Einde inhoudsopgave
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/3.6
3.6 Alternatieven voor toekenning
mr. T. Hutten, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T. Hutten
- JCDI
JCDI:ADS706287:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Insolventierecht (V)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de grenzen en aandachtspunten daarbij bestaan de discussie in de literatuur daarover: Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/65 bij onderdeel f; Wolf 2013, p. 142; Bos 2005, 135 e.v; Visser 2004, p. 161 e.v; Westbroek 1977, p. 152; Van Solinge 1999; Perrick 1993, p. 91.
Zie voor een overzicht Asser/Kortmann 3-III 2017/68. Zie voorts Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/429 en Visser 2004/152 e.v.
Zie voor enkele creatieve oplossingen Bakker 2021.
Zie Renshof 2023, p. 9-10 over de kwestie of een pandhouder een door de pandgever genomen besluit kan intrekken en wat de gevolgen daarvan zijn.
Zie kritisch over de algemenere bepaling dat de pandgever zich ‘zal onthouden van enige handeling die leidt of kan leiden tot een waardevermindering van de verpande aandelen of die de afdwingbaarheid van de pandrechten van de bank krachtens deze akte kan bemoeilijken’, Bertrams in JOR 2020/21.
Vgl. Bertrams in JOR 2020/21, nr. 4.
Vgl. (intrekking van aandelen) Van Kampen 2019, p. 314. Zo levert onder omstandigheden het ‘leeghalen’ van een vennootschap gegronde redenen op om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken, zie Gerechtshof Amsterdam (OK) 14 april 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1127 (Apotheek Schiemond).
110. Als de toekenning van zeggenschapsrechten aan de pandhouder geen optie is, terwijl de pandgever aan de pandhouder wel enige mate van controle wil geven over de zeggenschapscomponent van zijn aandelen, dan bestaan er alternatieven. Zo kan de pandgever aan de pandhouder een stemvolmacht verlenen, of zich daartoe verplichten. In zo’n geval verkrijgt de pandhouder geen eigen stemrecht, maar wordt hij bevoegd de pandgever te vertegenwoordigen bij de uitoefening van diens stemrecht.1 In de literatuur is een (afnemende) meerderheid van mening dat een stemvolmacht in beginsel niet met privatieve werking kan worden verleend.2 Dat betekent dat wanneer de pandgever ter vergadering zou verschijnen, zijn stem geldt in plaats van die van de pandhouder.3 Een stemvolmacht verschaft de pandhouder daarom slechts een beperkte mate van controle.
Verder kunnen de pandgever en de pandhouder verbintenisrechtelijk werkende afspraken maken met betrekking tot de besluitvorming over vennootschapsrechtelijke kwesties die van grote invloed kunnen zijn op de waarde van de aandelen. Zulke afspraken kunnen worden gemaakt in plaats van of in aanvulling op vennootschappelijke zeggenschapsrechten en kunnen in de pandakte worden neergelegd, maar ook daarbuiten zoals in een financieringsovereenkomst.4
Enkele onderwerpen waarover de pandgever kan stemmen die voor de pandhouder belangrijk kunnen zijn, betreffen: het verkopen van aandelen in dochtermaatschappijen, de wijziging van (bepaalde bepalingen van) de statuten, het treffen van een afwijkende verdeling bij uitkering, het toekennen van optierechten op de aandelen, het uitgeven van nieuwe aandelen, het verminderen van de nominale waarde van de aandelen, het inkopen van aandelen, fusie, splitsing, omzetting en ontbinding van de vennootschap, het wijzigen van de statutaire regels inzake de overdraagbaarheid van het aandeel, en het aanvragen van het faillissement van de vennootschap.
111. De afspraken over de uitoefening van het stemrecht kunnen zo worden vormgegeven dat de schending daarvan resulteert in de vervroegde opeisbaarheid van de vordering waarvoor het pandrecht is verstrekt, of ertoe leiden dat de pandhouder – zo hij dat wenst – het stemrecht op hem kan laten overgaan. Op die manier verkrijgt de pandhouder zonder stem- of certificaathoudersrechten toch enige mate van controle over het onderpand.5 Een afspraak tussen de pandgever en de pandhouder met betrekking tot welke vennootschappelijke onderwerpen hij verplicht ter goedkeuring aan de pandhouder moet voorleggen, heeft mijns inziens de voorkeur boven een algemeen geformuleerde bepaling met de strekking dat de pandgever zich dient te onthouden van handelingen die leiden of kunnen leiden tot de waardevermindering van de aandelen. Het is namelijk bepaald niet eenvoudig om bij zulke besluiten vast te stellen of en in hoeverre de waarde van de aandelen is gedaald als gevolg van de stemrechtuitoefening door de pandgever.6 Bovendien zal de waarde van de aandelen van tijd tot tijd stijgen of dalen (mede) als gevolg van handelingen van de pandgever. Zou de pandhouder de bepaling in de pandakte willen inroepen als grond voor opzegging van het krediet, dan zal mijns inziens eerst moeten worden vastgesteld of van schending sprake is.7 Het zal niet steeds zeker zijn of er sprake is van schending, en in hoeverre er sprake is van bevoegde opeising. Deze twijfel kan doorwerken in de gerechtigdheid tot executie van de verpande aandelen (§5.3). Specifiekere afspraken kunnen dat voorkomen.8