De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.3.4:3.3.4 Art. 2:107a BW (NV)
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.3.4
3.3.4 Art. 2:107a BW (NV)
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS389708:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2001-2002 28179, nr. 3, p. 19. Zie over de reikwijdte van art. 2:107a ook Hoge Raad 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ARO 2007,120, JOR 2007/178, RO 2007/69 (ABN AMRO).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het overdragen van de onderneming en het aangaan van een duurzame samenwerking met een andere onderneming zijn besluiten die bij de NV ex art. 2:107a BW goedkeuring van de AV(A) behoeven. Aan dit goedkeuringsrecht van de AV(A) is een spreekrecht voor de or gekoppeld (zie art. 2:107a lid 3 BW). Het gaat bij art. 2:107a BW om besluiten die zo ingrijpend van aard zijn dat gezegd kan worden dat de aard van het aandeelhouderschap zodanig wijzigt dat de aandeelhouder als het ware kapitaal gaat verschaffen aan een wezenlijk andere onderneming.1 Voorafgaand aan het al dan niet geven van goedkeuring wordt de or in de gelegenheid gesteld zijn standpunt kenbaar te maken. Vervolgens kan de or dit standpunt ook kenbaar maken op de algemene vergadering van aandeelhouders. Bij overname van (vrijwel) de gehele onderneming heeft de or (van de overdragende onderneming) dus zowel een adviesrecht ex art. 25 WOR als een spreekrecht ex art. 2:107a BW. Het verschil tussen beide bevoegdheden is dat het adviesrecht zich richt tot het bestuur en het spreekrecht tot de algemene vergadering van aandeelhouders. Gezien de mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de Ondernemingskamer is het adviesrecht ook sterker dan het spreekrecht.
Het spreekrecht van art. 2:107a BW ziet alleen op de bedrijfsfusie aan de kant van de overdragende partij. Alleen dan is immers sprake van een bestuursbesluit tot overdracht van vrijwel de gehele onderneming. Denkbaar is dat er een spreekrecht wordt gekoppeld aan het besluit tot juridische fusie (art. 2:317 BW), zodat ook de aandeelhoudersvergadering op de hoogte kan worden gesteld van het standpunt van de or. Nu het AV(A)-besluit niet kan afwijken van het fusievoorstel en het advies van de or – in ieder geval voor de terinzagelegging – ter beschikking wordt gesteld, lijkt mij een dergelijk recht echter geen substantiële aanvulling op de reeds bestaande bevoegdheden van de or.