25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/70.3.2:70.3.2 Standaarden voor elektronische besluiten
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/70.3.2
70.3.2 Standaarden voor elektronische besluiten
Documentgegevens:
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. A.G.A. Nijmeijer
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De standaarden worden beheerd door GEONOVUM: zie www.geonovum.nl.
ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3071.
ABRvS 11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3448.
In vergelijkbare zin o.a. ook ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2068 m.n. r.o. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast het werken met bronhouders, wordt ook op andere manieren de betrouwbaarheid en de authenticiteit van de op www.ruimtelijkeplannen.nl te vinden informatie geborgd. In de eerste plaats door bij ministeriële regeling – de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) – het gebruik van de standaarden voor elektronische besluiten voor te schrijven. Het betreft het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012), de Standaard Vergelijk- bare Bestemmingsplannen (SVBP, versie 2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijk Instrumentarium (STRI2012).1
Voor bestemmingsplannen zijn in de SVBP2012 standaarden opgenomen met betrekking tot de structuur van het bestemmingsplan. De standaard voorziet in een vaste opbouw, indeling en benaming van bestemmingen en ook in de daarbij behorende regels. Een vaste structuurstandaard levert een bijdrage aan het zo optimaal mogelijk informeren van de burger en het beter toegankelijk maken van het bestemmingsplan. De gebruiker van een bestemmingsplan ziet steeds dezelfde opbouw en weet derhalve waar iets geregeld of beschreven wordt. Daarnaast zijn standaardregels opgenomen die technische, niet beleidsmatige, onderdelen van het bestemmingsplan betreffen en die, waar nodig, op eenzelfde wijze in alle bestemmingsplannen moeten worden opgenomen, zoals begripsomschrijvingen, wijzen van meten, de citeertitel en de nummering. Wordt de standaard niet gevolgd, dan leidt dat tot vernietiging van het besluit. Zoals onder meer blijkt uit een Afdelingsuitspraak van 19 september 2018 (met name r.o. 3): 2
‘De Afdeling stelt vast dat met de eerste zin van artikel 1.16 van de planregels (‘een woning die een functionele binding heeft met een op hetzelfde perceel gelegen bedrijf, instelling of inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting’) een omschrijving is gegeven van het begrip "bedrijfswoning". De laatste zin van deze bepaling (‘Naast een bedrijfswoning is een bestaand bedrijf toegelaten tot maximaal milieucategorie 3.1., of hiermee vergelijkbaar, als aangegeven in de bij dit plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten’) betreft echter een gebruiksregel, die op grond van de SVBP 2012 in de bestemmingsregels had moeten worden opgenomen. Derhalve heeft de raad in strijd met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling, in samenhang gelezen met artikel 1.2.6 van het Bro, zoals uitgewerkt in de SVBP 2012, een gebruiksregel opgenomen in de bedoelde begripsomschrijving.’
Ieder elektronisch besluit dat via www.ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar is gesteld, heeft een IMRO-code. In het licht van betrouwbaarheid en authenticiteit, is het zaak dat het desbetreffende document dat op www.ruimtelijkeplannen.nl is te raadplegen, identiek is met hetgeen het bestuursorgaan heeft beoogd vast te stellen. Het gaat hier niet om de vraag of een papieren versie identiek is aan het elektronische document, maar om de vraag of door de bronhouder het juiste elektronische document op www.ruimtelijkeplannen.nl is aangeboden. Bij de beantwoording van die vraag speelt de IMRO-code een belangrijke rol. Het leidt soms tot een ingewikkelde puzzel. Een illustratie biedt een Afdelingsuitspraak van 11 november 2015 (met name r.o. 6):3 ‘[appellant] en anderen betogen dat na de vaststelling van het plan een rechtsonzekere situatie is ontstaan, omdat het digitale bestemmingsplan dat de raad beschikbaar heeft gesteld op de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) als bedoeld in artikel 1.2.3, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening niet overeenstemt met het raadsbesluit van 8 juli 2014.
De raad stelt dat het plan gewijzigd is vastgesteld ten opzichte van het ontwerp. In eerste instantie is abusievelijk een digitale versie van het bestemmingsplan beschikbaar gesteld op de landelijke voorziening, die op een aantal onderdelen niet in overeenstemming was met het raadsbesluit van 8 juli 2014. Deze omissie is nadien hersteld, doordat het ondeugdelijke bestand alsnog is vervangen door een versie die overeenstemt met het raadsbesluit. De raad heeft hiervan kennis gegeven in de Staatscourant van 29 april 2015. Het plan is opnieuw voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. De initiële rechtsonzekerheid is daarmee weggenomen, aldus de raad.
Niet in geschil is dat de raad na de vaststelling van het plan een bestand beschikbaar heeft gesteld op de landelijke voorziening, met IMRO-code eindigend op ‘VG01’ (hierna: VG01-bestand), dat niet in overeenstemming was met het raadsbesluit van 8 juli 2014. In zoverre is na de vaststelling van het plan een rechtsonzekere situatie ontstaan. De raad heeft nadien het beschikbaar gestelde bestand vervangen door het bestand met IMRO-code eindigend op ‘VG02’. Hiervan is mededeling gedaan in de Staatcourant van 14 januari 2015, waarbij is vermeld dat de mogelijkheid bestaat beroep tegen het plan in te stellen. Nadien is de raad tot de conclusie gekomen dat ook dit bestand niet in overstemming was met het raadbesluit van 8 juli 2014. De raad heeft voor een tweede maal het bestand vervangen. Het beschikbaar gestelde bestand heeft een IMRO-code eindigend op ‘VG03’ (hierna: VG03-bestand). De raad heeft hiervan mededeling gedaan in de Staatscourant van 29 april 2015, met vermelding van de mogelijkheid dat beroep kan worden ingesteld tegen het plan. Ook zijn [appellant] en anderen, in het kader van de beroepsprocedure, door de Afdeling op de hoogte gebracht van de omstandigheid dat de raad het VG03-bestand beschikbaar heeft gesteld op de landelijke voorziening, zodat zij hun beroep konden aanvullen. Zij hebben dit gedaan bij brief van 26 augustus 2015. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat het VG01-bestand op een aantal punten niet in overeenstemming was met de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan, waartoe de raad blijkens het vaststellingsbesluit heeft besloten. Het VG03-bestand betreft evenwel het plan zoals de raad dat heeft vastgesteld.’4