Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.2.4.1
7.2.4.1 Inleiding
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258732:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er moet hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen onderhoudskosten die geen onderdeel van de douanewaarde uitmaken en kosten die een verkoper maakt onder een garantievoorziening. Laatstgenoemde kosten kunnen enkel van de douanewaarde worden uitgesloten als aan bepaalde voorwaarde is voldaan (onderdeel 7.2.4.3). Explanatory note 6.1. Distinction between the term “maintenance” in the Note to Article 1 and the term “warranty. (Adopted, 1st Session, 6 October 1995, 39.790).
Explanatory note 3.1. Goods not in accordance with contract. (Adopted, 3rd Session, 23 March 1982, 28.560).
HvJ EEG 12 juni 1986, nr. C-183/85 (Hauptzollamt Itzehoe tegen Repenning), ECLI:EU:C:1986:247, r.o. 19.
Conclusie A-G Mischo 24 april 1986, nr. C-183/85 (Hauptzollamt Itzehoe tegen Repenning), ECLI:EU:C:1986:176.
Conclusie A-G Mischo 24 april 1986, nr. C-183/85 (Hauptzollamt Itzehoe tegen Repenning), ECLI:EU:C:1986:176, p. 1877.
Explanatory note 3.1. Goods not in accordance with contract. (Adopted, 3rd Session, 23 March 1982, 28.560).
Conclusie A-G Saugmandsgaard Øe, nr. C-661/15 (X BV tegen Staatssecretaris van Financiën), ECLI:EU:C:2017:252, r.o. 22.
Er kan ook een aanvraag worden ingediend om terugbetaling of kwijtschelding van het bedrag aan verschuldigde invoerrechten indien de ingevoerde goederen gebreken vertonen of zij niet met de bepalingen van het contract in overeenstemming zijn. Een dergelijk verzoek kan worden gestoeld op de artikelen 116, lid 1, onderdeel b, jo. 118, lid 1, DWU. Een verzoek vindt enkel toepassing als de goederen worden geweigerd door de ontvanger en aan de overige in artikel 118 DWU genoemde voorwaarden wordt voldaan.
Het uitgangspunt is dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen gelijk is aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de goederen die voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie zijn verkocht. Contractueel zal bij de vaststelling van de prijs worden uitgegaan van een bepaalde kwaliteit en kwantiteit van de goederen die onderworpen zijn aan de verkoop voor uitvoer. Indien blijkt dat de goederen gebreken vertonen of niet in overeenstemming zijn met de bepalingen in het verkoopcontract (gebrekkige goederen), komt de vraag op of een marktdeelnemer een (gedeeltelijk) recht op teruggaaf kan claimen door een prijsvermindering in aanmerking te nemen bij het definitief bepalen van de douanewaarde overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde (deels) gebrekkige goederen.1
De bepalingen in de CVA voorzien hierin niet. In Explanatory note 3.12 wordt door de Technische commissie douanewaarde van de WDO opgemerkt, dat indien de gehele partij of een deel van de beschadigde goederen door de importeur wordt geaccepteerd, het beschadigde deel van de lading niet gewaardeerd kan worden overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. In het geval de ingevoerde goederen niet overeenkomen met de contractuele bepalingen, kan onderscheid worden gemaakt tussen de levering van de verkeerde goederen enerzijds en de levering van goederen die niet voldoen aan de specificaties zoals genoemd in het contract anderzijds. In dat eerste geval kan de douanewaarde niet overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen worden bepaald aldus de Technische commissie douanewaarde van de WDO. In het tweede geval bestaat hiervoor wel ruimte. Tot slot wordt in Explanatory note 3.1 aandacht besteed aan de vaststelling van de douanewaarde voor de situatie dat de goederen worden vervangen. Indien de initieel verzonden goederen worden wederuitgevoerd en de vervangende goederen worden ingevoerd, vormt de initieel gefactureerde prijs de transactiewaarde voor de vervangende goederen. Indien het gebruikelijk is om meer goederen dan afgesproken te leveren, omdat de ervaring leert dat afgaande op de aard van de goederen een deel daarvan bij aankomst gebrekkig zal zijn, wordt de gefactureerde prijs voor de gehele lading aangemerkt als de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. Er hoeft met andere woorden geen prijsverhoging in aanmerking te worden genomen.
