Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.4:11.4. De rol van de rechter onder het regime van verordening 1/2003
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.4
11.4. De rol van de rechter onder het regime van verordening 1/2003
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581197:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als gevolg van de modernisering van het mededingingsrecht is de rol van de rechter voor wat betreft de toepassing van artikel 81 EG (en als gevolg daarvan ook de toepassing van artikel 6 Mw) veranderd onder het regime van Verordening 1/2003.1 De rechter hoeft niet meer te onderzoeken of het om een aanmeldingsplichtige overeenkomst gaat en of de overeenkomst daadwerkelijk is aangemeld bij de Commissie. Het machtigingssysteem is vervangen door een systeem van wettelijke uitzonderingen met controle achteraf. Vroeger was het verboden, tenzij het toegestaan was na aanmelding bij de Commissie. Nu is het toegestaan, zolang het niet verboden is.2
Verordening 1 /2003 berust op de afschaffing van het systeem van machtiging en aanmelding, een gedecentraliseerde toepassing van het mededingingsrecht en een versterking van de controle achteraf.3 Het monopolie van de Commissie om individuele ontheffingen te verlenen op grond van artikel 81 lid 3 EG is onder Verordening 1/2003 verdwenen. Naast de nationale mededingingsautoriteiten zijn ook de nationale rechters bevoegd om te oordelen of een overeenkomst voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het derde lid van artikel 81 EG.4