25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/56.4.2:56.4.2 Te ver verwijderd verband
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/56.4.2
56.4.2 Te ver verwijderd verband
Documentgegevens:
mr. J.R. van Angeren, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.R. van Angeren
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:952.
CBb 22 december 2017, ECLI:NL:CBB:2017:508.
ABRvS 23 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1685.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip ‘afgeleid’ belang moet niet verward worden met de gevallen waarin het verband tussen het besluit en de gestelde belangenschending te ver verwijderd is. Dat ondervond een onderneming die een hengelsportzaak exploiteerde. De onderneming had bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend tegen een besluit om een vergunning te verlenen aan beroepsvissers voor het vissen met maxi- maal 2.500m staand want. Door het vissen met staand want binnen het gebied door beroepsvissers is het voor sportvissers de laatste jaren niet langer aantrekkelijk om in het gebied op zeebaars te vissen. Hierdoor komen er minder sportvissers in de winkel en daalt de omzet. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een afgeleid belang, maar de Afdeling oordeelde dat dit niet relevant is. Het gaat erom, aldus de Afdeling, dat het belang van de hengelsportonderneming als in een te ver verwijderd verband staand belang wordt aangemerkt niet wegens de relatie met de beroepsvissers, maar wegens een te ver verwijderd verband tussen het gestelde geschade belang en het bestreden besluit.1 Ook bijvoorbeeld FNV ondervond dit. FNV had bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aangewend tegen het marktanalyse besluit van de ACM inzake de 24-uurs zakelijke post. FNV stelde dat dit besluit grote financiële gevolgen heeft voor de postmarkt en dus slechtere arbeidsvoorwaarden zijn te verwachten voor postbezorgers. Het CBb oordeelde dat het marktanalysebesluit de voorwaarden en tarieven regelt in de verhouding tussen PostNL en de postvervoerders en geen directe gevolgen heeft voor de arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en de rechtspositie van werknemers bij PostNL. De effecten voor de werknemers zullen voortvloeien uit door PostNL te maken keuzes en niet rechtstreeks uit de verplichtingen die bij het marktanalysebesluit aan PostNL zijn opgelegd.2 In diezelfde zaak werden leveranciers van frankeermachines evenmin als belanghebbenden aangemerkt, omdat de gevolgen van het marktbesluit eerst tot stand zullen komen via de contractuele relaties met hun klanten; daar was dus wel sprake van een ‘afgeleid’ belang.
Een te ver verwijderd verband tussen het gestelde geschade belang en het bestreden besluit wordt ook wel aangeduid als ‘onvoldoende oorzakelijk verband’. Dat ondervond een persoon die bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aanwendde tegen het besluit tot toekenning van de graad van doctor aan een promovendus. De betrokken persoon stelde dat in het proefschrift onvoldoende aandacht is besteed aan zijn wetenschappelijke werk met betrekking tot rekenprogramma's, waardoor hij belangrijke opdrachten voor wetenschappelijke onderzoek misloopt. De Afdeling oordeelt dat deze persoon geen belanghebbende is gelet op het oorzakelijke verband tussen de toekenning van de graad van doctor als zodanig en het door hem gestelde belang bij vrijwaring van het op onvoldoende en onjuiste wijze presenteren van zijn wetenschappelijke werk.3
Uit deze recente uitspraken blijkt dat niet duidelijk is welke criteria de bestuursrechter toepast om te oordelen wanneer sprake is van een ‘te ver verwijderd verband’ dan wel dat het oorzakelijke verband ontbreekt. Voor de advocaat is ook dit dus enerzijds een gereedschap dat hij kan inzetten om te betogen, afhankelijk van de belangen die hij vertegenwoordigt, dat iemand wel of geen belanghebbende is. Anderzijds kan hij het risico niet nemen dat, indien hij geen bestuursrechte-
lijke rechtsmiddelen aanwendt en meteen een procedure start bij de civiele rechter, de civiele rechter oordeelt dat zijn cliënt wel belanghebbende zou zijn geweest en zijn cliënt niet-ontvankelijk wordt verklaard. Gelet op de krappe zeswekentermijn wordt hij dus gedwongen om eerst de bestuursrechtelijke procedure te volgen, om duidelijkheid te krijgen welke rechter hij moet adiëren. Het zou dus goed zijn als de hoogste bestuursrechters eens op een rijtje zetten welke factoren in aanmerking moeten worden genomen om te beoordelen of een verband tussen het gestelde geschade belang en het bestreden besluit te ver verwijderd is. Die kans wordt geboden omdat Raadsheer A-G Widderhoven inmiddels een conclusie heeft uitgebracht over dit onderwerp.4