Opmerkelijk is dat in geen van de in Explanatory note 3.1 genoemde gevallen voorzien wordt in het in aanmerking nemen van een prijsaanpassing achteraf die verband houdt met de gebrekkige aard van de ingevoerde goederen ter vaststelling van de douanewaarde overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. Met andere woorden, de Technische commissie douanewaarde van de WDO lijkt van mening dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen niet toegepast kan worden in het geval van gebrekkige goederen. Een argument tegen de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen zou in dat kader zijn, dat strikt genomen de werkelijk betaalde of te betalen prijs is afgesproken voor de goederen in onbeschadigde staat.
In Europees verband heeft het Hof van Justitie reeds op 12 juni 1986 in de zaak Hauptzollamt Itzehoe tegen Repenning bevestigd, dat in het geval van gebrekkige goederen een prijsaanpassing in aanmerking kan worden genomen onder toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen (onderstreping MLS):3
“Op de vraag van het Bundesfinanzhof moet bijgevolg worden geantwoord, dat artikel 3, lid 1, van verordening nr. 1224/80 van de Raad aldus moet worden uitgelegd, dat wanneer goederen bij aankoop onbeschadigd waren doch vóór de inklaring schade hebben opgelopen, de werkelijk betaalde of te betalen prijs, op basis waarvan de transactiewaarde wordt vastgesteld, naar evenredigheid van de geleden schade moet worden verlaagd.”
Het Hof van Justitie komt daarmee tot een andere slotsom dan A-G Mischo in deze zaak.4 De A-G betoogde namelijk dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen alleen toepassing vindt indien de goederen waarvan de douanewaarde wordt bepaald, identiek zijn aan de gekochte goederen.5 Dit is niet het geval indien de gehele partij geleverde goederen is beschadigd aldus de A-G, waarbij hij zich baseert op de hiervoor besproken Explanatory note 3.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO.6 Ik merk daarbij op dat het in beginsel juist is dat de afgesproken prijs geen toepassing kan vinden, omdat deze ziet op onbeschadigde goederen. Om die reden moet in mijn optiek juist de werkelijk betaalde of te betalen prijs naar evenredigheid van de geleden schade worden verlaagd zoals hiervoor aangegeven door het Hof van Justitie. Hiermee wordt namelijk beter de neutraliteit van het stelsel bewaakt, doordat met het in aanmerking nemen van de prijsaanpassing wordt aangesloten bij de economische waarde van de ingevoerde goederen. Deze nadere rechtvaardiging voor het in aanmerking nemen van een prijsaanpassing bij gebrekkige goederen, wordt ook onderkend in de conclusie van A-G Saugmandsgaard Øe in de zaak X BV tegen Staatssecretaris van Financiën waarin hij overweegt dat:7
“[…] de transactiewaarde slechts een substituut is voor de economische waarde van het goed op het tijdstip van invoer, waarbij de referentiedatum de datum van aanvaarding van de douaneaangifte is. Artikel 29 van het douanewetboek beoogt immers een billijk, uniform en neutraal systeem in te voeren dat het gebruik van willekeurige of fictieve douanewaarden uitsluit. Derhalve moet de douanewaarde alle elementen van het goed die een economische waarde vertegenwoordigen weergeven. Bijgevolg is de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor dat goed, zoals vermeld in de douaneaangifte, een gegeven dat eventueel moet worden gecorrigeerd wanneer dat noodzakelijk is om de vaststelling van een willekeurige of fictieve douanewaarde te voorkomen.”
Inmiddels is het in aanmerking nemen van een prijsverlaging bij beschadigde goederen wettelijk vastgelegd in artikel 131, lid 2, UDWU. Onder het DWU-wetgevingspakket kunnen de prijsaanpassingen in aanmerking worden genomen door verzoek om teruggaaf of kwijtschelding in te dienen op grond van de artikelen 116, lid 1, onderdeel b, jo. 118, lid 1, DWU. Voor een geslaagd verzoek om teruggaaf of kwijtschelding moet echter sprake zijn van gebrekkige goederen (onderdeel 7.2.4.2) en moet aan diverse voorwaarden zijn voldaan (onderdeel 7.2.4.3).8 Zo moeten de goederen al gebrekkig zijn op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte en moet de compensatie van het gebrek voortvloeien uit een contractuele of wettelijke verplichting.