Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.5.4.1
8.5.4.1 Opzet en verloop van de versterkingsopgave
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480795:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bestuursakkoord 2014, p. 3.
Bestuursakkoord 2014, p. 3.
Stcrt. 2014, nr. 7659.
Aanvulling bestuursakkoord 2015, p. 1.
Stcrt. 2015, nr. 15848.
Eerste Advies Commissie Meijdam 2015, p. 3-4.
Impact Assessment 2015, p. 20.
Eerste Advies Commissie Meijdam 2015, p. 11-12.
Tweede Advies Adviescommissie 2015, p. 2.
Tweede Advies Adviescommissie 2015, p. 3, 6-7.
Eindadvies Commissie-Meijdam 2015, p. 2.
Eindadvies Commissie-Meijdam 2015, p. 4.
Eindadvies Commissie-Meijdam 2015, p. 5.
Jaarverslag CVW 2016, p. 5-6.
Jaarrapportage CVW 2016, p. 11; Jaarverslag CVW 2016, p. 6.
Jaarverslag CVW 2016, p. 14.
Jaarrapportage CVW 2016, p. 10.
Kamerstukken II 2014/15, 33529, nr. 96; Instellingsbesluit Nationaal Coördinator Groningen, Stcrt. 2015, 12511; Kamerstukken II 2015/16, 33529, nr. 212.
Meerjarenprogramma 2015, p. 33.
Meerjarenprogramma 2015, p. 33-38.
Meerjarenprogramma 2015, p. 40.
Meerjarenprogramma 2015, p. 42.
Jaarverslag CVW 2016, p. 18.
Kwartaalrapportage Q2 2017.
Jaarverslag CVW 2016, p. 18; Meerjarenprogramma 2015, p. 40.
Meerjarenprogramma 2016, p. 43.
Meerjarenprogramma 2016, p. 80-81; (Bevings-)bestendige zorg in Groningen 2018.
Kamerstukken II 2016/17, 33529, nr. 382; Meerjarenprogramma 2016, p. 75-79; Erfgoedprogramma 2017.
Meerjarenprogramma 2016, p. 65-74.
Meerjarenprogramma 2016, p. 40, 46.
Meerjarenprogramma 2016, p. 41, 43.
Meerjarenprogramma 2016, p. 51.
Kwartaalrapportage Q4 2017, p. 11.
Kwartaalrapportage Q1 2017, p. 12.
Kwartaalrapportage Q2 2017, p. 11-12.
Kwartaalrapportage Q2 2017, p. 13.
Kwartaalrapportage Q3 2017, p. 12.
Kwartaalrapportage Q2 2017, p. 13.
Kwartaalrapportage Q4 2018, p. 14.
Kwartaalrapportage Q1 2018, p. 12.
Jaarverslag CVW 2017, p. 13.
Jaarverslag CVW 2017, p. 15.
Kamerstukken II 2016/17, 33529, nr. 381; Kwartaalrapportage Q4 2018, p. 16.
Jaarverslag CVW 2017, p. 9.
Kamerstukken II 2017/18, 33529, nr. 457; Voortgang versterkingsoperatie Groningen 2018.
Mijnraadadvies veiligheidsrisico’s 2018.
Kwartaalrapportage Q2 2018, p. 11.
Kwartaalrapportage Q2 2018, p. 11.
NCG 30 mei 2018, p. 3.
Mijnraadadvies veiligheidsrisico’s 2018.
Mijnraadadvies veiligheidsrisico’s 2018.
Halfjaarrapportage NCG 2019, p. 19.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 5.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 9.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 10.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 12.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 29.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 16-20.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 17.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 59.
Interim betalingsovereenkomst versterken 2018.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 5.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 14-15, 27; (Bevings-)bestendige zorg in Groningen 2018; Erfgoedprogramma 2019.
Kamerstukken II 2019/20, 35300 XIII, 2, p. 117-130;
Erfgoedprogramma 2019, p. 15.
Erfgoedprogramma 2019, p. 14.
Subsidieregeling GRRG 2018, Provinciaal Blad 2018, 2016; Wijziging subsidieregeling GRRG 2018, Provinciaal Blad 2018, 5512; Subsidieregeling GRRG 2019, Provinciaal Blad 2019, 2019; Subsidieregeling GRRG 2019, Provinciaal Blad 2019, 2394.
Subsidieregeling RORG 2018, Provinciaal Blad 2018, 2017; Subsidieregeling RORG 2019, Provinciaal Blad 2019, 2043.
Subsidieregeling pilot karakteristieke panden Overschild provincie Groningen 2019, Provinciaal blad 2019, 5162.
Erfgoedprogramma 2019, p. 14.
Jach & Braakman, RTV Noord 10 juli 2019.
Versnellingsmaatregelen Groningen 2019; Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 718.
NCG 19 februari 2019; Goede start 1000-banenplan 2019.
Veiligheid voorop en de bewoner centraal 2018, p. 24.
Wijziging Instellingsbesluit Nationaal coördinator Groningen, Stcrt. 2019, nr. 36846.
Tijdelijke overeenkomst aansturing versterkingsoperatie 2019.
Tijdelijke samenwerkingsovereenkomst NCG met CVW 2019.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 5.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 6-7.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 11-12.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 12-13.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 13-14; Zie ook het schematische proces in Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 15.
Besluit versterking gebouwen Groningen, Stcrt. 2019, 30569, p. 18.
Instellingsbesluit Adviescollege Veiligheid Groningen, Stcrt. 2019, 69958.
Instellingsbesluit Adviescollege Veiligheid Groningen, Stcrt. 2019, 69958.
Stcrt 2019, 61402; Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 695.
Kamerstukken II 2018/19, 33529, nr. 638; ‘Wiebes: ‘CVW kwam afspraken niet na, een kolossale blamage’, RTV Noord 19 oktober 2019; Aanhangsel van de Handelingen 2019/20, nr. 843.
Jaarverslag NCG 2020, p. 6.
De Veer, Dagblad van het Noorden 20 november 2019.
Jaarverslag NCG 2020, p. 6.
Advies over de versterkingsopgave en de versnellingsmaatregelen 2020, p. 9.
Advies over de versterkingsopgave en de versnellingsmaatregelen 2020, p. 8, 12.
Advies over de versterkingsopgave en de versnellingsmaatregelen 2020, p. 10.
Jaarverslag NCG 2020, p. 14.
NCG, ‘Opname op verzoek’ 2020; Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 770.
NCG, ‘Eigen Initiatief’ 2020; Kolthof, Dagblad van het Noorden 14 maart 2019.
Kolthof, Dagblad van het Noorden 14 maart 2019.
Resultaten (cijfers) 2021; Jaarverslag NCG 2021, p. 11.
NCG 21 januari 2021.
Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 841; NCG 17 december 2020; NCG 24 juni 2021.
Resultaten (cijfers) 2021, p. 3; Jaarverslag NCG 2021, p. 13.
Kamerstukken II 2020/21, 35603, nr. 3, p. 8, 19-26.
Kamerstukken II 2020/21, 35603, nr. 3, p. 26, 30-31.
Voermans, NRC 11 juni 2021; zie ook het advies van Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer: Notitie Gedifferentieerde inwerkingtreding van wetten 2021.
Groninger Gasberaad 15 juni 2021.
Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 1.
Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 830, p. 1; Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 1.
Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 2.
Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 3.
Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 3-4.
Berkenbosch, RTV Noord 26 november 2020.
Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 844, p. 4; zie ook Schema Heb ik recht op een vergoeding? 2021.
Aanvulling bestuursakkoord 2015, p. 2.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 4.
Knot & Van Eijk, MvV 2019, p. 155.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 44.
Meerjarenprogramma 2016, p. 108.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 44.
Knot & Van Eijk, MvV 2019, p. 155.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 13.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 24.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 4, 46.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 47; Knot & Van Eijk, MvV 2019, p. 158.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 11.
Knot & Van Eijk, MvV 2019, p. 157.
Meerjarenprogramma 2016, p. 109.
NCG 3 juli 2017.
Kwartaalrapportage Q3 2017, p. 21.
Meerjarenprogramma 2016, p. 108-109.
