De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.4.3.1:5.4.3.1 Vergoeding bij beëindiging van de overeenkomst door de klant: art. 6:237 sub i BW
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.4.3.1
5.4.3.1 Vergoeding bij beëindiging van de overeenkomst door de klant: art. 6:237 sub i BW
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS384413:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 5.4.3.3 'Overige (onredelijk bezwarende) bedingen: rechtsgevolgen beëindiging'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 6:237 sub i BW wordt in overeenkomsten met een consument vermoed onredelijk bezwarend te zijn een beding in algemene voorwaarden dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de klant in de nakoming van haar verbintenis is tekortgeschoten, de klant verplicht een geldsom te betalen, behoudens voorzover het betreft een redelijke vergoeding voor door de ISP geleden verlies of gederfde winst. Een boetebeding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn omdat het, indien er hoge kosten in rekening worden gebracht bij het beëindigen van de overeenkomst, er gemakkelijk toe zou kunnen leiden dat de consument wordt afgehouden van bijvoorbeeld een opzegging waartoe hij volgens de wet of de overeenkomst gerechtigd is, of zelfs dat het voor de gebruiker aantrekkelijker wordt de overeenkomst te beëindigen dan haar verder na te komen. Onder art. 6:237 sub i BW valt niet de beëindiging als gevolg van een tekortkoming aan de kant van de klant. Wel vallen alle andere wijzen van beëindigen er onder: zowel beëindiging door een rechtshandeling van partijen als beëindiging door tussenkomst van een rechter of van rechtswege. Bij een rechtshandeling van een der partijen kan worden gedacht aan ontbinding of opzegging, waartoe de bevoegdheid zowel krachtens de overeenkomst als krachtens de wet kan bestaan. Op twee wijzen kan een ISP aantonen dat het beding niet onredelijk bezwarend is. Ten eerste indien de hoogte van de geldsom redelijk is. Dit zal mede afhangen van de hoogte van de vergoeding, maar ook van andere omstandigheden, bijvoorbeeld op welke grond de beëindiging plaatsvindt en welke partij daartoe het initiatief neemt. Ten tweede indien de geldsom niet een redelijke vergoeding voor door de ISP geleden verlies of gederfde winst vormt, maar desondanks niet onredelijk bezwarend is. Bijvoorbeeld in het geval dat aan de klant bij een langlopend contract een korting wordt verleend bij betaling ineens van de gehele tegenprestatie voor een jaar, welke korting vervalt indien de overeenkomst tussentijds door de klant wordt opgezegd. Of bijvoorbeeld in het geval de aansluiting en het modem gratis zijn verstrekt of wanneer de klant de eerste drie maanden gratis gebruik kan maken van de aansluiting.
Een bepaling dat de voortijdige beëindiging van de overeenkomst door de klant in geen geval zal kunnen leiden tot restitutie van betaalde (abonnements)vergoedingen is redelijk. De klant wordt niet afgehouden van opzegging of ontbinding. Daarnaast is het redelijk dat al betaalde vergoedingen niet worden teruggegeven omdat de klant de tegenprestatie van de ISP heeft genoten.1 In het geval de klant in de nakoming van zijn verbintenis is tekortgeschoten en daarom de overeenkomst wordt beëindigd, kunnen beëindigingskosten redelijk zijn.