Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/77:77 Woonplaats
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/77
77 Woonplaats
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS507684:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 27 juni 1991, zaak C-351/89, Jur. 1991, p. I-03317, NJ 1993/527 m.nt. JCS, r.o. 16.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 29 EEX-Vo II vereist voor toepassing slechts aanhangigheid van procedures in verschillende lidstaten en rept niet over de woonplaats van de bij beide procedures betrokken partijen. Indien in een van de procedures de verweerder woonplaats buiten de EU heeft wordt de bevoegdheid in beginsel op grond van art. 6 EEX-Vo II geregeld door het commune bevoegdheidsrecht van de desbetreffende lidstaat. Deze omstandigheid maakt echter voor de toepassing van art. 29 EEX-Vo II geen verschil. Het HvJ heeft aan (de voorloper van) art. 29 EEX-Vo II een zo ruime uitleg gegeven, dat het in beginsel alle situaties omvat waarin voor gerechten van lidstaten dezelfde vorderingen aanhangig zijn tussen dezelfde partijen, ongeacht de woonplaats van de partijen.1 De woonplaats van partijen en de eventuele gevolgen daarvan voor de grondslag van de bevoegdheid van de rechter maakt voor de toepassing van art. 29 EEX-Vo II geen verschil. Daarmee strookt ook dat op grond van art. 45 lid 3 EEX-Vo II de rechter in de erkenningsfase de bevoegdheid van de rechter in de lidstaat van herkomst, behoudens de uitzondering in art. 45 lid 1 sub e EEX-Vo II, niet controleert.