Meerjarenprogramma 2016, p. 109.
Meerjarenprogramma 2016, p. 109.
Meerjarenprogramma 2016, p. 108.
Meerjarenprogramma 2016, p. 109.
Meerjarenprogramma 2016, p. 109; NCG 3 juli 2017.
Kwartaalrapportage Q3 2017, p. 22.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018.
NCG 20 december 2018.
NAM, ‘Vervolg Nieuwbouwregeling’ 2019.
NCG 15 januari 2019.
NCG 20 december 2018.
NAM december 2020.
804 projecten werden aangevraagd tot aan 2019: Halfjaarrapportage NCG 2019; 107 aanvragen in 2019: Jaarverslag NCG 2020, p. 22.
NAM december 2020.
NAM 18 april 2019.
Stcrt. 2020, 34969; Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 790.
Stcrt. 2020, 34969, p. 10.
Stcrt. 2020, 34969, p. 5.
Stcrt. 2020, 34969, p. 10; Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 866, p. 2.
Stcrt. 2020, 34969, p. 9.
Stcrt. 2020, 34969, p. 3.
Stcrt. 2020, 34969, p. 8.
Stcrt. 2020, 34969, p. 2.
Vergelijk Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 46 met Stcrt. 2020, 34969, p. 2.
Stcrt. 2020, 34969, p. 7-8.
Stcrt. 2020, 34969, p. 5.
NCG, ‘Publieke Nieuwbouwregeling’ 2020; De inhoud lijkt aan te sluiten bij de beschrijving in Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 43-47.
Stcrt. 2020, 34969, p. 2.
Stcrt. 2020, 34969, p. 6.
Stcrt. 2020, 34969, p. 6-7.
Stcrt. 2020, 34969, p. 1-2.
Reflectie op de Nieuwbouwregeling 2018, p. 24.
Jaarverslag NCG 2021, p. 8.
‘Interimregeling waardevermeerdering provincie Groningen’, Provinciaal blad 2015, 1423.
Stcrt. 2017, 15110.
‘Regeling energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma Groningenveld’, Stcrt. 2018, 27837.
Stcrt. 2018, 27837, p. 4.
Stcrt. 2018, 27837, p. 2-3, 5.
Stcrt. 2018, 27837, p. 6.
Stcrt. 2018, 27837, p. 2.
Stcrt. 2018, 67836.
Stcrt. 2019, 69818, p. 2.
Stcrt. 2018, 27837, p. 7.
Stcrt. 2019, 69818.
Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 695, p. 7; Stcrt. 2019, 69818, p. 1, 3.
Stcrt. 2019, 69818, p. 2.
Stcrt. 2019, 69818, p. 4.
Stcrt. 2019, 69818, p. 1.
NCG 1 juni 2021.
‘Helaas: de subsidie is al op’, RTV Noord 7 juli 2021.
Halfjaarrapportage NCG 2019, p. 27.
Pilot MKB-Compensatieregeling bij Versterken 2018.
Pilot MKB-Compensatieregeling bij Versterken 2018, p. 4.
Pilot MKB-Compensatieregeling bij Versterken 2018, p. 2.
NCG 4 november 2018, p. 5, 6.
‘Instellingsbesluit Beoordelingscommissie MKB-Compensatieregeling bij versterken’, Stcrt. 2018, 41241, p. 3.
Stcrt. 2018, 41241, p. 1.
Pilot MKB-Compensatieregeling bij Versterken 2018, p. 7.
NCG 4 november 2018, p. 5.
Pilot MKB-Compensatieregeling bij Versterken 2018, p. 7.
Stcrt. 2018, 41241, p. 3.
Pilot MKB-Compensatieregeling bij Versterken 2018, p. 8.
NCG 29 oktober 2018.
Halfjaarrapportage NCG 2019, p. 27.
Pilot MKB-Compensatieregeling bij Versterken 2018, p. 8.
NCG 4 november 2018, p. 3.
Bestuurlijke afspraken versterking 2020, p. 4.
Eerste contouren van de versterking
In de eerste kamerbrief over de gevolgen van de gaswinning, uit januari 2013, gaf minister van EZ Kamp aan dat NAM maatregelen zou treffen om te inventariseren waar in Groningen zwakke constructies zijn, en deze waar nodig preventief te verstevigen en hier in aanvulling op schadevergoedingsregelingen € 100 miljoen voor had gereserveerd.1 Medio 2013 verscheen een rapport waaruit bleek dat ‘versterkende maatregelen nodig zijn om schade zo veel mogelijk te voorkomen.’2 In het bestuursakkoord uit 2014 werd enkele maanden later beaamd dat een ‘breed inspectieprogramma’ benodigd was om de prioritering van het ‘preventieve versterkingsprogramma’3 te bepalen. Die prioritering zou plaats moeten vinden op basis van de nabijheid tot het kerngebied van de bevingen; de kwetsbaarheid van de gebouwen, bijvoorbeeld door leeftijd of staat van onderhoud; en de functie van het gebouw, waarbij gebouwen met een collectieve functie (zoals scholen of zorg) voorrang zouden moeten krijgen. In het bestuursakkoord stond tevens dat wanneer de kosten niet proportioneel zijn tot de waarde van het gebouw, er ‘- onder voorwaarden, waaronder instemming van de eigenaar – [kon] worden besloten tot uitkoop en sloop.’4 In het ontwerpinstemmingsbesluit over het niveau van de gaswinning van een paar maanden later legde de minister vast dat de organisatie van de versterking samen met de schadeafhandeling moest plaatsvinden.5 Het Centrum Veilig Wonen, dat via een tender door NAM werd opgezet (zie ook par. 8.5.1.1), werd daarmee vanaf 1 januari 2015 de uitvoeringsorganisatie van de versterking.
