Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.4.1:6.4.1 Inleiding
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.4.1
6.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270064:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 4.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 11.
Van Noorloos 2018.
Zie § 6.4.2.
Zie § 6.4.3.
Zie § 6.4.4.
Er is weinig bekend over de naleving van de straf van ontzetting van rechten, en de VOG lijkt een prominentere rol te spelen bij het voorkomen van soortgelijke feiten.
Zie § 6.4.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Naming en shaming’ (‘benoemen’ en ‘beschamen’) is een in gebruik geraakte Engelse term, die doelt op het onterende karakter van een sanctie. Bleichrodt en Vegter beschrijven dat reeds in de Code Pénal van 1810 bepaald werd dat een veroordeelde, voordat hij een gevangenisstraf zou ondergaan, gedurende een uur ‘aan de kaak’ werd gesteld. Dat betekende dat hij op een publieke plaats werd tentoongesteld, met vermelding van naam, adres, beroep, delict en straf. Ook de degradation civique, die een ontzegging van rechten inhield, viel onder de categorie onterende straffen.1 In die tijd was het zelfs mogelijk alle burgerrechten te verliezen, de zogenoemde mort civile.
Het sanctiestelsel is in verschillende opzichten veranderd in de 19de eeuw. Onder meer is het accent van de bestraffing veranderd van lichaam naar vrijheid, en de strafvoltrekking is geleidelijk uit het openbare leven verdwenen, zo schrijven Bleichrodt en Vegter.2 Toch kan niet worden gesteld dat de onterende straf voorgoed verleden tijd is. Sterker nog: de onterende straf van reputatieschade is vandaag de dag – vanwege de snelheid van het nieuws – misschien wel de meest gevreesde sanctie voor een fiscaal fraudeur. Bij de modernisering van het Wetboek van Strafvordering is er – aldus Van Noorloos – ook veel aandacht voor een verplichte aanwezigheid van (bepaalde) verdachte(n), hetgeen ook iets weg heeft van naming en shaming:3
“De in het openbaar rechtstreeks aan de verdachte in persoon geadresseerde veroordeling kan worden gezien als het sluitstuk van openbare rechtspleging («Justice must be seen to be done»).”4
In deze paragraaf wordt bezien in hoeverre het wettelijke sanctiearsenaal het mogelijk maakt dat een fiscaal fraudeur met naming en shaming te maken krijgt.
Ontzetting van bepaalde rechten is de eerste sanctie die zal worden besproken.5 Voor een fiscaal fraudeur geldt dat hij van zijn beroep kan worden ontzet, mits hij een fiscaal strafbaar feit begaat binnen de uitoefening van dit beroep. Ondanks het feit dat deze sanctie als zodanig geen openbaarmaking inhoudt, kan een effectieve toepassing niet plaatsvinden zonder dat kenbaar is dat de betreffende belastingplichtige zijn of haar beroep niet meer kan uitoefenen. Er kleeft dus wel degelijk een onterend karakter aan deze sanctie. Uit de benaming van de sancties van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak en van vergrijpboeten aan deelnemers is duidelijk af te leiden dat een hiertoe veroordeelde deze sanctie als onterend zal ervaren. De sancties bestaan beide uit het openbaar maken van gegevens rondom het strafbare of beboetbare feit. De straf van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak is strafrechtelijk van aard.6 Openbaarmaking van vergrijpboeten aan deelnemers is een typisch fiscale sanctie, die sinds 1 januari 2020 is opgenomen in de AWR.7 De aantekening in de justitiële documentatie tot slot is geen sanctie op zich, maar kan wel als onterend worden ervaren (vgl. ‘beroepsverbod’8) aangezien deze aantekening van invloed is op het verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag (hierna: VOG).9