Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.5.2:6.5.2 Uitzonderingen
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.5.2
6.5.2 Uitzonderingen
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS437970:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
COM(2002) 222 def., p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdregel van art. 8 lid 1 Vo-BIIbis knoopt voor de rechtsmacht aan bij de gewone verblijfplaats van het kind op het moment dat de procedure bij het gerecht in een lidstaat aanhangig wordt gemaakt. De gewone verblijfplaats van het kind is de primaire aanknopingsfactor. Doorgaans is het forum van de gewone verblijfplaats het beste in staat om de belangen van het kind te beoordelen en de gevraagde maatregelen daarop af te stemmen. De gewone verblijfplaats is echter geen exclusieve bevoegdheidsgrond. Er bestaan uitzonderingen op de hoofdregel (art. 8 lid 2), omdat het belang van het kind gediend kan zijn bij de tussenkomst van een ander gerecht dan dat van de staat waar het kind gewoonlijk verblijft.1 Deze uitzonderingen, die te vinden zijn in art. 9, 10 en 12, stellen de gerechten van lidstaten onder bepaalde voorwaarden in de gelegenheid om rechtsmacht uit te oefenen over een kind dat zijn gewone verblijfplaats in een andere (lid)staat heeft.