Ondertussen werd in het aanvullend bestuursakkoord begin 2015 besloten dat een commissie advies uit moest brengen over de normering van de versterking van bestaande en nieuwbouw.6 Nederland kende geen bouwnorm voor aardbevingsbestendig bouwen. De veiligheidsnormering diende te worden bepaald aan de hand van de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR), die zou worden vastgesteld door het Nederlands Normalisatie-Instituut. De partijen van het bestuursakkoord hechtten echter aan instelling van een additionele adviescommissie voordat de geactualiseerde NPR definitief werd gemaakt. De Commissie Omgaan met Risico’s van Geïnduceerde Aardbevingen (Commissie-Meijdam) werd door de minister ingesteld per juni 20157 en bracht op diens verzoek drie adviezen uit. In het eerste advies benadrukte de Commissie dat de huidige methode om te bepalen welke gebouwen preventief moesten worden versterkt nog (te) veel onzekerheden kende. Zij wilde geen conclusies trekken over het aantal kwetsbare woningen, en adviseerde het aanleggen van een netwerk van feitelijke meetpunten.8
Als veiligheidsnorm adviseerde de Commissie het in Nederland gebruikelijke individueel risico van 10-5 – waarbij de kans op overlijden in een jaar 1 op 100.000 is. Voor bestaande bouw kon tijdelijk (gedurende vijf jaar) worden uitgegaan van een risico van 10-4 als grenswaarde. De Commissie volgde hierin het voorstel van de stuurgroep NPR: hantering van 10-5 voor bestaande bouw zou betekenen dat ‘aanzienlijk minder huizen kunnen worden versterkt’, terwijl bij het tijdelijk hanteren van 10-4 ‘de maatregelen over het algemeen iets minder zwaar van aard [zijn], waardoor meer huizen kunnen worden aangepakt in kortere tijd en bewoners minder lang hun woning hoeven te verlaten’.9 Hantering van de grenswaarde 10-4 betekende dat alle gebouwen die minder veilig waren, versterkt moesten worden of dat aan de bewoners de mogelijkheid moest worden geboden om te vertrekken.10
In haar tweede advies constateerde de Commissie dat ‘hoe veiliger, hoe beter’ niet leidend zou moeten zijn bij de versterkingsoperatie. Vanwege voortdurende onzekerheden over de effecten van de gaswinning zou het aantrekkelijk zijn om strenge normen op te stellen, maar de commissie waarschuwde dat men zich beter kon richten op ‘basisveiligheid’ omdat preventieve versterking die alle risico’s mijdt enorme kosten met zich meebrengt, de ‘keuzevrijheid van individuele burgers’ beperkt, en ingrijpende verbouwingen aan bestaande woningen kan betekenen. Basisveiligheid zou kunnen worden bereikt door pragmatisch te werk te gaan en snelheid in de versterking te laten prevaleren boven ‘100% wetenschappelijke zekerheid’.11 De risico’s konden volgens de Commissie worden berekend op basis van de zogenaamde PGA-kaart van het KNMI. Deze kaart toonde op basis van meetpunten de kans op overschrijding van een bepaald niveau van grondversnelling (Peak Ground Acceleration, PGA) en vormde daarmee de basis van de aardbevingsdreiging. Via de contourenkaart zou kunnen worden vastgesteld waar – voor de zwakste typen bouwwerken – welk risico (in de orde van 10-4 of 10-5) bestond. Onder deskundigen bestond echter geen overeenstemming welke PGA-grens aan welk veiligheidsrisico kon worden gekoppeld.12 In haar eindadvies stelde de Commissie voor dat de PGA-kaarten van het KNMI halfjaarlijks zouden worden bijgesteld via ‘voortschrijdende inzichten’,13 deels naar aanleiding van de verminderde gaswinning die verminderde seismische dreiging zou moeten brengen. Versterking zou plaats moeten vinden aan de hand van de ‘catalogusaanpak’,14 een typologie van 60 soorten woningen die NAM in een studie had onderscheiden. Zij adviseerde dat de NCG de prioritering via deze catalogusaanpak zou beheren en stelde vast dat dit voorstel past bij de ‘gebiedsgerichte benadering’15 die de NCG in het Meerjarenplan beschrijft. Het advies van de Commissie om aan de hand van de PGA-kaarten en het individuele veiligheidsrisico van 10-5 (en tijdelijk, dat wil zeggen vijf jaar, van 10-4) te versterken, werd overgenomen door de minister.16
Uitvoering van de versterking onder Centrum Veilig Wonen
Mede vanwege de vele onderzoeken die nog moesten plaatsvinden, bereikte uitvoeringsorganisatie Centrum Veilig Wonen weinig vooruitgang in 2015.17 Men besloot tot pilots van huur- en koopwoningen.18 CVW voerde in 2015 voornamelijk inspecties uit: slechts 327 woningen werden bouwkundig versterkt en bij ongeveer 800 gebouwen werden risicovolle onderdelen vervangen of gerepareerd (‘veiligstellen’19). Ook maakte het CVW afspraken met enkele particuliere eigenaren voor ‘sloop-nieuwbouw’.20 De minister had medegedeeld dat het CVW in 2015 zo’n 3.000 huizen zou versterken.21
Per juni 2015 diende de Nationaal Coördinator Groningen publieke regie over de versterkingsoperatie te voeren. Het voorgestelde Meerjarenprogramma werd gedragen door de ministerraad.22 De versterking kende een ‘no regret aanpak’, ‘een aanpak waarmee we beginnen in gebieden waar we hoe dan ook aan de slag moeten, en waar we later dus geen spijt van krijgen.’23 De prioritering was: van binnen naar buiten (beginnend met de kerngebieden van de aardbevingen en relatief kwetsbare gebouwen); gebouwen waar veel mensen samenkomen (collectieve voorzieningen); en continuïteit (een op gang gezet versterkingsproces moest worden voortgezet).24 Vanwege de grote schaal van het project vergeleek de NCG het met stadsvernieuwing,25 en richtte zij zich tevens op verduurzaming – in lijn met een aangenomen Kamermotie26 – en regionale leefbaarheidsplannen.27
In deze ‘gebiedsgerichte aanpak’ werkten NCG en CVW samen – de CVW als uitvoerder en NCG voerde regie. Voor ieder pand vond door CVW inspectie en vervolgens ‘engineering’ (doorrekening) plaats.28 Per woning werd een versterkingsadvies opgesteld door CVW, wat gevalideerd werd door NCG en daarna aan de inwoner verstrekt. Vervolgens zouden gemeente en NCG een plan van aanpak voor het gebied opstellen, zo mogelijk ook in combinatie met te versterken collectieve voorzieningen.29 Overeenstemming met de eigenaar of bewoner was benodigd voordat de woning kon worden geïnspecteerd of versterkt.30 Voor collectieve voorzieningen werd met een sectorenaanpak gewerkt:31 het Meerjarenprogramma kende aanvullend op de gebiedsgerichte aanpak voor woningen een Zorgprogramma, Erfgoedprogramma, en Scholenprogramma. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werd betrokken bij opzet en (financiële) uitvoering van het Zorgprogramma32 en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bij het Erfgoed- en Scholenprogramma.33 Ook voor het versterken van agrobedrijven, chemische industrie en infrastructuur werd beleid opgezet, om de bijzondere eigenschappen en verhoogde risico’s van dergelijke gebouwen in de versterkingsoperatie te kunnen opnemen.34
