Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/8.3.1
8.3.1 Het gebruik (en de juridische duiding) van volgclausules bij coassurantie
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183468:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor de volledigheid zij vermeld dat er ook een ‘follow form clausule’ bestaat die ervoor zorgt dat bij verticale risicospreiding in layers de excess verzekeraars de onderliggende verzekeraars volgen in hun beslissingen omtrent de schade. Zie daarover uitgebreid: Roos, AV&S 2017/19, p.97-98 alsmede NTHR 2018-2, p. 85 e.v. Zie ook: Theunis & Van der Veen, Tijdschrift voor de Procespraktijk 2016-2, p. 31 e.v.
Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX* 2012/192.
De rol van de leidende verzekeraar kwam uitvoerig aan bod in hoofdstuk 5, par. 5.2.1.2.
Roos, AV&S 2017/19, p. 96.
Roos, AV&S 2017/19, p. 96; zie ook: Lange & Dreher, VersR 2008/7, p. 289 e.v.
Franken & Meijer 2017, p. 344.
Roos, AV&S 2017/19, p. 97.
Rb. Rotterdam 9 november 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AZ2840.
Zie Rb. Rotterdam 9 november 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AZ2840, ro. 4.2.
Rb. Rotterdam 13 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5431.
Vgl. Londonck Sluijk 2017, p. 37.
Zoals gezegd is het bij de verzekering in coassurantie gebruikelijk dat in de polissen volgclausules (‘to follow-clausules’) worden opgenomen.1 Het overeenkomen van een volgclausule is met name van belang voor de fase van de afwikkeling van schade omdat zij ervoor zorgt dat de volgverzekeraars de beslissingen van de leidende verzekeraar(s) dienen te accepteren. Bij een volgclausule binden de volgverzekeraars zich namelijk jegens de verzekeringnemer om de beslissing van de leidende verzekeraar(s) inzake de schade te volgen. De gedachte van het opnemen van volgbepalingen in een polis bij coassurantie is dat moet worden vermeden dat de verzekerde zich tot iedere verzekeraar afzonderlijk moet richten en deze – zo nodig – in rechte zou moeten betrekken.2 De opname van een volgclausule in een polis bij coassurantie heeft daarom tot gevolg dat niet al de verzekeraars die betrokken zijn op een polis een zelfstandige beslissing zullen nemen ten aanzien van de schade maar dat deze beslissing wordt genomen door de leidende verzekeraar(s) die in de praktijk vaak – daar wordt hij immers op geselecteerd in de sluitfase – ook de meeste kennis en expertise zal hebben in de behandeling van schades onder de polis.3
Vanuit juridisch oogpunt is het goed om te vermelden dat een volgclausule een contractuele gebondenheid inhoudt van volgverzekeraars jegens de verzekeringnemer. Volgverzekeraars spreken met de verzekeringnemer af dat zij zich zullen houden aan de beslissing van de leidende verzekeraar.4 Tussen verzekeraars onderling is dus geen overeenkomst.5 Een verzekering bij coassurantie komt als meerpartijenovereenkomst jegens de verschillende verzekeraars separaat tot stand.6 Roos wijst er mijns inziens terecht op dat, ook al zijn de verzekeraars bij coassurantie het onderling niet met elkaar eens, zij desondanks jegens de verzekeringnemer gebonden zijn aan de uitkeringsbeslissing van de leidende verzekeraar.7
De reikwijdte van een volgclausule kan evenwel verschillend zijn. Er zijn bijvoorbeeld volgclausules waarin de volgverzekeraars zich ertoe verbinden de leidende verzekeraar(s) in alles te volgen, maar het komt ook voor dat de volgverzekeraars zich het recht voorbehouden om hun eigen beslissing te nemen bij coulance (ex-gratia) betalingen. Illustratief voor een volgclausule waarin volgverzekeraars de leidende verzekeraar in alle opzichten volgen, is onderstaande clausule afkomstig uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 9 november 2006:
‘Indien meerdere ondertekenaars op deze verzekering zijn betrokken, zullen beslissingen betreffende schaderegelingen, restituties etc. zoals door de eerste twee ondertekenaars worden genomen door de andere ondertekenaars worden gevolgd, terwijl deze zich ook in alle andere opzichten bij eerstgenoemde ondertekenaars zullen aansluiten.’8
Een voorbeeld waarin volgverzekeraars de leidende verzekeraar juist niet overal in volgen, biedt onderstaande volgclausule:
The co-insurers acknowledge and agree that they shall follow the fortunes of the leading insurer and shall fully submit themselves to any ruling against the leading insurer in respect of damages to be paid under the terms of the underlying policies or any claims arrangement or settlements made under locally issued policies approved by the leading insurer, however in respect of ex-gratia payments each co-insurer shall not be bound by the decision of another participating co-insurer and is able to settle such ex-gratia payment) as they see fit, if at all (cursivering, GTB). The co-insurers agree to pay the leading insurer their proportionate part of all settlements made or payments or costs incurred by the leading insurer.
