Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/3.2.1
3.2.1 De cijfers
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111382:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Credit-Suisse Report 2016, p. 7.
McKinsey 2017.
Zie voor een ander beeld Allbright Report 2018, p. 4, 6 en 7. Hierin staat dat Duitsland in vergelijking met Frankrijk, Groot-Brittannië, Polen, Zweden en de Verenigde Staten het minste aantal vrouwen in besturen van grote beursvennootschappen heeft. Dit verschil komt doordat het Allbright 2018 rapport ziet op besturen van grote beursvennootschappen. Deze beperking heeft het McKinsey 2017 rapport niet.
The Global Gender Report 2018, p. 13 (Table 4). In 2017 stond zij nog op plek 82 en in 2006 nog op plek 51, The Global Gender Gap Report 2017, p. 10 (Table 3). The Global Gender Gap Report 2006, p. 10.
The Global Gender Report 2017, p. V.
The Global Gender Report 2018, p. 14.
The Global Gender Report 2018, p. 4-5 Zie voor hoe de gender gap gemeten wordt en hoe de ranglijst tot stand komt p. 3 e.v. van het rapport.
Zie voor de andere regio’s: The Global Gender Gap Report 2018, p. viii.
McKinsey 2018, p. 6-7; The Global Gender Gap Report 2018, p. 13 (Table 4).
STEM staat voor: Science, Technology, Engineering, Mathematics. Zie: McKinsey 2018, p. 9.
McKinsey 2018, p. 6-8.
McKinsey 2017, p. 6.
McKinsey 2017, p. 11.
McKinsey 2017, p. 25.
McKinsey 2017, p. 23.
Wouters 2018, p. 13-14, met verwijzingen. Meting wereldranglijst d.d. 1 juni 2018, meting Commissarissen van de Koning december 2017.
Lückerath-Rovers 2018’. Zie ook: Perquin-Deelen 2018; ‘De stilstand is gewoon schokkend’, NRC.nl, 31 augustus 2018.
Lückerath-Rovers 2018, p. 4-5. Zie voor meer cijfers het rapport.
Lückerath-Rovers 2018, p. 11, Figure 3.
Lückerath-Rovers 2018, p. 14, Table 7.
Spencer Stuart Report 2018, p. 7. Het betreft hier Nederlandse beurs NV’s.
Klaassen & Vletter-Van Dort 2015. Meer recente cijfers zijn mij niet bekend.
Ondanks dat genderdiversiteit steeds vaker onderwerp van gesprek is, liegen de mondiale en nationale cijfers er niet om. Vrouwen staan nog steeds op achterstand ten opzichte van mannen. Het vergelijken van cijfers uit verschillende jaren om te beoordelen of het percentage vrouwen in topmanagement stijgt, is lastig. Deze moeilijkheid ontstaat onder meer doordat sommige vennootschappen het aantal bestuursleden verminderen, om zo sneller te voldoen aan de quotumregels in dat land. Dit gedrag promoot de inclusie van vrouwen in topmanagement niet.1 Ondanks dat vergelijking lastig is, schets ik een beeld op basis van meerdere rapporten.
Vrouwen bezetten in Nederland in 27% van de corporate board-posities.2 Ter vergelijking: in Frankrijk is dit 39%, in Zweden 34%, Italië 33%, België 31%, Duitsland 28%,3 de UK 25% en de Verenigde Staten 22%. Nederland staat op de 56e plaats van het Global Gender Gap Report op het gebied van economic participation and opportunity.4 Nederland staat daar ver achter landen als Barbados (1), Burundi (5), Zweden (9), Letland (10), de Filipijnen (14), Portugal (35) en Zimbabwe (44), maar boven Frankrijk (63), China (86), Italië (118) en Turkije (131). De gender gap op het gebied van economic participation and opportunity wordt gemeten door variabelen tegen elkaar af te zetten, waaronder: vrouwelijke arbeidskrachten versus mannelijke arbeidskrachten, beloningsverschillen voor hetzelfde werk tussen mannen en vrouwen, vrouwelijke rechters, hogere vrouwelijke ambtenaren en managers versus mannelijke equivalenten, et cetera. Het rapport van 2017 vermeldt dat voor het eerst sinds het World Economic Forum begon met het meten van de gendergelijkheid – in 2006 – sprake is van meer genderongelijkheid wereldwijd.5 In 2018 is de gender gap verminderd met 0,03% ten opzichte van 2017.6 Het Global Gender Gap Report meet jaarlijks verschillende vormen van ongelijkheid: (1) Economic participation and opportunity; (2) Educational attainment; (3) Health and survival; en (4)Political empowerment.7 Met name op het gebied van economische participatie (onder meer: arbeidsdeelname, beloningskloof) en politieke gelijkheid, is nog sprake van een grote gap tussen mannen en vrouwen. Als de trend zich doorzet, is deze gender gap pas over gemiddeld eenenzestig jaar gesloten in West-Europa.8 Onderzoek van McKinsey laat zien dat vrouwen in Nederland goed vertegenwoordigd zijn in het onderwijs en dat het land er goed voor staat op het gebied van juridische bescherming. Verder laat het Gender Gap Report zien dat Nederland goed scoort op het gebied van onderwijs. Nederland bezet de gedeelde eerste plek met vijfentwintig andere landen.9 Wel scoort Nederland het laagste van alle West-Europese landen op het gebied van (1) aantal betaalde werkuren; (2) gemiddeld maandelijks inkomen; (3) vertegenwoordiging in managementposities; en (4) studenten in STEM10 onderwijs.11