NCG en CVW beoogden om de 22.000 woningen en 1.500 collectieve voorzieningen in de kern van het aardbevingsgebied, binnen de 0,2g PGA-contour, tussen 2016-2020 te inspecteren. Het gebied daarbuiten zou in principe daarna aan de beurt komen. Gebouwen waarbij de inspectie resulteerde in versterkingsadvies moesten vervolgens binnen vijf jaar worden versterkt.35 De inspecties via de gebiedsgerichte aanpak kwamen echter onvoldoende op gang. De rekenmethode die de NCG hanteerde om risico’s te bepalen – op basis van de eind 2015 vastgestelde NPR – was grondig en relatief kostbaar in tijd en geld, waardoor inspecties en doorrekening langzamer verliepen dan verwacht. De NCG probeerde eenvoudigere methodes te ontwikkelen36 maar waarschuwde dat conclusies dan ‘conservatiever’ zouden zijn waardoor meer huizen zouden worden aangemerkt voor versterking dan mogelijk strikt noodzakelijk.37 De eerste ‘batch’ van 1.467 woningen werd vanaf 2016 geïnspecteerd; alle woningen zouden moeten worden versterkt.38 Om het tempo te verhogen werden extra inspectiebureaus gecontracteerd.39 Het werken met verschillende inspectiebureaus, bewoners die niet wilden meewerken, en overeenstemming over toepasselijke asbestwetgeving zorgden voor verdere vertraging.40 Het bleek moeilijk tot eenduidige versterkingsadviezen te komen. Volgens de NCG waren conceptadviezen van ‘onvoldoende kwaliteit … om goede gevolggesprekken te voeren’41 omdat ze onder tijdsdruk tot stand kwamen en veelal te technisch geschreven waren om als bewoners te begrijpen. Zo lang een versterkingsadvies in concept was, werd de inhoud in principe niet medegedeeld aan bewoners. Na maanden vertraging besloten NCG en gemeenten eind 2017 alle bewoners desondanks te informeren over de inhoud van de adviezen om ‘een einde te maken aan alle onzekerheid.’42 Als een versterkingsadvies definitief was, werd met regionale bestuurders en bewoners gezocht naar ‘koppelkansen’ in samenhang met gemeentelijke visies en plannen van woningcorporaties. De NCG stelde: ‘de afwegingen die bewoners moeten maken zijn in veel gevallen ingrijpend. Hier is tijd voor nodig.’43
CVW kwam in december 2017 met adviezen voor 1.588 woningen binnen de gebiedsgerichte aanpak.44 Tot aan maart 2018 waren hiernaast 1.581 woningen in de engineeringfase terecht gekomen, waar resultaten van inspecties werden doorgerekend.45 Tegelijkertijd voerde het CVW de eerdere uitspraken tussen NAM en woningcorporaties uit46 en werd gestart met versterking van enkele collectieve voorzieningen zoals scholen, verzorgingshuizen en gemeentepanden.47 Ook werd via een ‘Heft in eigen hand’-pilot aan een vijftigtal eigenaren de mogelijkheid verstrekt om zelf de versterking te laten uitvoeren. De pilot Heft in eigen hand was een succes, hoewel enkele maanden vertraging werd opgelopen doordat de rekenmethode moest worden vastgesteld en gevalideerd. In de tweede helft van 2017 werd het programma omgedoopt tot Eigen Initiatief en jaarlijks opengesteld voor 200 woningen, onder meer voor bewoners die bij de eerste pilot op de wachtlijst waren gekomen.48
In de herfst van 2017 trad een nieuw kabinet aan. De nieuwe minister van EZK Wiebes zette in op een integrale aanpak van schadeherstel en versterking, waarbij NAM ‘geen besluitvormende rol meer heeft’.49 Hoewel in maart 2017 NAM uit de schadeafhandeling was gestapt en het CVW geen uitvoerende rol meer bij de schadeafhandeling had, bleef zij de versterkingsoperatie uitvoeren. Volgens CVW was ‘de verwachting dat op enige termijn de NAM als opdrachtgever meer op afstand zal komen en dat vanuit de NCG de aansturing zal plaatsvinden op doelstellingen, genoemd in het Meerjarenprogramma.’50 De NCG kende geen aansturingsbevoegdheid; het nieuwe kabinet zou hierover moeten beslissen.51
Pauze: de effecten van het terugdraaien van de gaskraan
In maart 2018 kondigde minister Wiebes aan dat het kabinet had besloten de gaskraan eerder dicht te draaien, mede omdat het versterkingstempo ‘nog altijd aanzienlijk lager’52 was dan benodigd. Tegelijkertijd had het terugdraaien van de gaskraan ook gevolgen voor de versterking: vanwege de ‘verbeterde veiligheidsvooruitzichten’53 zou de versterkingsopgave mogelijk worden bijgesteld. Communicatie hierover was tegenstrijdig. Hoewel de minister stelde dat de lopende versterkingsoperatie zou worden doorgezet,54 werd opgemerkt dat bewoners en eigenaren die geen versterkingsadvies hadden ontvangen maar wel waren geïnformeerd over de staat van hun woning, mogelijk inmiddels achterhaalde informatie hadden ontvangen omdat hun risico door de verlaagde gaswinning kon zijn gewijzigd.55 ‘Lopende versterkingsoperatie’ leek daarmee vooral te wijzen op daar waar definitieve versterkingsadviezen waren uitgebracht. De minister wilde wachten met de voortgang van de versterkingsopgave totdat hij advies van de Mijnraad had ontvangen over de geactualiseerde veiligheidsrisico’s,56 dat onderliggende adviezen van Staatstoezicht, KNMI, TNO, NEN en een panel van hoogleraren moest integreren.57
De minister gaf opdracht aan de NCG om door te gaan met ‘batch 1.467’, die bestond uit woningen die in 2016 waren geïnspecteerd en in 2017 versterkingsadvies hadden ontvangen, evenals met gebouwen uit de oorspronkelijke opzet van het CVW, vóór de NCG de gebiedsgerichte aanpak inzette. De woningen in ‘batch 1.581’, ‘batch 1.588’ en deelnemers aan programma Eigen Initiatief waar inspecties maar geen doorrekening en (definitieve) versterkingsadviezen hadden plaatsgevonden werden op pauze gezet om ‘geen onomkeerbare stappen te zetten’.58 Een paar weken later kwam de minister hier na overleg tussen het ministerie en NCG op terug: ‘batch 1.581’ werd in principe hervat.59 De pauzering in de versterkingsoperatie zorgde voor een conflict tussen regio en kabinet: de regio wilde dat eerder gemaakte afspraken over de versterking, waaronder specifiek ‘batch 1.588’, werden nagekomen. Volgens de minister was gezien de verminderde gaswinning niet langer sprake van aansprakelijkheid voor deze woningen. NCG Alders constateerde dat bewoners ‘weten dat hun huis niet aan de veiligheidsnorm voldoet en verwachten nu dat de ‘overheid’ – in dit geval de gezamenlijke opdrachtgevers van de NCG – daarop een passend antwoord geeft.’60 Alders benadrukte dat deze bewoners al lang in onzekerheid zaten en kon niet rechtvaardigen waarom tegen gerechtvaardigd gewekt vertrouwen door toezeggingen in werd gegaan. Dit was volgens Alders niet passend bij de opdracht van de NCG om vertrouwen te herstellen; hij stapte op.
In juli 2018 kwam het advies van de Mijnraad en de onderliggende onderzoeken beschikbaar.61 Volgens berekeningen van de Mijnraad moesten met de verminderde gaswinning zo’n 1.500 gebouwen worden versterkt om aan de veiligheidsnorm van 10-5 te voldoen. Zo’n 600 daarvan waren onderdeel van de lopende versterkingsopgave; de overige 900 moesten zo snel mogelijk worden opgenomen.62 De Mijnraad adviseerde om rekening te houden met een onzekerheidsmarge omdat voor zo’n 7.000 woningen niet kon worden uitgesloten dat versterking nodig was: deze bewoners zouden na inspectie een lichtere versterkingsoptie kunnen worden geboden. De Raad waarschuwde dat het tempo van de versterking tegen zou vallen als men dit te veel koppelde aan verduurzaming of andere leefbaarheidsplannen. Tot slot adviseerde de Mijnraad dat voor de batches 1.581 en 1.588 verwachtingen waren ontstaan en tegemoet moest worden gekomen aan wensen van bewoners.63 De ministers van EZK en BZK gaven aan de versterkingsoperatie weer op te starten en prioriteit te geven aan de 1.500 gebouwen uit het Mijnraadadvies. Daarnaast wilden zij met bewoners in gesprek gaan zodat bewoners konden kiezen om versterking door te laten gaan volgens eerdere adviezen, of kiezen voor een lichtere versterking in lijn met bijgestelde berekeningen. Tegelijkertijd stelden zij dat voor de bewoners van batch 1.588 andere verwachtingen waren gewekt dan batch 1.581, omdat deze zich verder in het proces bevonden.64 Eind september kregen ook deelnemers van Eigen Initiatief weer ‘groen licht’.65
De versterking weer op gang via de risicogerichte aanpak
