Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.5.0
3.5.0 Introductie
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS391593:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
MvT Kamerstukken II 2001/02, 28 197, nr. 3, p. 4.
De doelstelling van de Richtlijn inzake elektronische handel blijkt uit art. 1 van de Richtlijn en overweging 8.
Aanpassingswet inzake elektronische handel, Stb. 2004, 210, Wet van 13 mei 2004, welke op 30 juni 2004 in werking is getreden. De Aanpassingswet inzake elektronische handel is niet specifiek op het beschermen van consumenten gericht en voorziet in een breed scala aan regels om belemmeringen van de diensten van de informatiemaatschappij tegen te gaan. Zie ook Gijrath & Kolthek 2002, Van Esch 2002 en Van Esch 2004 B.
MvT Kamerstukken II 2001/02, 28 197, nr. 3, p. 7.
Deze afdeling is door de wet ter implementatie van de Richtlijn elektronische handtekening nieuw gecreëerd, zie paragraaf 3.5.5 'Elektronische handtekening'.
Voor het contracteren op afstand is ook de Richtlijn inzake elektronische handel van belang. Zoals de naam á aangeeft is de richtlijn alleen geschreven voor een bepaalde wijze van contracteren op afstand, te weten het contracteren langs elektronische weg. De Richtlijn inzake elektronische handel vormt een aanvulling op de eisen ten aanzien van de informatieverstrekking en commerciële communicatie zoals die in de Richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten zijn neergelegd. De reikwijdte daarvan is ruimer dan de Richtlijn inzake elektronische handel omdat zij ook transacties bestrijkt die weliswaar langs elektronische weg tot stand komen, bijvoorbeeld via de telefoon of per fax, maar waarbij geen apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie) en de opslag van gegevens wordt gebruikt. Daarnaast ziet de Richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten ook op schriftelijke overeenkomsten die bijvoorbeeld tot stand komen met behulp van folders van een postorderbedrijf met daarin een antwoordkaart. Daarentegen ziet de Richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten slechts op transacties met consumenten, terwijl de Richtlijn inzake elektronische handel bijvoorbeeld ook de B2B-relaties omvat.1
De Richtlijn inzake elektronische handel heeft ten doel om door coordinatie nationale beletselen voor de diensten van de informatiemaatschappij weg te nemen en om door harmonisatie een effectieve ruimte zonder binnengrenzen te creëren voor de diensten van de informatiemaatschappij.2 Ter uitvoering van de Richtlijn inzake elektronische handel is de Aanpassingswet inzake elektronische handel geïmplementeerd3 Daarbij is, waar mogelijk, aangesloten bij de bestaande systematiek van de Nederlandse wetgeving. Voorts zijn de implementatiebepalingen zoveel mogelijk technologieonafhankelijk geformuleerd.4 Er is een nieuwe afdeling 1A van Titel 1 van Boek 3 BW getiteld 'Elektronisch vermogensrechtelijk rechtsverkeer5 (artt. 3:15d-15f BW). In Titel 3 van Boek 6 BW is een nieuwe afdeling 4A getiteld 'Aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer' ingevoegd over de aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden (art. 6:196c BW). Ten slotte zijn drie nieuwe artikelen toegevoegd aan afdeling 2 van Titel 5 van Boek 6 BW over de totstandkoming van overeenkomsten langs elektronische weg. Deze drie nieuwe artikelen over de totstandkoming van elektronische overeenkomsten zijn voor de totstandkoming van 5P-overeenkomsten via een website van belang.