Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/8.3.2.3:8.3.2.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/8.3.2.3
8.3.2.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS610233:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regeling van art. 8 lid 7 (voorstel) Wet OB 1968 lijkt neutraal ten aanzien van de samenlevingsvorm tussen partners. De term ‘familiale of andere nauwe persoonlijke banden’ biedt hiervoor voldoende ruimte.
Het verbondenheidsbegrip lijkt voorts neutraal ten aanzien van de rechtsvorm van niet-belastingplichtige rechtspersonen, en ondernemers met een beperkt aftrek-recht. Dit komt voort uit het gebruik van de term ‘bestuurlijke, eigendoms-, lidmaatschaps-, financiële of juridische banden’.
Op basis van het voorstel worden natuurlijke personen echter niet als ‘verbonden’ aangemerkt. Hierdoor geldt de geobjectiveerde heffingsmaatstaf niet voor constructies waarbij natuurlijke personen zijn betrokken. Er bestaat dus geen volledige neutraliteit.
De term ‘familiale of andere nauwe persoonlijke banden’ kan worden beschouwd als een open norm, met name omdat hiervoor een ‘lichte’ invulling geldt. Overigens vind ik dit open karakter begrijpelijk op basis van de antiontgaansfunctie die het verbondenheidsbegrip in dit kader heeft.
Van uniformiteit met andere antiontgaansbepalingen is echter geen sprake, terwijl dit naar mijn mening wel mogelijk is. Wat betreft de antiontgaansfunctie acht ik de term ‘familiale of andere nauwe persoonlijke banden’ bijvoorbeeld vergelijkbaar met het begrip ‘verbonden persoon’ in de zin van art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001, of met de begrippen ‘verbonden lichaam’ en ‘verbonden natuurlijk persoon’ in art. 10a lid 4 en 5 Wet VPB 1969. Zoals hiervoor is opgemerkt is er ook gelijkenis met de gelieerdheid zoals bedoeld in art. 8b lid 1 Wet VPB 1969.