De NCG presenteerde naar aanleiding van het Mijnraadadvies een nieuw Plan van Aanpak in november 2018.66 Dit Plan was tot stand gekomen aan de hand van hoofdlijnen die in een nieuw bestuurlijk akkoord tussen Rijk, provincie en tien gemeenten waren vastgelegd. Men bevestigde dat batch 1.467 en batch 1.588 onderdeel van de versterkingsoperatie bleven. De bewoners van batch 1.581 werd een keuze geboden tussen herbeoordeling – aan de hand van meer recente inzichten, zoals de eind 2018 herziene NPR – of afzien van de versterking.67 Hiernaast bevatte het plan handvatten om prioriteit te geven aan het versterken van de meest risicovolle woningen zoals opgenomen in het advies van de Mijnraad. In het plan werd prioriteit gegeven aan gebouwen met een verhoogd risicoprofiel;68 daarna aan gebouwen met een licht verhoogd risicoprofiel die – gezien de afbouw van de gaswinning – langere tijd onveilig waren; en daarna aan de overige gebouwen met licht verhoogd risicoprofielen. De ‘risicogerichte aanpak69‘ behelsde bijna 12.000 gebouwen (en 16.000 adressen in verband met bijvoorbeeld meerlaagse woningen).70 De risicoprofielen zouden per gebied worden berekend aan de hand van statistische modellen; via de gebruikte methode kon niet over individuele panden worden geoordeeld. De precieze prioritering moest in overleg met gemeenten worden vastgesteld, om de uitvoering van projecten te clusteren.71 Per gemeente moest een aanvullend Plan van Aanpak worden opgesteld.72 In het Plan van Aanpak richtte men zich tevens op versnelling van het versterkingsproces.73 De NCG wilde samen met CVW komen tot een gestandaardiseerde aanpak aan de hand van typologieën zodat per type woning, afhankelijk van het berekende risico in een gebied, aan de hand van aanwezige gegevens over een gebouw en zo mogelijk zonder opname kon worden versterkt. Het Rijk droeg ‘juridische verantwoordelijkheid’74 voor deze aanpak. De NCG streefde ‘veilige’ woningen – die voldeden aan de 10-5 norm – zo spoedig mogelijk een verklaring te geven zodat bewoners wisten of maatregelen aan hun woning noodzakelijk waren.75
De minister maakte namens de Staat afspraken met NAM en legde in een overeenkomst76 vast dat de ‘NAM in de praktijk alleen nog een financiële verplichting draagt.’77 De inhoud van het beleid werd bepaald zonder tussenkomst van NAM. De minister werkte aan een wettelijk verankerde aanpak van de versterking, waarmee financiering vooraf door het Rijk kon worden verstrekt en achteraf verhaald op NAM; tot die tijd bleef financiering direct via NAM verlopen.78
De sectorenaanpak voor collectieve voorzieningen, via het Zorgprogramma, Erfgoedprogrogramma, Scholenprogramma en het beleid voor agro, chemische industrie en infrastructuur werd in het Plan van Aanpak voortgezet.79 De andere ministeries zoals OCW en VWS werden in toenemende mate betrokken bij het werk van de NCG.80 Het Erfgoedprogramma kende sinds oktober 2017 een Erfgoedloket, waar eigenaren van monumentale woonpanden terecht konden met vragen.81 Omdat voor de uitvoering van het Erfgoedprogramma ‘weinig directe financiële ondersteuning is’82 werden drie subsidieregelingen – Groot Onderhoud en Restauratie Rijksmonumenten Groningen,83 Regulier Onderhoud Rijksmonumenten Groningen,84 en Karakteristieke gebouwen Overschild85 – in het leven geroepen door Gedeputeerde Staten, met financiële ondersteuning vanuit NCG en OCW.86 Omdat volgens de nieuwe veiligheidsnormen versterking van huurwoningen overbodig was, werd een langlopende proef tussen woningcorporaties en NAM stopgezet.87
Vanaf maart 2019 werd in het Bestuurlijk Overleg Groningen, een overlegstructuur tussen Rijk en regio, een versnellingspakket afgesproken.88 Besloten werd meer te standaardiseren en zonder ‘huis-aan-huis-aanpak’89 vast te stellen of versterking nodig was. Erkende aannemers kregen de gelegenheid het gehele proces van versterking, van opname tot bouw, uit te voeren. Het Rijk werkte aan een Bouwakkoord waardoor meerjarige afspraken met bouwers werden gemaakt zodat voldoende capaciteit beschikbaar zou blijven.90 Via het 1000-banenplan werd door het Rijk voor € 6,2 miljoen werkbegeleiding en scholing in bouw en techniek geboden aan het aardbevingsgebied, zodat inwoners konden worden ingezet bij de versterking en tegelijkertijd werd bijgedragen aan werkgelegenheid in het gebied.91
De NCG werd medio 2019 verantwoordelijk voor de uitvoering van de versterking.92 Volgens het Plan van Aanpak zou NCG opdrachtgever van het CVW worden zodat de versterking een ‘publieke opgave’ werd en de NCG ‘meer grip’ kreeg.93 De minister van EZK verwees naar ‘een ingewikkelde keten die nodig was om het CVW publieke opdrachten te geven: de gemeenten gaven aan de hand van hun lokale plannen NCG opdracht tot uitvoering van opnames en beoordelingen; NCG geleidde dit verzoek door naar het Ministerie van EZK; EZK instrueerde NAM een opdracht («workorder»); die NAM tot slot moest geven aan CVW.’94 De minister wijzigde het instellingsbesluit van de NCG95 en sloot namens de Staat een overeenkomst met NAM96 en CVW,97 waardoor de NCG vanaf half mei 2019 direct het CVW aan kon sturen.
Opzet en uitvoering van de publiekrechtelijke aanpak, uitgevoerd door NCG
De minister van EZK, die op grond van de gewijzigde Mijnbouwwet verantwoordelijk was voor het treffen van veiligheidsmaatregelen, legde in afwachting van wettelijke verankering in een beleidsregel de tijdelijke aanpak van de versterking vast.98 De minister stelde een tijdelijke commissie versterken in bestaande uit een deelcommissie versterken en een deelcommissie bezwaar (gelijkend aan de opzet van de TCMG).99 Commissieleden waren onafhankelijk, ontvingen geen instructies van derden, en stelden een eigen werkwijze vast, rekening houdend met de procedure zoals omschreven in het besluit.100
Volgens de aanpak in de beleidsregel stelde de commissie aan de hand van het zogeheten Hazard and Risk (HRA)-model van NAM vast welke gebouwen een verhoogd risicoprofiel hadden en moesten worden geïnspecteerd. Vervolgens zouden gemeenteraden, op basis van de risicoprofielen, tot een lokaal plan van aanpak en planning van opname, beoordeling, en uitvoering komen. Gemeentes werden zo opdrachtgever van de uitvoeringsorganisatie.101 Op basis van opname en beoordeling – per gebouw of via typologieberekening – zou de commissie namens de minister op basis van de NPR een besluit nemen over de veiligheid van het gebouw: of deze voldeed aan veiligheidsnormen, welke versterkingsmaatregelen nodig waren en binnen welke termijn, en wat de financiering was.102 Deze besluiten waren vatbaar voor bezwaar en beroep in de zin van de Awb. Aan de hand van deze normbesluiten konden gemeentes hun planning verder uitwerken dan wel aanpassen. Vervolgens kwam de uitvoeringsorganisatie in overleg met de eigenaar tot een versterkingsbesluit, waarin uit te voeren maatregelen stonden vastgelegd. In principe dienden deze maatregelen te vallen binnen het budget uit het normbesluit, tenzij de eigenaar of gemeente de extra kosten droeg. Ook tegen dit besluit stond bezwaar en beroep open.103 SodM werd als toezichthouder betrokken bij dit proces: zij toetste de uitvoering van de HRA door NAM en toetste de plannen van aanpak van de gemeenten op veiligheid.104
Eind 2019 werd het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) met terugwerkende kracht vanaf 15 september 2019 ingesteld105 als invulling van de tijdelijke commissie versterken.106 Het Adviescollege zou functioneren totdat diens permanente opvolger wettelijk was geregeld. De invulling van de ACVG was anders dan beoogd in het Besluit versterking, omdat zij de minister slechts adviseerde en geen normbesluiten nam. 107
In de herfst van 2019 werd bekend gemaakt dat de minister van BZK de verantwoordelijkheid voor de versterkingsoperatie overnam van de minister van EZK.108 De intentie tot deze verantwoordelijkheidsverdeling was eerder aangegeven109 en sloot aan bij de ambitie van het kabinet om – in lijn met de aanbevelingen van de OvV – meer bewindspersonen te betrekken bij het beleid rondom de gaswinning in Groningen.110 Per 2020 kwam tevens een einde aan het CVW. Het oorspronkelijke contract tussen NAM en CVW liep tot 31 december 2019 en werd niet verlengd. Volgens de minister hadden inefficiënties in de organisatie van het CVW tot veel vertraging geleid.111 De NCG nam de taak van CVW over en werd de publieke uitvoeringsorganisatie van de versterkingsopgave.112 De NCG nam zo’n 140 medewerkers van het CVW over.113
