De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.8.3.4:2.8.3.4 Niet onredelijk voorkomende vergoedingen
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.8.3.4
2.8.3.4 Niet onredelijk voorkomende vergoedingen
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652289:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. OK 27 december 2010 (r.o. 2.3), ARO 2011/8 (LdB Ogilvy & Mather); OK 18 september 2014 (r.o. 1.6), ARO 2014/191 (Body Control Concepts); OK 6 januari 2016 (r.o. 1.4), ARO 2016/29 (Fayrefield).
Zie bijv. OK 25 februari 2014 (r.o. 2.5), ARO 2014/75 (Biotempt).
OK 25 februari 2014 (r.o. 1.6), ARO 2014/75 (Biotempt).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer toetst tot slot of de in rekening gebrachte vergoeding haar niet onredelijk voorkomt. Deze toets legt de Ondernemingskamer ook aan bij de beoordeling van een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget, waarover par. 2.6.4.2. Mij zijn buiten Interfisc geen gevallen bekend waarin de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek vaststelde op een ander bedrag dan de hoogte van de door de onderzoeker opgevoerde kosten. Zie voor een bespreking van Interfisc en de specifieke achtergrond daarvan par. 2.4.2.2.2 en par. 2.6.4.2.
Het komt in de praktijk regelmatig voor dat de daadwerkelijke kosten van het onderzoek sluiten op een hoger bedrag dan het bedrag dat de onderzoeker in rekening brengt aan de rechtspersoon en waarvoor hij vaststelling door de Ondernemingskamer verzoekt.1 De Ondernemingskamer betrekt die omstandigheid ook bij de beoordeling of de in rekening gebrachte vergoeding haar niet onredelijk voorkomt. Matigt de onderzoeker zijn declaratie, dan volgt de Ondernemingskamer de onderzoeker steeds en stelt zij de kosten van het onderzoek vast op dit gematigde bedrag.2 De onderzoeker financiert dan op oneigenlijke wijze de kosten van het onderzoek deels zelf (par. 6.9).
Slechts zelden verklaart de onderzoeker zijn lagere declaratie, althans wordt dit weergegeven in de beschikking van de Ondernemingskamer. Een uitzondering vormt Biotempt, waarin de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht zijn vergoeding vast te stellen op € 40.000. Dat bedrag lag € 17.807,75 onder zijn kostenspecificatie. De onderzoeker verklaarde dat als volgt: ‘Gezien mijn beperkte rol gedurende de laatste 3 jaar, alsmede ook het feit, dat ik geen rapport heb opgesteld, wil ik mijn declaratie mitigeren.’3 Die redengeving lijkt mij valide, ook omdat partijen in Biotempt zo’n vierenhalf jaar na het gelasten van het onderzoek een minnelijke regeling bereikten en een groot deel van de kosten van het onderzoek werden gevormd door kosten van de onderzoeker voor ‘lezing en herlezing omvangrijke (en complexe) dossier/maken s’vatting en schema aandelenverhouding’.