Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/3.5
3.5. Sociale uitsluiting en Informatieapartheid
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS578775:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Thomas, 2007, p. 6.
Een voorbeeld van de negatieve effecten hiervan: Rothfeder, 1992, p. 102-105: 'living below the curve, as micmmarketers indelicately call them'. 'These people are so disenfranchised that they don't even get good junk mail'.
Ball, e.a., 2006, p. 43.
Ik gebruik de term sociale sortering als vertaling van social sorting i.p.v. sociale uitsluiting omdat het sorteren plastischer aangeeft wat er feitelijk gebeurt, nl. schiften van the haves and the have-nots.
Borking, 1998.
Beck, 1992.
Klliver, Peissl & Tennere, 2006, p. 29.
De Registratiekamer, Den Haag, Brief van 6 maart 2001, Z2001-0336 inzake Wetsvoorstel bereikbaarheid en mobiliteit.
Van 't Hoff Van Est, & Krom, 2005.
Een chatroom is een webbased forum waarvan de bezoekers (real time) informatie met elkaar kunnen delen.
Voor een bijvoorbeeld: Rechtbank 's-Gravenhage, 09/753596-03 betreffende verspreiding van kinderpomografische afbeeldingen in een MSN-groep, LJN:AY5348.
In de toezichtmaatschappij is sociale uitsluiting wijd verspreid. Discriminatie van mensen door de toegang tot bepaalde voorzieningen, producten of diensten te ontzeggen, komt steeds meer voor. Thomas waarschuwt hiervoor en stelt dat: "The risks that arise as a result of excessive surveillance affect us individually and affect society as a whole. There can be excessive intrusion into people's lives with hidden, unacceptable and detrimental uses. Mistakes can be made and inaccuracies can occur disrupting individuals' everyday lives. Breaches of security can have even more significant consequences and there is great potential for more discrimination, social sorting and social exclusion."1
Bij de overheid en in de marketing worden grote databases met persoonlijke informatie geanalyseerd en gecategoriseerd om risicobevolkingsgroepen en doelmarkten2 te omschrijven. In de twintigste eeuw was het beleid van de overheid erop gericht om alle burgers in aanmerking te laten komen voor sociale voorzieningen. Vandaag de dag lijkt het echter alsof de prioriteit van het beleid van de overheid erop gericht is ongewenste elementen in de samenleving buiten te sluiten. Is men eenmaal ingedeeld in een bepaalde categorie, dan is het moeilijk er weer uit te komen. De in hoofdstuk 2 besproken `no-fly list' is daar een voorbeeld van. In de VS is men ervan overtuigd dat deze 'sociale sortering' sinds '9/11' heeft bijgedragen aan meer veiligheid in het luchtruim. Tegelijkertijd heeft sociale sortering ertoe geleid dat de westerse overheden profielen van groepen hebben opgesteld, met name van mensen met Arabische namen, met een moslimachtergrond, uit de Maghreb en andere verdachte moslimlanden. Voor deze mensen geldt: "these systems tend to miliate against movement both within and between countries."3 Het sociaal sorteren4 bepaalt in toenemende mate de infrastructuur van de toezichtmaatschappij. Het sluit allerlei groepen uit van verschillende mogelijkheden. Mensen die bijvoorbeeld veel reizen en de financiële middelen hebben om een speciale ID-pas aan te schaffen kunnen sneller langs de douane en frequent flyers hebben voorrang wanneer zij een stoel in het vliegtuig reserveren en inchecken. Tegelijkertijd bieden bedrijven bij hun (gerichte) marketing de minder draagkrachtigen (die in bepaalde buurten wonen) niet dezelfde kortingen op hun producten aan als zij aan koopkrachtige mensen doen. Sociale sortering leidt in toenemende mate tot informatie-apartheid en zorgt er dikwijls voor dat de samenleving subtiel en soms onbedoeld geordend wordt.5
Toezicht kent twee gezichten. Aan de ene kant kan het leiden tot persoonlijke en sociale voordelen. Als het echter op grote schaal wordt toegepast kan dit belangrijke gevolgen hebben voor de vrijheid (de privacy) van het individu, voor innovaties en veranderingen in de samenleving.6 Klöver7beschrijft het 'Big Mother Society'-scenario om aan te geven dat wij inmiddels in een maatschappij zijn aanbeland waarin veel afzonderlijke beslissingen tot doel hebben onze veiligheid te verhogen. Iedere afzonderlijke beslissing vormt weliswaar geen ernstige bedreiging voor de persoonlijke levenssfeer, maar het cumulerend effect kan resulteren in een Big Brotherachtig scenario.
Onzichtbare systemen als rekeningrijden en intelligente verkeersdoorstroming die steeds meer ingeburgerd raken, hebben zeker hun nut, maar bij beide wordt de stad of het land in sectoren verdeeld waarbinnen sommigen zich relatief ongehinderd kunnen verplaatsen (al dan niet tegen betaling), terwijl dat voor anderen moeilijker wordt. Tegelijkertijd kan met dit soort systemen de misdaad bestreden en de nationale veiligheid worden verhoogd. In Nederland hebben in 2001 de Registratiekamer en de Ministeries van Verkeer en Waterstaat en Financiën dit probleem onderkend. In het kader van het voorstel Wet kilometerheffing en later het wetsvoorstel bereikbaarheid en mobiliteit is een systeem voor rekeningrijden ontwikkeld dat het mogelijk maakt de privacy te beschermen en sociale sortering te voorkomen.8 Of het in november 2009 door de Minister van Verkeer en Waterstaat te presenteren wetsvoorstel voor de kilometerheffing privacy van de autobestuurder goed beschermd is onbekend. Het is voorspelbaar dat de kilometerheffing veel privacycommotie zal gaan opleveren.
Ondertussen participeert de 'digitale generatie' van jonge mensen geboren na 1980 steeds meer in de virtuele samenleving.9 In vele virtuele gebieden van die samenleving geldt 'zero tolerance' bij overtreding van de sociale regels. Chatroom conversaties10worden gelogd en gebruikt als bewijs om mensen te weren van websites en uit chatrooms. Conformeren is de regel. Mogelijk wordt dit op termijn een trend in de niet-virtuele samenleving. Chatroomconversaties zijn in Nederland ook al gebruikt als bewijsmiddel in rechtszaken.11 Jongeren tussen de 15 en 24 jaar surfen er nochtans flink op los. Slechts 20% zegt in een onderzoek van de Eurobarometer (2008) dat zij zich van tevoren afvragen of het (ogenschijnlijk) veilig is hun persoonsgegevens via internet te versturen. Jongeren beseffen niet dat alles wat zij op internet via YouTube, Hyves etc. communiceren vastligt en zelfs nog jaren later als bewijs kan dienen, bijvoorbeeld om aan te tonen dat iemand ongeschikt is voor bepaald werk.