De NCG werkte in 2019 aan het inzichtelijk maken van de voortgang van de versterkingsoperatie, mede op verzoek van de Tweede Kamer.114 De werkvoorraad betrof 26.272 adressen, waarvan 3.417 met verhoogd risicoprofiel, 13.225 met licht verhoogd risicoprofiel, en 9.630 met normaal risicoprofiel.115 De versterking boekte onvoldoende voortgang:116 van deze adressen was eind 2019 ongeveer de helft geïnspecteerd; van slechts 1.023 adressen was de uitvoering voltooid.117 De NCG stuurde daarom op snelheid en minder complexiteit in de uitvoering. Waar mogelijk betrok men minder verschillende partijen, stemde men vooraf met gemeenten af over benodigde vergunningen en werkte men aan ontheffingen rond natuurbescherming.118 Een ‘versnellingsteam’ kwam gedurende 2019 met maatregelen; zo konden bewoners via de pilot ‘praktijkaanpak’ met een aannemer zelf het proces van inspectie tot uitvoering doorlopen zonder tussenkomst van ingenieursbureaus.119 Ter uitvoering van het Bouwakkoord werd begin 2020 een bedrijfsbureau opgericht bestaande uit zes bouwbedrijven om gecoördineerd te kunnen versterken.120 De NCG initieerde tevens maatregelen om tegemoet te komen aan gedupeerden: via een pilot Versterkingsprogramma Bijzondere Situaties werd maatwerk geboden voor adressen waar naast veiligheid ook sociaal-maatschappelijke problemen speelden;121 eigenaren van woningen die volgens het HRA-model een normaal risicoprofiel kenden werden in de gelegenheid gesteld dit te laten controleren.122 Het Eigen Initiatief-programma werd echter stopgezet omdat de NCG de risicogerichte aanpak wilde uitvoeren;123 er stonden nog ongeveer 250 Groningers op de wachtlijst van het programma.124
In 2020 voerde de NCG als uitvoeringsorganisatie vanwege de coronacrisis 2.883 van de 4.000 beoogde opnames uit; wel slaagde zij erin om 4.133 beoordelingen en daaraan gekoppelde versterkingsadviezen te produceren (meer dan de beoogde 4.000). Een belangrijk ander onderdeel van haar werk was het verder opschonen van de werkvoorraad, die fouten bevatten na de overdracht van CVW; inmiddels stond de teller op 26.724 mogelijk te versterken adressen.125 Hoewel de NCG aangaf zich bewust te zijn van de vertraging in de versterking, stelde zij dat zij nu ‘op de goede weg’126 begon te komen; daaraan zou ook de in 2020 en 2021 door de ACVG goedgekeurde typologiepaanpak moeten bijdragen.127 Tegelijkertijd was eind 2020 het versterkingstraject slechts voor 1.769 (7%) van de adressen in het werkbestand afgerond; 3.161 (12%) van de beoogde versterkingsadressen vormde nog geen onderdeel van het proces.128 Medio 2021 zou de NCG met een meerjarig versterkingsplan komen.129
Wettelijk verankerde aanpak van de versterking
Als onderdeel van de wettelijke verankering van de publieke regie op schadeafhandeling en versterking zou een integrale wet worden gerealiseerd. Hoewel de Tijdelijke wet Groningen medio 2020 in werking trad, bevatte deze nog geen onderdelen over versterking; dit zou via wetswijziging worden geïntegreerd. Hoewel de internetconsultatie van de wetswijziging plaatsvond in de herfst van 2019 en de bedoeling was dat deze voor de zomer van 2020 door de Staten-Generaal werd aangenomen,130 werd deze deadline niet behaald. Het wetsvoorstel werd eind 2020 aangeboden131 en in maart 2021 aangenomen door de Tweede Kamer. De wetswijziging ligt voor bij de Eerste Kamer en de minister had verzocht deze voor het zomerreces van 2021 aan te nemen.132
De huidige werkwijze van de NCG, zoals reeds vastgelegd in de beleidsregel Besluit versterking, zal via de wetswijziging publiekrechtelijk (sterker) verankerd worden.133 In de wetswijziging worden bestaande uitvoeringspraktijken zoals de opname op verzoek, de praktijkaanpak en de typologiebenadering vastgelegd.134 De rechtsbescherming wordt gewijzigd: de beroepsmogelijkheid voor versterkingsbesluiten wordt verengd doordat belanghebbenden in eerste en enige aanleg terecht kunnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; de besluiten ter vaststelling van risicoprofielen, die volgens de minister slechts ter voorbereiding van latere besluiten dienen, worden uitgezonderd van beroep.135 Volgens de Memorie van Toelichting ligt de nadruk van het voorstel op ‘bewoner centraal’:136 eigenaren krijgen de mogelijkheid te bepalen hoe het gebouw wordt versterkt en om eigen wensen mee te nemen tijdens de versterking. De NCG wordt beoogd als centraal aanspreekpunt te dienen. Hoewel de uitvoering van schadeafhandeling en versterking blijft plaatsvinden door twee instanties, namelijk IMG en NCG, omdat hun ‘werkwijzen wezenlijk anders’ zijn en ‘schade en versterking inhoudelijk niet een-op-een verbonden’,137 bevat de wetswijziging de mogelijkheid elkaars werkwijzen via ministeriële regeling af te stemmen. De kosten worden voorgefinancierd door het ministerie van BZK en via een heffing op NAM verhaald.138
In de parlementaire behandeling van de wetswijziging trad echter een probleem op. Tijdens de stemmingen stemden twee Tweede Kamerleden abusievelijk vóór twee amendementen die de minister had ontraden. Via een amendement zouden bewoners juridische bijstand en financieel advies kunnen ontvangen; via het tweede zouden eigenaren de versterking volledig in eigen beheer uit kunnen voeren. De minister van EZK schreef aan de Eerste Kamer dat de regering voornemens was deze amendementen niet in werking te laten treden (via zogeheten gedifferentieerde inwerkingtreding139) omdat het kabinet van mening was dat de versterking zo spoedig mogelijk wettelijk verankerd diende te worden.140 Na kritiek van juristen141 en belangenvertegenwoordigers142 op deze werkwijze nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering werd verzocht ‘deze route niet te kiezen’143 en kondigden de ministers van BZK en EZK aan de procedure voor een novelle te beginnen.144 De Eerste Kamer hield de behandeling van het wetsvoorstel aan in afwachting van de aangekondigde novelle, waardoor de wetswijziging niet zoals gepland per 1 juli 2021 in werking kon treden.145
Gelijktijdig met de parlementaire voorbereiding en behandeling van de wetswijziging werd door het Rijk, de provincie en aardbevingsgemeenten een nieuwe bestuurlijke afspraak gemaakt over de versterking.146 De afspraken hadden als doel om de versterking ‘te versnellen en beheersbaar te maken’ en om Groningers ‘rust, duidelijkheid en voorspelbaarheid’147 te bieden. Het Rijk kondigde € 1,42 miljard aan maatregelen aan die niet onder civielrechtelijke aansprakelijkheid van NAM vallen. Hiernaast werd € 100 miljoen beschikbaar gemaakt vanuit gemeenten, budget dat eerst voor leefbaarheidsmaatregelen was bestemd.148 De afspraak beoogde eigenaren meer regie over hun woning te geven door nieuwere inzichten over de veiligheid te verwerken en woningen derhalve niet of minder te versterken, maar hier passende compensatie voor te bieden. Bewoners die reeds een traject volgden in de bestaande versterkingsoperatie of onderdeel waren van zo’n 4.000 door de gemeente vastgestelde ‘clusters’, konden naast de bestaande subsidieregeling van maximaal € 7.000 gericht op verduurzaming (zie hieronder) nog eens € 10.000 voor hetzelfde doel aanvragen. Als reeds een beoordeling had plaatsgevonden en bewoners kozen voor een herbeoordeling onder de nieuwe veiligheidsnormen, zouden zij € 13.000 ‘vrij te besteden aanvullende tegemoetkoming’ ontvangen.149 Eigenaren die nog geen beoordeling hadden en niet in ‘clusters’ vielen, kwamen in aanmerking voor de maximaal € 17.000 subsidie, maar niet de aanvullende tegemoetkoming.150 Tevens werd ingezet op verbetering van de leefomgeving via een gebiedsfonds en investeringen in ondersteuning voor agrariërs, MKB’ers, erfgoed en schrijnende situaties. Het budget van de NCG werd verruimd met € 100 miljoen zodat de uitvoering kon worden verbeterd.151 De precieze doorwerking van de afspraken zou enkele maanden in beslag nemen152 en de subsidies zouden vanaf medio 2021 kunnen worden aangevraagd. Rijk, regio, woningcorporaties en NCG poogden via een Kernteam Communicatie te zorgen voor ‘duidelijke en eenduidige communicatie’.153