Hoewel er dus verschillende varianten bestaan van volgclausules is de kern ervan gelegen in het stroomlijnen van het schadeproces bij coassurantie.
Illustratief voor het belang van het opnemen van een volgclausule op een polis bij coassurantie is een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 13 juli 2016. Ik zal deze uitspraak in het kader van dit hoofdstuk daarom kort bespreken. Het ging in deze zaak om de volgende feiten. Strukton Groep NV (hierna: Strukton), een groot aannemersbedrijf, had via beursmakelaar Aon in coassurantie een beroepsaansprakelijkheidsverzekering gesloten bij verzekeraars Zurich (40%), HDI (40%) en Liberty (20%). Op het handtekeningenblad stond onder het kopje ‘Rol’ vermeld: Zurich ‘Leidend’ en bij HDI en Liberty ‘Volgend’. Strukton heeft middels een openbare aanbesteding de opdracht gekregen van Rijkswaterstaat om een aquaduct te ontwerpen en uit te voeren over de N57 op Walcheren. Tijdens de uitvoering van de opdracht ontstond discussie over de brandwerendheid van de wanden van het aquaduct als gevolg van een ontwerpfout waarvoor Strukton verantwoordelijk werd gehouden. Nadien is tussen Strukton, AON en Zurich een schikking getroffen voor een bedrag € 800.000 (hierna: de vaststellingsovereenkomst). In de procedure bij de Rechtbank Rotterdam stond de (door Strukton Groep NV gecedeerde) vordering centraal van Aquaduct dat HDI gehouden was aan de vaststellingsovereenkomst gesloten tussen Strukton en Zurich. De kernvraag was of de woorden ‘leidend’ en ‘volgend’ op het polisblad, zonder dat daarbij ook een volgclausule was opgenomen, met zich zouden brengen dat de volgverzekeraars de leidende verzekeraar moesten volgen in diens beslissing ten aanzien van de uitkering van de schade.9 Het ging in deze uitspraak dus om de situatie waarin er nu juist geen volgclausule was opgenomen in de polis. De rechtbank overweegt dat bij het ontbreken van een volgclausule op grond van de woorden ‘leidend’ en ‘volgend’ op het polisblad geen volgplicht kan worden aangenomen:
‘4.7.1. De woorden 'leidend" bij Zurich en "volgend" bij HDI c.s. op het handtekeningenblad – zonder opname in de polisstukken van een to follow clausule als hiervoor bedoeld – zijn op zichzelf te onbepaald om een volgverplichting ten aanzien van een schaderegeling voor HDI c.s. in het leven te roepen (cursivering, GTB). Instemming van HDI c.s. met een zodanige verplichting – die vergaande juridische en financiële gevolgen kan hebben – kan niet op uitsluitend deze aanduidingen worden gebaseerd.
Daarmee zijn deze aanduidingen niet zinledig, nu niet in discussie is dat zij (tenminste) zien op de voortrekkersrol van de leidende verzekeraar als het gaat om de schadeafhandeling. Instemming van HDI c.s. met een verplichting om Zurich in een schaderegeling te volgen had kunnen blijken uit een to follow clausule, maar die ontbreekt in dit geval.
Uit de woorden ‘leidend’ en ‘volgend’ op het handtekeningenblad kan dus niet een volgverplichting worden geconstrueerd. Deze woorden zijn volgens de rechtbank op zichzelf te onbepaald om een volgverplichting ten aanzien van een schaderegeling voor HDI c.s. in het leven te roepen. Dat zou anders zijn geweest indien HDI had ingestemd met een volgclausule maar deze ontbrak in dit geval. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het aannemen van een volgverplichting, die vergaande juridische en financiële gevolgen kan hebben, niet uitsluitend op de aanduidingen op het handtekeningenblad kan worden gebaseerd.
