Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/758
Diefstal (art. 310 Sr) en medeplegen diefstal (art. 311 lid 1 onder 4 Sr). Cumulatie van straffen. Strafoplegging in strijd met art. 9 lid 4 Sr, nu aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 386 dagen is opgelegd in combinatie met taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oplegging door hof van taakstraf naast onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan 6 maanden is niet toegestaan o.g.v. art. 9 lid 4 Sr. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.
HR 03-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:776
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juni 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/03095
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:776, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:297, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
Essentie
Diefstal (art. 310 Sr) en medeplegen diefstal (art. 311 lid 1 onder 4 Sr). Cumulatie van straffen. Strafoplegging in strijd met art. 9 lid 4 Sr, nu aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 386 dagen is opgelegd in combinatie met taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oplegging door hof van taakstraf naast onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan 6 maanden is niet toegestaan o.g.v. art. 9 lid 4 Sr. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.