Compensatie voor meerkosten nieuwbouw via Nieuwbouwregeling NAM
In het aanvullende bestuursakkoord begin 2015 werd compensatie beschikbaar gesteld voor meerkosten die met nieuwbouw gemoeid gingen als gevolg van verhoogde veiligheidsrisico’s in Groningen. Partijen wilden per september komen met een regeling met terugwerkende kracht, en ondertussen met een tijdelijke regeling bestaande projecten vergoeden voor in redelijkheid gemaakte meerkosten (minder dan 15%). Het budget bedroeg in totaal € 10 miljoen.154
De Nieuwbouwregeling werd in juni 2015 door NAM ingevoerd.155 De inhoud van deze privaatrechtelijke regeling was niet openbaar.156 De regeling had als oogmerk ‘technische en financiële ondersteuning … om nieuwbouw aardbevingsbestendig te bouwen op basis van de Nederlandse Praktijk Richtlijn 9998 (NPR)’157 binnen de 0,1 PGA-contour uit de NPR.158 Ontwikkelaars van vergunningplichtige nieuwbouwprojecten met een bouwsom hoger dan € 33.000 konden een aanvraag indienen bij NAM159 voor ‘redelijke meerkosten’.160 NAM beoordeelde of aanvragen voldeden;161 de toekenningscommissie werd voorgezeten door NAM, bestond hoofdzakelijk uit NAM-specialisten en de constructeur van de aanvrager.162 De regeling kende een ‘percentageregeling’ waar een vast percentage van de bouwsom vergoed werd afhankelijk van de verwachte piekgrondversnelling op de bouwlocatie en de totale bouwsom;163 bij meer complexe projecten werd met NAM onderhandeld over een passende vergoeding in het kader van ‘maatwerk’.164 Dit kon verschillen van zo’n 10 tot 25% van de bouwsom.165 De regeling vergoedde in beide gevallen slechts maatregelen die nodig waren om de meest extreme schade, de ‘zogenaamde “grenstoestand Near Collapse”’166 zoals beschreven in de NPR, te voorkomen. Bij de percentageregeling werden werkelijk gemaakte kosten niet teruggevorderd: eventuele ‘winst’ die ontwikkelaars op deze bijdrage behaalden was bedoeld om hen te motiveren zo efficiënt mogelijke aardbevingsbestendige bouw te ontwerpen en realiseren.167
Op 3 juli 2017 werd de Herijkte nieuwbouwregeling bekendgemaakt,168 die met terugwerkende kracht vanaf 23 december 2016 in werking trad omdat tijdens de totstandkoming van de regeling geen aanvragen in behandeling waren genomen.169 De regeling was het resultaat van overleg tussen NCG, NAM, regionale overheden en maatschappelijke partijen; de kaders van de herijking stonden beschreven in het NCG-Meerjarenprogramma.170 Inzet was om de meerderheid van de aanvragen binnen de percentageregeling – die de NCG de ‘Slimmer-ontwerpenregeling’171 noemde – te laten vallen. Daartoe werden de percentages aangepast, zodat ‘kosten beter in overeenstemming komen met de in werkelijkheid geconstateerde meerkosten, maar er ook een prikkel voor partijen is om innovatiever te ontwerpen’.172 Hiernaast werd het werkgebied van de regeling vergroot, waardoor projecten in de 0,04 tot 0,1 PGA-contour ook een aanvraag konden indienen.173 Tot slot werd een arbitragemogelijkheid geïntroduceerd.174 De regeling kende een looptijd van twee jaar en eindigde op 23 december 2018.175
In de afspraken over de herijking van de nieuwbouwregeling verzochten regionale bestuurders om reflectie te laten plaatsvinden.176 Een commissie onder leiding van de Rijksbouwmeester publiceerde begin 2018 haar rapport.177 Eind 2018 maakte de NCG bekend dat de bestaande regeling werd verlengd tot 1 juli 2019, terwijl werd gewerkt aan een ‘mogelijke publiekrechtelijke regeling voor aardbevingsbestendige nieuwbouw’.178 NAM noemde dit de ‘Vervolg Nieuwbouwregeling’.179 De NCG vormde op verzoek van de minister per 14 januari 2019 het loket voor aanvragen op grond van deze regeling.180 De ‘uitvoering, beoordeling en toekenning van de bijdrage’181 bleef door NAM geschieden. De invoering van de publiekrechtelijke regeling liep vertraging op omdat mogelijk EU-staatssteunregels werden overtreden. Terwijl de minister overlegde met de Europese Commissie, verzocht hij NAM om haar regeling met terugwerkende kracht nog een jaar te verlengen. De Vervolg Nieuwbouwregeling gold hierdoor tot juli 2020.182
Via de regelingen van NAM is in totaal ruim € 200 miljoen uitgekeerd aan 487 projecten, waaronder 6846 wooneenheden.183 Afgaande op oudere informatie verstrekt aan de NCG zouden ruim 900 aanvragen zijn ingediend, waarmee de toekenning van NAM rond de 50% lag indien dit projectaanvragen betrof;184 NAM lijkt zelf aan te geven dat aanvragen voor 7.545 eenheden waren binnengekomen, wat de toekenningsgraad op ruim 90% zou brengen.185 Aanvullend heeft NAM via de ‘Nieuwbouw-innovatieregeling’ kennisdeling en -ontwikkeling rond versterking van nieuwbouw ondersteund met € 650.000.186
Publiekrechtelijke Nieuwbouwregeling
De minister van EZK stelde per juli 2020 een beleidsregel in,187 gebaseerd op de bevoegdheid uit de Mijnbouwwet om veiligheidsbevorderende maatregelen rondom het Groningenveld te nemen. De regeling was opgesteld in ‘nauw overleg met de NCG’.188 Via de beleidsregel werden meerkosten voor aardbevingsbestendig bouwen vergoed door de minister via de NCG.189 Deze kosten werden achteraf verhaald op NAM via een aparte overeenkomst tussen NAM en de Staat, waardoor geen sprake is van staatssteun.190 De regeling trad in werking per 1 juli 2020 en kende geen eindtijd; volgens de toelichting zou de regeling worden beëindigd ‘[n]a verloop van tijd, wanneer er geen of nauwelijks meer beroep gedaan wordt op de regeling of wanneer de omvang van de compensatie niet meer in verhouding staat tot de uitvoeringskosten van deze regeling’.191
Aanvragen moesten minstens acht weken voor aanvang van de bouw worden ingediend door de eerste eigenaar van een gebouw. De aanvraag diende naast alle relevante informatie een verklaring van twee constructeurs bevatten dat het ontwerp voldeed aan de eisen van de NPR.192 De NCG nam namens de minister binnen de termijn uit 4:13 Awb een besluit, in principe binnen acht weken.193 De regeling kende twee methoden om de vergoeding te berekenen. In de eerste optie werd uitgegaan van een vast percentage van de bouwsom, zoals in de NAM-regeling. De hoogte van de vergoeding kon worden berekend aan de hand van een bijgevoegde tabel, afhankelijk van het type gebouw, de piekgrondversnelling op de locatie, en de hoogte van bouwkosten.194 Deze percentages weken af van de NAM-regeling en waren in sommige gevallen gunstiger en in andere ongunstiger voor de aanvrager.195 De tweede optie werd opgesteld voor projecten waar een constructeur meerkosten had gemaakt om risicobeoordelingen op te stellen, maar op basis hiervan concludeerde dat windbelasting zwaarder zou zijn dan mogelijke effecten van aardbevingen waardoor verdere mitigerende maatregelen overbodig zouden zijn. De daadwerkelijke meerkosten die de constructeur maakte voor voorbereiding en onderzoek konden worden vergoed, met een maximum van € 15.000 excl. btw per constructieve eenheid. Omdat de berekeningen van de constructeur reeds bij de aanvraag gevalideerd dienden te zijn door een tweede, onafhankelijke constructeur, werden ook deze kosten vergoed, maximaal € 4.250 exclusief btw.196
