gedaan, aldus de SGOA. Het grote, niet alleen door deze stichting genoemde, voordeel van arbitrages is dat arbiters veelal gespecialiseerd zijn in branche specifieke problemen.
De SGOA kent een arbitragereglement, daterend van 27 december 2002, dat kan worden gedownload.3 Het reglement voorziet in arbitrage op een wijze, die overeenkomsten heeft met de wijze waarop het NAI het in haar reglement heeft geregeld, zoals wat betreft het inleidend verzoek en het korte antwoord en wat betreft de lijstprocedure die voorafgaat aan de benoeming. Behalve dat een aanvraag per email kan worden ingediend voorziet het reglement verder niet in een elektronische, maar in een schriftelijke be- en afhandeling van de arbitrage.
De stichting houdt termijnen aan van maximaal 3 tot 4 weken. Agendaplanning van betrokken partijen kan een beperkte afwijking van deze termijnen mogelijk maken. Bij spoedeisende zaken kan een arbitrage binnen enkele dagen worden gehouden, zoals bij meer arbitrage-instituten het geval is. Dat geldt ook voor geschillen waarin een tijdelijke voorziening moet worden getroffen. Dit komt voor in ICTprojecten, die gewoon moeten worden voortgezet, maar waarin een dergelijke voorziening gewenst is. Deze zaken worden meestal middels kort geding arbitrage behandeld, aldus de stichting.