Interessant zijn ook de daaropvolgende rechtsoverwegingen 4.7.2 en 4.7.3 waarin de rechtbank stilstaat bij de betekenis van branche-opvattingen en/of beursgebruiken alsmede de rol van de (hiervoor reeds besproken) regeling SPC:
4.7.2. Niet ondenkbaar is dat wegens branche-opvattingen en/of beursgebruiken een verdergaande betekenis aan het woord "volgend" toegekend zou moeten worden, maar daarover heeft Aquaduct niets concreets aangevoerd. Dat had wel op haar weg gelegen, nu zij haar vorderingen baseert op een door haar bepleite uitleg van de polis en HDI c.s. de algemene stellingname van Aquaduct op dit onderdeel heeft bestreden.
(…)
Bij gebreke van een concrete onderbouwing van een branche-opvatting en/of beursgebruik door Aquaduct, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding in dit kader een deskundigenbericht te gelasten. (…)
4.7.3. Artikel 4.3 van de Regeling Schadeproces Coassurantie van de VNAB biedt geen steun voor het standpunt van Aquaduct. Deze regeling omschrijft de "leidende verzekeraar" als volgt:
"de verzekeraar(s) welke middels aantekening op de polis zijn gemachtigd mede namens de overige op de polis betrokken verzekeraars de in dit document genoemde stappen uit te mogen voeren".
Van een dergelijke machtiging in de polis is hier geen sprake. Ook hiervoor geldt dat de enkele bewoordingen "leidend" en "volgend" niet voldoende worden geacht. Mocht dit al anders zijn; de regeling voorziet er nu juist in dat een volgverzekeraar de mogelijkheid krijgt zijn goedkeuring te onthouden aan een schaderekening.’10
De rechtbank wijst er in de eerste plaats op dat er mogelijk ruimte bestaat om een verdergaande betekenis aan de bewoordingen op het polisblad op grond van branche- en/of beursgebruiken toe te kennen. Daarnaast staat de rechtbank stil bij de toepassing van artikel 4.3 van de regeling SPC. In dat artikel is bepaald dat een volgverzekeraar gebonden is aan de beslissingen van de twee bovenstaande (leidende) verzekeraars inzake de afwikkeling van schade, maar ook dat deze kan aangeven daarmee niet akkoord te willen gaan. Hoewel Aquaduct betoogde dat de regeling SPC steun biedt voor het standpunt dat uit de aanduiding op het polisblad een volgverplichting kan worden afgeleid, kan volgens de rechter geen volgverplichting worden afgeleid uit de regeling SPC. Temeer omdat de regeling erin voorziet dat een volgverzekeraar zijn goedkeuring kan onthouden aan de beslissing van de leidende verzekeraar ingeval sprake is van een coulance betaling.
Bovenstaande bespreking maakt duidelijk dat het van groot praktisch belang is dat volgclausules worden opgenomen bij tekening door meerdere verzekeraars. Het is de verantwoordelijkheid van de makelaar om een dergelijk clausule in een polis op te nemen. In de regel zullen de verzekeringsovereenkomsten op de coassurantiemarkt een volgclausule bevatten.11 Is zo’n clausule niet opgenomen dan kan immers geen volgverplichting worden aangenomen. Toch kan het in de praktijk (sporadisch) voorkomen dat polissen zonder volgclausule worden gesloten. In die situatie behouden de volgverzekeraars hun zelfstandige positie jegens de verzekeringnemer en kunnen zij hun eigen standpunt ten aanzien van de schade-uitkering bepalen. Volgclausules beïnvloeden dus de zelfstandigheid van het marktgedrag van verzekeraars. Daarmee is de vraag relevant hoe het mededingingsrecht hiertegenover staat. Hoe beïnvloeden kanaliserende afspraken bij de schadebehandeling de mededinging? En hoe verhouden de voordelen voor de mededinging zich tot de nadelen voor de mededinging bij het gebruik van volgclausules? Een antwoord op die vragen geef ik in de volgende paragraaf.