Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/10.9.3
10.9.3 De vangnetfunctie van de hoofdnorm naar Engels recht
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS492422:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
OFT 2008a, p. 18.
Explanatory Memorandum, p. 6.
Consultation, december 2005, p. 31, nr. 80.
RIA 2007, p. 34. Vgl. de Nederlandse niet-limitatieve opvatting van art. 6 richtlijn (par. 8.5.1).
Government Response, mei 2007, p. 4 en 9 e.v.
De regering stelt dat `it is appropriate that courts check that these practices require knowledge or recklessness by the traden, before the trader should be liable to a criminal conviction': Govemment Response, mei 2007, p. 4.
',Viriel liability' biedt de consument meer bescherming. Government Response, mei 2007, p. 9.
Nergens in de literatuur of de omzettingsdocumentatie is geopperd dat de subnormen niet-limitatief zijn bedoeld dan wel extensief dienen te worden uitgelegd. Een dergelijke uitleg van de subnormen kan de beknotting van de vangnetrol compenseren. Gelet op de strafrechtelijke inbedding van de normen ligt zij niet voor de hand. Uit de RIA 2007, p. 34 blijkt dat de misleidingssubnorm limitatief is bedoeld.
Wiltshire County Council's Trading Standards Department/Stockwell: www.oft.gov.uk/news/press/2008/92-08.
675. De schending van de algemene norm neergelegd in Reg. 3 vormt een `offence' op zich. In de Guidance is een schema gemaakt waarin duidelijk wordt aangeheven wat de structuur is van de toetsing aan de verschillende Regulations.1 Hieruit kan worden afgeleid dat de oneerlijkheidstoets begint bij de lijst en eindigt bij de hoofdnorm. Reg. 3 wordt pas aangewend wanneer is vastgesteld dat de praktijk niet onder de lijst of de subnormen valt (`omgekeerde trechter '- model).
De autonome rol van de hoofdnorm als vangnet wordt unaniem erkend. Het Explanatory Memorandum bij de CPR 2008 onderstreept die ro1.2 In de consultatiedocumenten was ook al benadrukt dat `(...) a commercial practice can still be unfair when judged against the general duty even if it is neither "misleading" nor "aggressive" as judged against Articles 6-9'.3 De vangnetrol treedt bijvoorbeeld in werking wanneer er sprake is van 'information that is deceptive in relation to matters not specified in Article 6'.4 De regering relativeert echter het praktische belang van de vangnetrol van de hoofdnorm. Haar verwachting is dat weinig praktijken onder de algemene norm zullen vallen daar zij meestal door de subnormen zullen worden 'gevangen'.5
676. Los van deze relativering, rijst de vraag of de keuze voor de rechtsgrond van de hoofdnorm haar vangnetrol niet onnodig beknot. De omzettingswetgever heeft er bewust voor gekozen om de strafrechtelijke handhaving van de vangnetnorm uit Reg. 3 hoogdrempelig te maken. Omdat de hoofdnorm open is, en daarom vooral bedoeld is om nieuwe praktijken aan te kunnen pakken, is de strafrechtelijke handhaving hiervan afhankelijk gemaakt van het bewijs van een 'mens tra' (par. 10.3.3).6 De vraag is of deze hoogdrempeligheid niet in strijd is met art. 11 lid 1 richtlijn (` passende en doeltreffende middelen') en de vangnetfunctie van de hoofdnorm. Met name de OFT en de Trading Standards zijn erg kritisch.7
De hoofdnorm zal naar verwachting voornamelijk civielrechtelijk worden gehandhaafd. Hierin komt de vangnetfunctie van de hoofdnorm wel tot haar recht.8 De eerste 'order' met betrekking tot de CPR 2008 betrof onder meer de schending van de algemene norm, althans van het professionele toewijdingsvereiste.9 Een verbod Reg. 3 nog langer te schenden, biedt de toezichthouder alle ruimte om alle toekomstige op grond van de hoofdnorm oneerlijke praktijken van de reeds over de schreef gegane handelaren af te (laten) straffen. In dit opzicht staat de hoofdnorm voor ruime handhavingsmogelijkheden.