Wereldwijd gemeten wordt 25% van de managementposities ingevuld door vrouwen. Tegelijkertijd wordt wel 75% van het onbetaalde zorgwerk (bijvoorbeeld de zorg voor kinderen) door vrouwen gedaan.12 De totale workforce bestaat wereldwijd slechts voor 39% uit vrouwen, terwijl vrouwen meer dan 50% van de wereldwijde populatie vormen.13 In de G20 landen bezetten vrouwen gemiddeld slechts 20% van de bestuursposities en 12% van de posities in exco’s.14 De participatie van vrouwen in de politiek is heden ten dage laag. Gemiddeld zitten slechts in 22% van de gevallen vrouwen in ministeriële en parlementaire functies.15 Ook in het Nederlandse politieke bestel is geen sprake van een evenwichtige verdeling, zowel op niveau van de landelijke verkiezingen, als op het niveau van de provinciale verkiezingen. De huidige kabinetssamenstelling bevestigt deze disbalans. Nederland staat wat betreft vrouwen in het parlement op de zesentwintigste plaats in de Wereldranglijst van de Interparliamentary Union. In 2014 was Nederland nog op de zestiende plek te vinden. Voorts is slechts acht procent van de Commissarissen van de Koning vrouw.16 De misrepresentiviteit van vrouwen in de topbestuurslagen is dan ook slechts het topje van de ijsberg van genderongelijkheid.
Volgens de Female Board Index17 voldoen eind augustus 2018 negen van de negentig Nederlandse NV’s van wie de effecten zijn genoteerd aan Euronext aan het streefgetal van 30% vrouwen in de rvb (zie meer uitgebreid par. 3.2.2). Dertig (van de negentig) vennootschappen voldoen aan het streefgetal voor de rvc. Vijf vennootschappen (van de negentig) voldoen voor zowel hun rvb als voor hun rvc aan het streefgetal. Slechts 6% van de bestuurders is een vrouw (13 van de 228) en 25% van de commissarissen (116 van de 463). Twintig van de negentig vennootschappen hebben geen enkele vrouw in de rvb of in de rvc.18 In vergelijking met 2017 staan zeven nieuwe vennootschappen op de lijst en zijn twee vennootschappen van de beurs vertrokken. De zeven nieuwe vennootschappen hebben een negatieve invloed op het gemiddelde. Deze nieuwe vennootschappen hebben 0% vrouwelijke bestuurders en slechts 12,5% vrouwelijke commissarissen. Waar over de periode 2005-2018 een flinke stijging is waar te nemen van het aantal vrouwelijke commissarissen (6% → 25%), is deze stijging kleiner bij het aantal vrouwelijke bestuurders (2% → 6%).19 Van de negentig vennootschappen hebben zevenenzeventig vennootschappen geen enkele vrouwelijke bestuurder. Bij het benoemen van nieuwe bestuurders maken vennootschappen geen gebruik van de mogelijkheid het genderevenwicht te herstellen. Bij deze vennootschappen zijn het afgelopen jaar dertig nieuwe mannelijke bestuurders benoemd en geen enkele vrouw. Bij vennootschappen met minder dan 30% vrouwelijke bestuurders werden acht nieuwe bestuurders benoemd, waarvan twee vrouwen. Bij vennootschappen met meer dan 30% vrouwelijke bestuurders werden zes nieuwe bestuurders benoemd, waarvan drie vrouwen.20 In het recente Spencer Stuart rapport is te lezen dat slechts twee van de 184 voorzitters van de rvc sinds 1990 vrouw waren.21 Bij Nederlandse pensioenfondsen is enkele jaren geleden aangetoond dat een aanzienlijk deel van de pensioenfondsen weinig tot geen vrouwen in de rvb heeft.22 Naar de cijfers van genderdiversiteit in de top van de zorgsector is bij mijn weten geen uitvoerig onderzoek gedaan, maar een eigen blik op de besturen in de zorgsector laat zien dat hier sprake is van meer genderdiversiteit dan in de corporate sector. Dit beeld wordt gedeeld door enkele respondenten van mijn empirisch onderzoek.