NAM handelde nog lopende en toegekende aanvragen af.197 Volgens de toelichting van de NCG was de procedure vrijwel gelijk aan de eerdere NAM-regeling.198 De belangrijkste wijziging was de manier waarop het ontwerp werd getoetst: in plaats van een toetsingscommissie werd de aanvrager verzocht het ontwerp zelf via een tweede, onafhankelijke, constructeur te laten toetsen. Daarnaast was maatwerk bij complexe of dure projecten geen mogelijkheid. De regeling kende geen ondergrens, zoals die van € 33.000 bij de NAM-regeling. Ook kon een aanvrager in aanmerking komen als geen omgevingsvergunning was aangevraagd.199 De beleidsregel gold alleen voor locaties waar de piekgrondversnelling minstens 0,05g bedroeg.200 De regeling hield nog steeds rekening met de grensstaat ‘Near Collapse’, zoals de NAM-regeling deed,201 en de aardbevingsbestendigheid werd wederom bij aanvraag getoetst aan de meest recente versie van de NPR.202 Hoewel de motivering van de publieke nieuwbouwregeling er niet naar verwees, leek een aantal van de aanbevelingen van de Reflectiecommissie uit 2018 te zijn overgenomen: de regeling was publiek gemaakt, de maatwerkregeling afgeschaft, de percentageregeling in stand gehouden inclusief vergoedingstabel waardoor voor aanvragers vooraf duidelijk is wat zij konden verwachten, en een mate van onafhankelijkheid werd opgenomen door de toets door een tweede constructeur.203
Er werden in 2020 28 projecten aangemeld bij de NCG, waarvan 8 aanvragen positief werden beoordeeld en compensatie werd toegekend en 8 aanvragen niet aan de voorwaarden voldeden; de overige aanvragen waren nog in behandeling.204
Regeling energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma Groningenveld
Deze regeling vormde een counterpart van de waardevermeerderingsregeling, zoals besproken in par. 8.5.2.1. In de interimregeling van de provincie konden huizen met versterkingsadvies gelijkelijk met gebouwen die erkende schade hadden, in aanmerking komen voor subsidie voor waardevermeerdering.205 Minister van EZ Kamp gaf bij de overgang naar een landelijke regeling de voorkeur aan een aparte subsidieregeling voor de versterking.206
De minister van EZ(K) stelde in mei 2018 een beleidsregel in, Regeling energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma Groningenveld, op grond van zijn bevoegdheid om subsidies te verlenen op grond van het Kaderbesluit en de Kaderwet EZ-subsidies.207 De regeling bood ‘compensatie voor de overlast veroorzaakt door het uitvoeren van maatregelen in het kader van het versterkingsprogramma van woningen’208 inclusief noodzakelijke sloop en nieuwbouw. Oogmerk van de regeling was om woningen in Groningen die versterkt moesten worden tegelijkertijd te verduurzamen. Op grond van de regeling kwamen eigenaren van een woning die werd versterkt in aanmerking voor een subsidie van maximaal € 7.000 van gemaakte kosten die werden besteed aan duurzaamheidsmaatregelen aan hun woning, uitgaven aan een lokaal energieproject, en/of aan een maatwerkadviesrapport. Verhuurders konden alleen in aanmerking komen als zij een de-minimisverklaring zouden overleggen.209
De regeling werd uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN), dat ook belast was met de bovengenoemde waardevermeerderingsregeling. Op een volledige subsidieaanvraag werd binnen acht weken besloten. Binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking werd een voorschot verstrekt van 100% van de subsidiabele kosten. De energiebesparende maatregel die in aanmerking kwam voor subsidie diende binnen achttien maanden na het besluit te zijn geïnstalleerd. De subsidie werd achttien maanden na de verlening ambtshalve vastgesteld. Controle achteraf bleef mogelijk, evenals terugvordering.210
De regeling trad in werking per 28 mei 2018, en kende een looptijd van vijf jaar in verband met de Comptabiliteitswet. De regeling zal op 28 mei 2023 vervallen. Voor de regeling was in totaal € 41,5 miljoen beschikbaar. Het subsidieplafond werd jaarlijks vastgesteld en bedroeg in 2018 € 14 miljoen;211 in 2019 € 20 miljoen;212 en in 2020 € 10 miljoen.213 De regeling kon gecombineerd worden met andere vergoedingen en subsidies, zoals de waardevermeerderingsregeling, als een bewoner voor beide regelingen in aanmerking kwam.214
Eind 2019 werd de regeling inhoudelijk gewijzigd215 om uitvoering te geven aan de bestuurlijke afspraak dat ook woningen van eigenaren die afzagen van versterkingsmaatregelen in aanmerking zouden komen voor subsidie.216 Aanvragen moesten worden ingediend binnen twee jaar nadat was vastgesteld dat de woning niet aan de veiligheidsnorm voldeed of binnen een jaar na afronding van de versterking.217 Per 2020 viel de subsidieregeling onder de minister van BZK, omdat de NCG vanuit het ministerie van EZK aan BZK werd overgedragen.218 Ook werd het mogelijk tot eind 2023 aanvragen op grond van de regeling in te dienen.219 De subsidieregeling werd aangepast naar aanleiding van de in november 2020 gesloten nieuwe bestuurlijke afspraken over de versterking, aangezien hierin aanvullende (subsidie-)bedragen werden vastgesteld (zie hierboven).220 De regeling werd per 1 juni 2021 opengesteld voor eigenaren die onderdeel van het versterkingsprogramma vormden en per 1 juli 2021 voor eigenaren die niet zijn opgenomen in het versterkingsprogramma.221 Het budgetplafond van € 75 miljoen voor het jaar 2021 voor deze tweede categorie werd binnen vijf dagen bereikt; per 2022 zal deze regeling weer worden opengesteld met een budget van € 150 miljoen, voor 2023 is wederom € 75 miljoen beschikbaar.222
Pilot MKB-compensatieregeling
In juli 2018 kwamen NCG en NAM overeen dat een pilot gehouden zou worden om midden- en kleinbedrijven (MKB) te compenseren voor omzet- en winstderving gedurende de versterking.223 De kleinschalige pilot was gericht op ondernemers die onderdeel uitmaakten van ‘batch 1.467’. NAM stelde een privaatrechtelijke regeling in, de Pilot Compensatieregeling voor winstderving bij uitvoering van bouwkundige versterking van MKB-panden in het aardbevingsgebied van het Groningengasveld.224
Via de regeling kon vergoeding worden aangevraagd voor winstderving, huurderving, en andere kosten zoals opstart- of afbouwkosten en kosten ter voorkomen van schade. Aanvragen konden voor en na versterkingsmaatregelen worden ingediend. De ondernemer kreeg afhankelijk van de omstandigheden een gedeelte van de gemiddelde winst via maandelijkse voorschotten dan wel uitkeringen.225 De aanvraag kon worden afgewezen als schade niet kon worden toegerekend aan de inspectie of versterking, als de schade de ondernemer kon worden toegerekend, als de aanvrager geen maatregelen had genomen om de schade te voorkomen of beperken, of als de schade anderszins verzekerd was.226 De beoordeling geschiedde om ‘onafhankelijke oordeelsvorming te borgen’227 door een onafhankelijke commissie van vijf deskundige leden228 die hun eigen werkwijze vaststelden en door de minister van EZK werden benoemd voor twee jaar.229 De beoordelingscommissie zond binnen zes weken een conceptadvies, waarop de aanvrager binnen vier weken een zienswijze in kon dienen. Vier weken later bracht de beoordelingscommissie advies uit aan NAM. NAM besloot binnen vier weken230 en nam in beginsel het advies over,231 hoewel zij gemotiveerd kon afwijken.232 Deze procedure, waarin NAM besloot op een advies van een publiekrechtelijk ingestelde commissie, werd ingesteld naar aanleiding van positieve ervaringen met de Arbiter Bodembeweging en de Commissie Bijzondere Situaties.233
De pilot liep gedurende een jaar, van augustus 2018 tot augustus 2019.234 De regeling werd eind oktober bekendgemaakt235 en ontving de eerste aanvraag enkele weken later.236 De regeling is niet geëvalueerd en geen vervolg is bekend, hoewel in de regeling en toelichting was opgenomen dat een ‘definitieve regeling’237 zou volgen na opgedane ervaring.238 Een vervolg van de regeling vindt mogelijk plaats naar aanleiding van de bestuurlijke afspraken uit november 2020;239 in een in de zomer van 2021 te presenteren plan van aanpak zou aandacht komen voor ‘integrale ondersteuning’240 voor MKB’ers.